id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.15 Rolnummer: P.25.0514.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-20 Raadplegingen: 691 - laatst gezien 2026-06-18 03:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt
(1); het overeenkomstig artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering door de Koning bij besluit van 18 februari 2016, zoals gewijzigd bij besluit van 23 november 2017, vastgesteld model van het grievenformulier bevat naast onder meer de rubrieken Schuld en Straf en/of maatregel ook een rubriek Procedure (bevoegdheid, verjaring, rechten van verdediging, e.a.); een appellant die aanvoert dat het appelgerecht de strafvordering onontvankelijk moet verklaren wegens miskenning van zijn recht van verdediging en zijn recht op een eerlijk proces omdat hij omwille van medische redenen niet persoonlijk aanwezig kon zijn noch werd vertegenwoordigd en zo een aanleg heeft verloren, beoogt om procedurele redenen een hervorming van de beroepen beslissing op dit punt; indien hij wil dat het appelgerecht zich daarover uitspreekt, moet hij een procedurele grief aanvoeren; uit de loutere aankruising in het appelgrievenformulier van de rubrieken Schuld en Straf en/of maatregel volgt niet dat de appellant elke beslissing op procedureel vlak die een impact heeft of kan hebben op de beslissing over de schuld of de straf als grief aanvoert; dit zou immers betekenen dat de rubriek Procedure zinledig is
(2).
(1)Zie o.a. Cass. 4 februari 2025, AR P.24.1614.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7; Cass. 11 oktober 2023, AR P.22.1491.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231011.2F.14, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH; Cass. 1 februari 2017, AR P.16.1100.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170201.9, AC 2017, nr. 78; Cass. 18 oktober 2016, AR P.16.0818.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.4, AC 2016, nr. 584, met concl. van advocaat-generaal WINANTS; S. VAN OVERBEKE, Grievenstelsel en hoger beroep in strafzaken, Kluwer, 2022, 91-95; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure, 2025, 1958-1965.
(2)Over de procedurele grief en de impact op de schuldbeoordeling zie S. VAN OVERBEKE, Grievenstelsel en hoger beroep in strafzaken, Kluwer, 2022, 160-
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenschrift - Verplicht aanvoeren van grieven - Begrip grief - Rubrieken in het grievenformulier - Aankruising rubriek "schuld" - Aanvoeren van een grief over de rechten van verdediging - Afwezigheid op de terechtzitting om medische redenen - Saisine van de rechter in hoger beroep - Impact van de grief over de procedure - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Strafvordering - Hoger beroep - Verplicht aanvoeren van grieven - Grievenschrift - Begrip grief - Rubrieken in het grievenformulier - Aankruising rubriek "schuld" - Aanvoeren van een grief over de rechten van verdediging - Afwezigheid op de terechtzitting om medische redenen - Saisine van de rechter in hoger beroep - Impact van de grief over de procedure - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0514.N
- L. S., beklaagde, eiser,
- WEBWORKS bv, met zetel te 3150 Haacht, Nieuwstraat 43, ON 0463.999.894, beklaagde, eiseres, beiden met als raadsman mr. Jana Allard, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 20 februari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat de herkenning door de verbalisanten een bijzondere bewijswaarde heeft; zij gaven enkel aan dat zij de eiser meenden te herkennen als bestuurder; dit betreft een loutere interpretatie door de verbalisanten; de identiteit van de eiser werd niet vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld een identiteitskaart; de vaststellingen hebben niet de waarborgen van waarachtigheid die zijn vereist om een strafrechtelijke veroordeling te kunnen rechtvaardigen; in hun appelconclusie hebben de eisers met onder meer een verwijzing naar de verklaring van M.B., die aangaf bestuurder geweest zijn van dit voertuig en dat de eiser slechts passagier was, de bewijswaarde van de vaststellingen door de verbalisanten betwist; op dit specifieke verweer wordt niet geantwoord; het bestreden vonnis beantwoordt evenmin de aanvoering van de eisers dat uit de camerabeelden het tegendeel van de vaststellingen blijkt; het onderzoek werd enkel à charge gevoerd; op herhaalde vragen naar bijkomend onderzoek onder meer voor wat betreft het bekijken van andere camerabeelden, is niet geantwoord.
- Uit artikel 149 Grondwet volgt voor de rechter de verplichting een in een regelmatig ingediende conclusie ontwikkeld verweer te beantwoorden. Uit die bepaling volgt niet dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat louter tot staving van een verweer is aangevoerd, zonder evenwel een afzonderlijk verweer te vormen.
- Volgens artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet stellen de overheidspersonen die aangewezen zijn om toezicht te houden op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.
- Deze bijzondere bewijswaarde strekt zich uit tot alle materiële vaststellingen die de verbalisanten zelf verrichten bij een overtreding, zoals bijvoorbeeld hun herkenning van een persoon als bestuurder van een voertuig.
- Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of de vaststellingen van de verbalisanten wel voldoende waarborgen bieden op het vlak van betrouwbaarheid.
- Het staat evenzeer aan de rechter onaantastbaar te oordelen of de overtreder slaagt in de weerlegging van de bijzondere bewijswaarde van de vaststellingen, waarvan de rechter heeft geoordeeld dat ze voldoende waarborgen bieden op het vlak van betrouwbaarheid.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - op 7 november 2023 hield de politie verkeerstoezicht op de (…); - de politie reed van Kampenhout richting Mechelen; - er was op dat ogenblik traag rijdend verkeer; - de politie kruiste een voertuig Mercedes waarbij ze zagen dat er één persoon in het voertuig zat en ze herkenden hierbij de eiser als bestuurder; - de eiser droeg op dat ogenblik een grijze sweater met donkere opdruk en een felgele pet; - de politie wist dat de eiser een lopend rijverbod had, keerde de combi om en zette de achtervolging in; - de politie trof uiteindelijk de eiser wandelend aan, in de bewuste klederdracht, langs de kant van de (…) ter hoogte van de firma S.; - op de parking van deze firma werd de bewuste Mercedes aangetroffen met een nog warme motorkap; - de eiser beweerde dat hij niet met het voertuig reed, maar wenste ondanks hem werd gevraagd wie er dan wel met het voertuig reed, die vraag niet te beantwoorden, - de eiser weigerde de autosleutels af te geven, maar bij een fouille werden ze op de eiser aangetroffen; - de eiser ging tot tweemaal toe niet in op uitnodigingen tot verhoor en kon pas na een derde uitnodiging, namelijk op 22 december 2023, worden verhoord; - hij verklaarde toen dat ene M.B. had gereden; - de vaststellingen van de politie zijn duidelijk: de eiser werd formeel herkend door de politie terwijl hij zijn voertuig bestuurde; - de materiële vaststellingen gedaan door de politie op 7 november 2023 bieden voldoende waarborgen op het vlak van juistheid en nauwkeurigheid om er de bewijskracht, lees bewijswaarde, aan toe te kennen; - de eiser betwist niet op geloofwaardige wijze dat er stapvoets verkeer was waardoor de politie hem goed kon herkennen en zij de tijd hadden om in de wagen te kijken zodat kon worden vastgesteld dat er slechts één persoon aanwezig was in de wagen; - de door de eiser bijgebrachte elementen kunnen de rechtbank niet overtuigen; - de politie kende de eiser goed genoeg om hem op zicht te herkennen en hij voldeed aan de persoonsbeschrijving; - hij werd ter plaatse aangetroffen in de onmiddellijke nabijheid van zijn wagen die nog maar net was geparkeerd; - de eiser is te zien op de camerabeelden waar hij de wagen parkeert, uitstapt en het op een lopen zet; - ook het gegeven dat M.B. zou rijden, is niet geloofwaardig; - aan de eiser werd ter plaatse meermaals gevraagd wie er dan wel reed, maar de eiser weigerde halsstarrig te antwoorden; - daarenboven zou volgens de later gegeven uitleg M.B. stenen hebben gewisseld bij de firma S., maar deze persoon is niet gekend in het klantenbestand van deze firma; - het verhaal dat deze man zou hebben gereden, werd pas op 22 december 2023, meer dan één maand na de feiten, aan de politie meegedeeld, wat doet vermoeden dat de eiser zich nog diende te organiseren om iemand te overtuigen mee te werken aan dit verhaal; - op het ogenblik van de feiten stond niets de eiser in de weg om de naam van een andere mogelijke bestuurder te noemen, maar de eiser deed dit pertinent niet.
- Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de vaststellingen van de verbalisanten voldoende waarborgen bieden op het vlak van betrouwbaarheid zodat er bewijswaarde kan aan worden gehecht en dat de eiser niet erin slaagt het tegendeel aan te tonen van die vaststellingen met een bijzondere bewijswaarde. Met die redenen beantwoorden de appelrechters ook het door het middel bedoelde verweer, zonder dat ze dienden in te gaan op elk argument dat tot staving van dit verweer werd aangevoerd, maar dat evenwel geen afzonderlijk verweer vormde. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM, de artikelen 13 en 149 Grondwet en de artikelen 203, 204 en 210 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de appelrechters niet gevat zijn met betrekking tot de in de appelconclusie aangevoerde grief dat de strafvordering onontvankelijk was en het recht van verdediging van de eisers werd miskend omdat de eiser omwille van medische redenen niet aanwezig kon zijn bij de behandeling voor de eerste rechter en hij zo een aanleg heeft verloren; de eisers hebben de schuld en de strafmaat betwist en een procedurele grief heeft een impact op de schuld en op de straf; een te enge interpretatie van de grievenverplichting tast het recht van verdediging en het recht van toegang tot de rechter van de eiser aan, die in de gevangenis verbleef en zich dus in een kwetsbare positie bevond.
- Het middel preciseert niet op welke wijze het bestreden vonnis artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Artikel 6.2 EVRM is vreemd aan de aangevoerde grief.
- Volgens artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering dient de appellant op straffe van verval van het hoger beroep binnen de beroepstermijn ter griffie een verzoekschrift in te dienen dat nauwkeurig de grieven bepaalt die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven.
- Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt.
- Het overeenkomstig artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering door de Koning bij besluit van 18 februari 2016, zoals gewijzigd bij besluit van 23 november 2017, vastgesteld model van het grievenformulier bevat naast onder meer de rubrieken Schuld en Straf en/of maatregel ook een rubriek Procedure (bevoegdheid, verjaring, rechten van verdediging, e.a.).
- Een appellant die aanvoert dat het appelgerecht de strafvordering onontvankelijk moet verklaren wegens miskenning van zijn recht van verdediging en zijn recht op een eerlijk proces omdat hij omwille van medische redenen niet persoonlijk aanwezig kon zijn noch werd vertegenwoordigd en zo een aanleg heeft verloren, beoogt om procedurele redenen een hervorming van de beroepen beslissing op dit punt. Indien hij wil dat het appelgerecht zich daarover uitspreekt, moet hij een procedurele grief aanvoeren.
- Uit de loutere aankruising in het appelgrievenformulier van de rubrieken Schuld en Straf en/of maatregel volgt niet dat de appellant elke beslissing op procedureel vlak die een impact heeft of kan hebben op de beslissing over de schuld of de straf als grief aanvoert. Dit zou immers betekenen dat de rubriek Procedure zinledig is.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het appelgrievenformulier werd niet door de eiser zelf ingediend, maar door zijn raadsman en door die raadsman ondertekend. De hechtenistoestand van de eiser en de daaruit afgeleide kwetsbare positie van de eiser kan dan ook geen reden zijn om de nauwkeurigheidsvereiste betreffende het aanvoeren van grieven minder streng in te vullen.
- De beslissing dat aangezien de eiser in het grievenformulier geen grief met betrekking tot de procedure heeft opgeworpen, het appelgerecht geen saisine heeft om kennis te nemen van de door de eiser aangevoerde niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis stelt weliswaar vast dat het voertuig was ingeschreven op naam van de eiseres, maar het spreekt zich niet uit over de aangevoerde eigendomsoverdracht van het voertuig aan de zus van de eiser en dat dus op het ogenblik van de verbeurdverklaring de eiseres geen eigenaar meer was; de beslissing is dan ook niet regelmatig gemotiveerd.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat het voertuig is ingeschreven op naam van de eiseres, die dan ook administratief verantwoordelijk is voor de wagen. Daarmee beantwoordt en verwerpt het bestreden vonnis de aanvoering dat er een geldige eigendomsoverdracht zou hebben plaatsgevonden aan de zus van de eiser. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170201.9 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231011.2F.14 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div