id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.8 Rolnummer: C.23.0423.N Zaak: ORDE VAN ARCHITECTEN contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-07-11 Raadplegingen: 623 - laatst gezien 2026-06-18 12:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.8 Fiches 1 - 2 De Orde van Architecten die een stedenbouwkundige vergunning voorziet van een visum, dient zich ervan te vergewissen dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen; als voorwaarde om het beroep te mogen uitoefenen, dient de Orde van Architecten hierbij bijgevolg na te gaan of de aanvragende architect voldoet aan zijn verzekeringsverplichting
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Vrije woorden: Verzekeringsplicht - Orde van architecten - Visum Stedenbouwkundige aanvraag - Aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1963 tot instelling van een Orde der Architecten - 26-06-1963 - Art. 5 - 30 ELI link Pub nr 1963062602 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Architect - Verzekeringsplicht - Orde van architecten - Visum Stedenbouwkundige aanvraag - Aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1963 tot instelling van een Orde der Architecten - 26-06-1963 - Art. 5 - 30 ELI link Pub nr 1963062602 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0423.N ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Havenlaan 86 C bus 122, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.024.227, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- H.V.R.,
- W.M., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 oktober
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 14 mei 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 5 Architectenwet mag niemand in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op een van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of indien hij niet heeft voldaan aan de bepalingen van het eerste of tweede lid van paragraaf 2 van artikel
- Artikel 4 van deze wet bepaalt dat niemand op een tabel van de Orde of op een lijst van stagiairs mag worden ingeschreven als hij niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect.
- Krachtens artikel 2, § 4, van de voormelde wet van 20 februari 1939, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 31 mei 2017, mag niemand het beroep van architect uitoefenen zonder door een verzekering gedekt te zijn, overeenkomstig artikel 9, met uitzondering van de architecten bedoeld in het artikel 9, §
- Krachtens artikel 9, § 1, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 31 mei 2017, dienen alle natuurlijke personen of rechtspersonen die ertoe gemachtigd werden overeenkomstig deze wet het beroep van architect uit te oefenen en van wie de aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, kan worden verbonden wegens de handelingen die zij beroepshalve stellen of de handelingen van hun aangestelden, door een verzekering te zijn gedekt. Deze verzekering kan kaderen in een globale verzekering voor alle partijen die in de bouwakte voorkomen.
- Krachtens artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 25 april 2007 betreffende de verplichte verzekering voorzien door de voormelde wet van 20 februari 1939, voor de opheffing ervan bij koninklijk besluit van 4 februari 2020, stelt de verzekeringsonderneming ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst hebben gesloten met vermelding van het ondernemingsnummer en de naam van de architect, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking. De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet ontbinden zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende brief of op gelijkwaardige elektronische wijze te hebben verwittigd, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt. De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Raad van de Orde van architecten via een elektronische lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die zijn opgezegd of geschorst, of waarvan de dekking werd geschorst.
- Krachtens artikel 16, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, na wijziging bij besluit van 2 juli 2010 en voor wijziging bij besluit van 4 april 2014, moet het dossier van aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning verschillende stukken bevatten, waaronder een ingevuld aanvraagformulier waarvan het model opgenomen is als bijlage 3 bij dit besluit, ondertekend door de aanvrager en door de architect, als zijn medewerking volgens de wettelijke bepalingen is vereist. Als dat nodig is, brengt de Orde van Architecten op het formulier een visum aan. Punt 13 van Bijlage III van het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004, na wijziging bij besluit van 29 mei 2009 en voor opheffing bij besluit van 27 november 2015, bepaalt dat op het formulier zich een visum van de bevoegde raad van de Orde van Architecten bevindt waarbij het visum bewijst dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen.
- Uit het geheel van deze wettelijke bepalingen volgt dat de Orde van Architecten die een stedenbouwkundige vergunning voorziet van een visum, zich ervan dient te vergewissen dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen. Als voorwaarde om het beroep te mogen uitoefenen, dient de Orde van Architecten hierbij bijgevolg na te gaan of de aanvragende architect voldoet aan zijn verzekeringsverplichting. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De beslissing van de appelrechter dat de eiseres een fout heeft begaan, steunt op de zelfstandige en hiervoor vergeefs bekritiseerde reden dat de eiseres ten onrechte heeft nagelaten op het ogenblik van de visumaanvraag de verzekeringsplicht aan de zijde van de architect te controleren. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het oordeel van de appelrechter dat de eiseres een fout heeft begaan door de architect niet te weren van de tabel, is het gericht tegen een overtollige reden en bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechter heeft geoordeeld dat de verzekeringsplicht een voorwaarde is om te worden toegelaten tot het beroep van architect, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechter heeft geoordeeld dat de eiseres geen andere maatregel dan een weglating van de tabel of lijst van stagiairs kan nemen bij een niet-nakoming door de architect van zijn verzekeringsverplichting, berust het op een onjuiste lezing van het arrest, en mist het eveneens feitelijke grondslag. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 661 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div