id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.4 Rolnummer: C.23.0356.N Zaak: DIALOG VERSISCHERUNG AG c. Cimenteries CBR Cementbedrij Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2025-07-11 Raadplegingen: 706 - laatst gezien 2026-06-15 05:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.4 Fiches 1 - 2 De verbintenis van de schipper om de goederen van hun laadplaats naar hun bestemming te vervoeren is een resultaatverbintenis, zodat bij niet-nakoming ervan een weerlegbaar vermoeden van fout geldt aan de zijde van de schipper; deze bepaling houdt geen beperking in van de aansprakelijkheid van de schipper voor andere schade dan verlies of beschadiging van de goederen; de verbintenis kan niet met het oog op de schade door beschadiging of verlies van de goederen een resultaatverbintenis zijn, en met het oog op andere schadeposten een middelenverbintenis
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Schipper - Resultaatsverbintenis - Aansprakelijkheid - Schadeposten - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 1936 op de binnenbevrachting - 05-05-1936 - Art. 30 - 31 ELI link Pub nr 1936050551 Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer Vrije woorden: Schipper - Resultaatsverbintenis - Aansprakelijkheid - Schadeposten - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 1936 op de binnenbevrachting - 05-05-1936 - Art. 30 - 31 ELI link Pub nr 1936050551 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0356.N
- DIALOG VERSICHERUNG AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 81737 München (Duitsland), Adenauerring 7,
- HELVETIA VERSICHERUNGS AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 60311 Frankfurt (Duitsland), Berliner Strasse 56-58,
- GOTHAER ALLGEMEINE VERSICHERUNG AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 50969 Keulen (Duitsland), Gothaer Allee 1,
- GITRA bv, met zetel te 2110 Wijnegem, Turnhoutsebaan 459, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0872.923.883, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen CIMENTERIES CBR CEMENTBEDRIJVEN nv, met zetel te 1420 Eigenbrakel, Boulevard de France 3-5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.465.290, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 200 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 mei
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 14 mei 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 30 van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting, hierna Wet Binnenbevrachting, is de schipper aansprakelijk voor verlies en beschadiging van de goederen, indien hij niet bewijst dat het verlies of de beschadiging te wijten is aan een feit dat hem niet kan worden toegerekend. Ingevolge deze bepaling is de verbintenis van de schipper om de goederen van hun laadplaats naar hun bestemming te vervoeren een resultaatverbintenis, zodat bij niet-nakoming ervan een weerlegbaar vermoeden van fout geldt aan de zijde van de schipper. Deze bepaling houdt geen beperking in van de aansprakelijkheid van de schipper voor andere schade dan verlies of beschadiging van de goederen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de artikelen 31, 32, 33, 34 en 41 Wet Binnenbevrachting, is het afgeleid en bijgevolg niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 562,30 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div