← België

BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra MAGAP bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.14 Rolnummer: F.23.0119.N Zaak: BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra MAGAP bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-07-22 Raadplegingen: 448 - laatst gezien 2026-06-15 11:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.14 Fiches 1 - 2 Artikel 67ter, § 1, WIB92 maakt voor de vaststelling van het aantal in dienst zijnde personeelsleden geen onderscheid tussen voltijdse en deeltijdse werknemers

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Andere aftrekbare posten Vrije woorden: Vrijstelling bijkomend tewerkgesteld personeel - Aantal in dienst zijnde personeelsleden - Berekening Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 67ter, § 1 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Allerlei Vrije woorden: Vrijstelling bijkomend tewerkgesteld personeel - Aantal in dienst zijnde personeelsleden - Berekening Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 67ter, § 1 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0119.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de algemene administratie van de fiscaliteit, sector KMO Brussel 1, vertegenwoordigd door de adviseur-generaal-centrumdirecteur, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3401, eiser, tegen MAGAP bv, met zetel te 1000 Brussel, Zaterdagplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0832.750.047, verweerster, met als raadsman mr. Gaëtan Van Elder, advocaat bij de balie Waals-Brabant, met kantoor te 1380 Lasne, rue des Saules 13, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 oktober
  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 6 maart 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 67ter, § 1, WIB92 worden winst en baten van belastingplichtigen die op 31 december 1997 of aan het einde van het jaar waarin de uitoefening van hun beroep is aangevangen, als die op een latere datum is begonnen, minder dan elf werknemers, in de zin van artikel 30, 1°, tewerkstellen, vrijgesteld tot een bedrag gelijk aan 3720 euro per in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheid, waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan 90,32 of 11,88 euro. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, dit bedrag van het bruto dag- of uurloon verhogen tot 100 of 13 euro.
  3. Dit artikel maakt voor de vaststelling van het aantal in dienst zijnde personeelsleden geen onderscheid tussen voltijdse en deeltijdse werknemers.
  4. De appelrechter die oordeelt dat bij de vaststelling van het aantal in dienst zijnde personeelsleden de deeltijdse arbeid moet worden bepaald op grond van het aantal gepresteerde uren in vergelijking met de normale arbeidsduur van een voltijdse werknemer, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond.
  5. De verweerster verzoekt het Hof om volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen: “Is artikel 67ter van het WIB92 in overeenstemming met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, waarin de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie zijn neergelegd, aangezien de interpretatie van artikel 67ter van het WIB92 twee verschillende situaties – voltijdse en deeltijdse werknemers – op dezelfde wijze lijkt te behandelen zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging?” De verweerster verduidelijkt niet op welke wijze voltijdse en deeltijdse werknemers zelf gediscrimineerd zouden worden door de betrokken regelgeving. De voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof is onvoldoende precies en dient bijgevolg niet te worden gesteld. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest en in openbare rechtszitting van 20 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.