id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.5 Rolnummer: P.25.0034.N Zaak: GEMEENSCHAPPELIJK OPVANGPUNT Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-06-18 12:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Het arrest, dat uitspraak doet bij toepassing van artikel 61quater, § 5, Wetboek van Strafvordering, houdt geen beslissing in als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering zodat het cassatieberoep, ingesteld vooraleer een eindbeslissing voorligt in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, bijgevolg voorbarig en derhalve niet ontvankelijk is
(1).
(1)Cass. 1 maart 2023, AR P.22.1352.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230301.2F.12 met strijdige concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH; Cass. 4 januari 2022, arrest niet gepubliceerd; M.-A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, la Charte, 10e édition, 2025, t. I, pp. 649-
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Artikel 61quater, Wetboek van Strafvordering - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 61quater, § 5 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Strafrechtelijk kortgeding - Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Artikel 61quater, Wetboek van Strafvordering - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 61quater, § 5 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0034.N I
- GEMEENSCHAPPELIJK OPVANGPUNT, verzoeker tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, eiser,
- M. D.S., verzoekster tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot haar goederen, eiseres, met als raadsman mr. Fernand Keuleneer, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 385 bus 1, waar de eisers woonplaats kiezen. II R. V., eiser, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Gustaaf Callierlaan 175, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 december
- De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest, dat uitspraak doet bij toepassing van artikel 61quater, § 5, Wetboek van Strafvordering, houdt geen beslissing in als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De cassatieberoepen, ingesteld vooraleer een eindbeslissing voorligt in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, zijn bijgevolg voorbarig en derhalve niet ontvankelijk. Middelen van de eisers I
- De middelen die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 102,91 euro, waarvan de eiser I 51,45 euro is verschuldigd en de eiser II 51,46 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251008.2F.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230301.2F.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div