id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.10 Rolnummer: C.24.0166.N Zaak: ALB FASTENERS bv contra OPTIMCO nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-07-22 Raadplegingen: 910 - laatst gezien 2026-06-17 20:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.10 Fiches 1 - 2 Het bedrog van de verzekerde of de verzekeringnemer waardoor de driejarige verjaringstermijn van de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde of de verzekeringnemer pas aanvangt zodra de verzekeraar het bedrog ontdekt, betreft het voor de verzekeraar verbergen van de grond van zijn verhaal; de verzekeraar die, vooraleer hij de benadeelde betaalt, de door de verzekerde of verzekeringnemer verborgen gehouden grond van het verhaal ontdekt, kan zijn regresvordering tegen de verzekerde of verzekeringnemer richten binnen een verjaringstermijn van drie jaar die aanvangt vanaf zijn betaling aan de benadeelde
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Regresvordering verzekeraar - Bedrog - Verzekeringsnemer - Verjaring - Termijn - Aanvang Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 88, § 3 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Aanvang - Regresvordering verzekeraar - Bedrog - Verzekeringsnemer - Aanvang Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 88, § 3 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0166.N ALB FASTENERS bv, met zetel te 8550 Zwevegem, Esserstraat 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0876.863.172, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen OPTIMCO nv, met zetel te 2610 Antwerpen, Sneeuwbeslaan 14, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0862.475.005, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 januari
- Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 19 mei 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Artikel 88, § 3, Wet Verzekeringen bepaalt dat de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog.
- Het bedrog van de verzekerde of de verzekeringnemer waardoor de driejarige verjaringstermijn van de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde of de verzekeringnemer pas aanvangt zodra de verzekeraar het bedrog ontdekt, betreft het voor de verzekeraar verbergen van de grond van zijn verhaal. De verzekeraar die, vooraleer hij de benadeelde betaalt, de door de verzekerde of verzekeringnemer verborgen gehouden grond van het verhaal ontdekt, kan zijn regresvordering tegen de verzekerde of verzekeringnemer richten binnen een verjaringstermijn van drie jaar die aanvangt vanaf zijn betaling aan de benadeelde. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
- Het is niet tegenstrijdig te oordelen, eensdeels, dat in het raam van de uitzondering wegens bedrog uit artikel 88, § 3, Wet Verzekeringen, de eiseres niet gepoogd heeft haar eventuele opzettelijke verzwijging bedrieglijk verborgen te houden voor de verweerster zodat de wettelijke uitzondering niet van toepassing is en, anderdeels, dat de eiseres bij het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst opzettelijk heeft verzwegen dat J.O. minstens ook een gebruikelijke bestuurder van het voertuig Mercedes was. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde overeenkomstig artikel 88, § 3, Wet Verzekeringen verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog; - deze regel logisch is omdat de verzekeraar pas een verhaal kan instellen en dus sommen kan terugvorderen van zijn verzekerde nadat hij zelf die sommen aan de benadeelde heeft betaald; - gezien het doel van artikel 88, § 3, Wet Verzekeringen, inclusief de uitzondering, deze bepaling geenszins zo geïnterpreteerd kan worden dat in geval van bedrog de verzekeringnemer vroeger bevrijd zou zijn van haar verplichting tot terugbetaling dan diegene die geen bedrog pleegt.
- Met deze redenen geeft de appelrechter te kennen dat de driejarige verjaringstermijn voor de regresvordering van de verzekeraar, bij bedrog van de verzekeringnemer, niet eerder aanvangt dan met de betaling aan de benadeelde. In zoverre het middel aanvoert dat de vaststellingen van de appelrechter het Hof niet in staat stellen zijn wettelijke controle uit te oefenen, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de koten voor de eiseres op 1.077,57 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 20 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div