id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.26 Rolnummer: P.25.0783.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-20 Raadplegingen: 422 - laatst gezien 2026-06-18 03:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet tegen de vaststelling dat een gebrekkige talenkennis van een veroordeelde het psychosociaal onderzoek belemmert en tegen het betrekken van dit gegeven bij de beoordeling van het voorhanden zijn van tegenaanwijzingen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Verzoek om een modaliteit toe te kennen - Tegenaanwijzingen - Gebrekkige talenkennis van de veroordeelde Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0783.N B. M., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Katrien Van Der Straeten, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het vonnis wijst eisers verzoek af om hem bij toepassing van artikel 59 Wet Strafuitvoering uitgaansvergunningen en penitentiair verlof toe te kennen.
- Een dergelijke beslissing valt niet onder de in artikel 96 Wet Strafuitvoering op beperkende wijze opgesomde beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank waartegen cassatieberoep openstaat. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis grondt de afwijzing van het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit in wezen enkel op de vaststelling dat de eiser de feiten ontkent waarvoor hij werd veroordeeld en dat zijn familie hem daarin zou volgen, wat geen wettelijk bepaalde tegenaanwijzing is; het vonnis gaat volledig voorbij aan het uit het dossier blijkend gegeven dat de eiser bereid is om een begeleiding te volgen, de relatie tussen de eiser en zijn dochter is hersteld en de dochter van de eiser meermaals bij hem op bezoek kwam; voor het overige vermeldt het vonnis volstrekt irrelevante dingen, zoals het taalniveau van de eiser; een werkelijk risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten is onbestaande, minstens kan daaraan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
- Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet tegen de vaststelling dat een gebrekkige talenkennis van een veroordeelde het psychosociaal onderzoek belemmert en tegen het betrekken van dit gegeven bij de beoordeling van het voorhanden zijn van tegenaanwijzingen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis stelt weliswaar de ontkenning vast door de eiser van de feiten waarvoor hij werd veroordeeld, maar het neemt die ontkenning niet aan als een zelfstandige tegenaanwijzing die de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit belet. Het betrekt de ontkenning door de dader en het gegeven dat de hele familie voorhoudt dat de feiten nooit zijn gebeurd wel bij de vaststelling dat er van het gezin geen controle en sturing kan worden verwacht en het oordeel over het voorhanden zijn van het risico op het plegen van nieuwe strafbare ernstige feiten. De aangenomen tegenaanwijzing is bovendien ook gesteund op de negatieve maatschappelijke enquête voor een bewoning in Brussel, het niet kunnen voorleggen van een bewijs van tewerkstelling en het door het UFC Antwerpen verleende advies dat een cultuur-sensitieve begeleiding moet worden opgestart bij voorkeur in de moedertaal van de eiser, zonder dat die begeleiding is geconcretiseerd. In zoverre berust het middel op een onvolledige lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div