id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.13 Rolnummer: C.24.0187.N Zaak: R. contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht - Insolventierecht Invoerdatum: 2025-07-22 Raadplegingen: 741 - laatst gezien 2026-06-18 18:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.13 Fiches 1 - 2 De verjaring van rechtsvorderingen tegen zaakvoerders, bestuurders, commissarissen, vereffenaars wegens verrichtingen in verband met hun taak begint te lopen van zodra de verrichtingen niet meer verborgen worden gehouden en de benadeelde derhalve in de mogelijkheid verkeert deze te kennen; die kennis slaat op alle omstandigheden die vereist zijn voor het instellen van voormelde rechtsvorderingen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Rechtsvorderingen en verjaring - Rechtsvorderingen tegen zaakvoerders, bestuurders, commissarissen, vereffenaars wegens verrichtingen in verband met hun taak - Aanvang - Kennis van de benadeelde - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 198, § 1, vierde streepje - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Aanvang - Rechtsvorderingen tegen zaakvoerders, bestuurders, commissarissen, vereffenaars wegens verrichtingen in verband met hun taak - Kennis van de benadeelde - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 198, § 1, vierde streepje - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Fiches 3 - 4 Vereist is dat de in artikel 265, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen bedoelde kennelijke grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement zonder dat een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de kennelijk grove fout en het faillissement is vereist; het feit dat de handeling die als kennelijk grove fout wordt gekwalificeerd, dateert van na de datum van staking van betaling zoals deze bij het faillissementsvonnis of een navolgend vonnis werd vervroegd, sluit niet uit dat deze handeling heeft bijgedragen tot het faillissement
(1).
(1)Artikel 265, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing vóór de opheffing bij Wet van 11 augustus
- Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Vrije woorden: Faillissement - Aansprakelijkheid van zaakvoerders of gewezen zaakvoerders alsmede van alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap - Kennelijk grove fout - Begrip - Handeling die dateert van na de staking van betaling - Invloed Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 265, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - ALLERLEI Vrije woorden: Faillissement - Aansprakelijkheid van zaakvoerders of gewezen zaakvoerders alsmede van alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap - Kennelijk grove fout - Begrip - Handeling die dateert van na de staking van betaling - Invloed Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 265, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0187.N
- F.R.,
- M.R., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- K.B., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de Exploitatie Maatschappij Forabel bv,
- P.V.R., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de Exploitatie Maatschappij Forabel bv, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 oktober
- Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 22 mei 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 198, § 1, vierde streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing, verjaren door verloop van vijf jaren alle rechtsvorderingen tegen zaakvoerders, bestuurders, commissarissen, vereffenaars wegens verrichtingen in verband met hun taak, te rekenen van die verrichtingen of, indien ze met opzet verborgen zijn gehouden, te rekenen van de ontdekking. Uit die wetsbepaling volgt dat de verjaring begint te lopen van zodra de verrichtingen niet meer verborgen worden gehouden en de benadeelde derhalve in de mogelijkheid verkeert deze te kennen. Die kennis slaat op alle omstandigheden die vereist zijn voor het instellen van voormelde rechtsvorderingen.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - er van bij het openvallen van het faillissement tussen de bestuurders en de curatoren heel wat briefwisseling is geweest in verband met het overmaken van de boekhouding; - uit de voorliggende stukken blijkt dat de curatoren aanvankelijk slechts beschikten over “een zeer beperkte boekhouding” gevoerd tot 31 december 2013 en slechts in november 2017 in bezit gesteld werden van een volledige en bijgewerkte boekhouding; - de briefwisseling die de curatoren met de opeenvolgende raadslieden van de eisers hebben gevoerd duidelijk maakt dat er herhaaldelijk vanwege de curatele vraag is geweest naar de onderliggende boekhoudkundige stukken en dat uit het nalaten hieraan gevolg te geven een opzet vanwege de eisers kan worden afgeleid om de volledige boekhouding ter beschikking te stellen; - de eisers met opzet boekhoudkundige stukken hebben achtergehouden en slechts na herhaaldelijk aandringen van de curatoren zijn overgegaan tot het aanleveren van de gevraagde stukken; - het meedelen van de integrale boekhouding expliciet werd gevraagd in de brieven van de curatele aan de opeenvolgende raadslieden van de eisers gedateerd op 22 april 2015, 28 april 2015, 29 oktober 2015, 8 december 2015, 8 april 2016, 25 mei 2016, 25 augustus 2016, 31 mei 2017 en 10 november 2017; - wat betreft de afboeking van het debetsaldo rekening-courant 498001 RC R. ten bedrage van 702.514,26 euro op het einde van het boekjaar 2012, als zijnde dubieus door de eisers geen verklaring wordt gegeven; - de curatoren terecht aanvoeren dat sprake is van een bewust achterhouden van de nodige boekhoudkundige stukken, hetgeen de curatoren heeft belemmerd hun vordering in te stellen; - slechts bij de ontdekking van deze stukken ten tijde van de overhandiging van de integrale boekhouding op 30 november 2017 de verjaringstermijn is beginnen lopen; - de dagvaarding die dateert van 6 april 2020 dus tijdig werd uitgebracht.
- Met deze redenen geven de appelrechters te kennen dat de verweerders aan de hand van de boekhoudkundige stukken waarvan zij aanvankelijk in het bezit waren, de fouten niet hadden kunnen ontdekken en verantwoorden zij naar recht hun beslissing dat slechts bij de overhandiging van de integrale boekhouding op 30 november 2017 de verjaringstermijn is beginnen lopen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Derde onderdeel
- Artikel 265, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing, bepaalt dat indien bij faillissement van de vennootschap de schulden de baten overtreffen, zaakvoerders of gewezen zaakvoerders, alsmede alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden verklaard voor het geheel of een deel van de schulden van de vennootschap ten belope van het tekort, indien komt vast te staan dat een door hen begane, kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement. Vereist is dat de in voormelde wetsbepaling bedoelde kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement zonder dat een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de kennelijk grove fout en het faillissement is vereist.
- Het feit dat de handeling die als kennelijk grove fout wordt gekwalificeerd, dateert van na de datum van staking van betaling zoals deze bij het faillissementsvonnis of een navolgend vonnis werd vervroegd, sluit niet uit dat deze handeling heeft bijgedragen tot het faillissement.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - bij vonnis van 21 april 2015 van de voormalige rechtbank van koophandel Antwerpen, afdeling Turnhout, Forabel failliet werd verklaard; - bij vonnis van 18 oktober 2016 bevestigd bij arrest van 15 november 2018 de datum van staking van betaling in het faillissement Forabel werd teruggesteld tot 21 oktober 2014; - na de opzegging van de kredieten en in de verdachte periode op 12 respectievelijk 19 december 2014 nog een bedrag van 95.000 euro werd overgeschreven aan elk van de eisers geboekt in rekening-courant vennoten 48200; - nadat de kredieten van de vennootschap zijn opgezegd en deze de facto in staat van faillissement verkeerde, het van onzorgvuldig beheer getuigt om via boekingen in rekening-courant nog een bedrag van 95.000 euro voor ieder van de bestuurders te bestemmen zonder enige economische verantwoording; - deze opnames in rekening-courant slechts enkele maanden voor de faillietverklaring aan de zijde van de bestuurders kennelijk grove fouten uitmaken die hebben bijgedragen tot het faillissement.
- Met deze redenen verantwoorden de appelrechters naar recht hun oordeel dat de opnames in rekening-courant op 12 en 19 december 2014 hebben bijgedragen tot het faillissement van Forabel. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 671,12 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 20 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div