← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.27 Rolnummer: P.24.1217.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 564 - laatst gezien 2026-06-16 11:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Het staat aan het appelgerecht te oordelen of er grond is om bij toepassing van artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering ambtshalve een grief aan te voeren en wanneer een beklaagde of het openbaar ministerie de beslissing over de schuld niet door het appelgerecht beoordeeld wensen te zien en met betrekking tot die beslissing bijgevolg geen grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering aanvoeren, is het appelgerecht slechts verplicht om een ambtshalve grief aan te voeren in de zin van artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering indien het zelf oordeelt dat daartoe een reden is waarbij de omstandigheid dat de beklaagde voor het appelgerecht zijn schuld betwist, daaraan geen afbreuk doet en het appelgerecht niet verplicht om hierover een ambtshalve grief aan te voeren; indien het appelgerecht oordeelt dat er geen ambtshalve grief in de voormelde zin moet worden opgeworpen, wordt de saisine in hoger beroep beperkt door de verklaringen van hoger beroep en de in het grievenschrift of de grievenschriften aangevoerde grieven

(1).
(1)Cass. 11 juni 2024, AR P.24.0436.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.4; Cass. 27 juni 2023, AR P.23.0476.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.
  1. De beklaagde had, zich steunende op de arresten 185/2019 en 189/2019 van 20 november 2019 van het Grondwettelijk Hof, aangevoerd dat hieruit een verplichting voortvloeide voor het appelgerecht om ambtshalve grieven aan te voeren. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Ambtshalve aanvoering van grief door het appelgerecht - Verplichting - Geen beoordeling van de beslissing over de schuld voorgelegd aan het appelgerecht - Geen aanvoering van een grief over de schuld - Betwisting van de schuld door de beklaagde - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 210 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1217.N D. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Elisabeth Vanpeteghem, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 28 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 204 en 210 Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat de eiser in zijn grievenformulier geen grief heeft aangeduid met betrekking tot de schuld aan de hem ten laste gelegde feiten, verantwoorden de appelrechters niet naar recht dat de rechtbank geen saisine heeft met betrekking tot de schuld van de eiser; uit de arresten nrs. 185/2019 en 189/2019 van het Grondwettelijk Hof van 20 november 2019 blijkt dat de appelrechter ambtshalve de feiten kan herkwalificeren of nagaan of zij vaststaan, ook al heeft de beklaagde geen grief over de schuldvraag geformuleerd.
  4. De appelrechters oordelen niet dat zij geen ambtshalve grieven in de zin van artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering kunnen opwerpen, maar wel dat zij niet van oordeel zijn dat er ambtshalve grieven van openbare orde zoals bedoeld in die bepaling “moeten worden opgeworpen” (bestreden vonnis, p. 3, laatste alinea). In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  5. Het staat aan het appelgerecht te oordelen of er grond is om bij toepassing van artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering ambtshalve een grief aan te voeren. Wanneer een beklaagde of het openbaar ministerie de beslissing over de schuld niet door het appelgerecht beoordeeld wensen te zien en met betrekking tot die beslissing bijgevolg geen grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering aanvoert, is het appelgerecht slechts verplicht om een ambtshalve grief aan te voeren in de zin van artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering indien het zelf oordeelt dat daartoe een reden is. De omstandigheid dat de beklaagde voor het appelgerecht zijn schuld betwist, doet daaraan geen afbreuk en verplicht het appelgerecht niet om hierover een ambtshalve grief aan te voeren.
  6. Indien het appelgerecht oordeelt dat er geen ambtshalve grief in de voormelde zin moet worden opgeworpen, wordt de saisine in hoger beroep beperkt door de verklaringen van hoger beroep en de in het grievenschrift of de grievenschriften aangevoerde grieven. De arresten nrs. 185/2019 en 189/2019 van het Grondwettelijk Hof van 20 november 2019 laten niet toe anders te oordelen.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche J. Decoker B. Lietaert S. Van Overbeke E. Francis F. Van Volsem Melding overeenkomstig artikel 195bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek: Sectievoorzitter Erwin Francis verkeert in de onmogelijkheid om dit arrest te ondertekenen. De griffier, PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.32 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.