id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:
Art. 162
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 194
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Herroeping van het probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleven van voorwaarden - Herroeping tijdens de procedure wegens een nieuwe veroordeling - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 162
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 194
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0457.N J. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering
- Artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder veroordelend vonnis uitgesproken tegen een beklaagde hem verwijst in de kosten. Die bepaling is volgens artikel 194 Wetboek van Strafvordering ook van toepassing op de correctionele rechtbank en volgens artikel 211 Wetboek van Strafvordering ook in hoger beroep.
- Een veroordeling van de beklaagde tot betaling van de kosten van de strafvordering vereist in beginsel een veroordeling.
- De rechter die vaststelt dat een vordering tot herroeping van probatie-uitstel bij toepassing van artikel 14, § 2, Probatiewet geen voorwerp meer heeft gelet op de herroeping van rechtswege van dit probatie-uitstel bij toepassing van artikel 14, § 1, Probatiewet, spreekt tegen de gedaagde tot herroeping van het probatie-uitstel geen veroordeling uit. De rechter kan die gedaagde dan ook niet veroordelen tot de kosten van de strafvordering.
- Het arrest stelt vast dat de vordering tot herroeping van het bij vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 29 maart 2022 toegekende probatie-uitstel geen voorwerp meer heeft gelet op de herroeping van rechtswege van het met dit vonnis toegekende probatie-uitstel door het vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen van 25 september 2024 waarbij de eiser werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar voor onder meer feiten die werden gepleegd tijdens de proeftijd.
- Aangezien het arrest tegen de eiser geen veroordeling uitspreekt, kan het de eiser niet veroordelen tot de kosten van de strafvordering van de procedure in eerste aanleg door bevestiging van het beroepen vonnis, noch tot de kosten van de procedure in hoger beroep. De vaststelling door het arrest dat de niet-naleving van de probatievoorwaarden aan de eiser te wijten was, kan in deze zaak de kostenveroordeling van de eiser niet verantwoorden. Het arrest schendt dan ook de voormelde bepalingen. Middel
- Het middel behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de eiser veroordeelt tot de kosten van de procedure in eerste aanleg door bevestiging van het beroepen vonnis en tot de kosten van de procedure in hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div