← België

BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.6 Rolnummer: F.23.0090.N Zaak: BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra R. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-07-22 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-06-15 14:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Uit de tekst van artikel 357, 5°, WIB92 volgt dat een subsidiaire aanslag kan worden gevestigd op naam van de vereffenaar van een rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten is, in die hoedanigheid, of bij ontstentenis daarvan, de personen die beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 WVV, gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 WVV, gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de bekendmaking van de sluiting van de vereffening; hieruit volgt dat na het verstrijken van de voormelde termijn geen subsidiaire aanslag meer kan gevestigd worden op de vereffenaar die vanaf dat ogenblik geen gelijkgestelde belastingplichtige meer is

(1).
(1)Het Hof komt aldus terug op de arresten van 25 november 2022 (F.22.0022.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.3) en 24 februari 2023 (F.22.0095.N). Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: Vereffenaar van een rechtspersoon - Gesloten vereffening - Subsidiaire aanslag - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 357 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0090.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur KMO Centrum Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, Gustave Vincke-Dujardinstraat 4, eiser, tegen P.R., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van Admiral nv, verweerder, met als raadsman mr. Alexander Delafontaine, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8020 Oostkamp, Hertsbergsestraat
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 december
  2. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Artikel 356, eerste lid, WIB92 bepaalt dat wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing op de rol ingeschreven blijft. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Overeenkomstig artikel 357, 5°, WIB92 worden voor de toepassing van artikel 356 WIB92 de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 WVV, gedurende de periode bepaald in artikel 2:143 van hetzelfde Wetboek, met dezelfde belastingschuldige gelijkgesteld. Krachtens artikel 2:143 WVV verjaren door verloop van vijf jaren alle rechtsvorderingen tegen de vereffenaars als zodanig, of bij ontstentenis van vereffenaars, tegen de personen die krachtens artikel 2:85 als vereffenaars worden beschouwd, te rekenen van de bekendmaking van de sluiting van de vereffening.
  4. Uit de tekst van artikel 357, 5°, WIB92 volgt dat een subsidiaire aanslag kan worden gevestigd op naam van de vereffenaar van een rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten is, in die hoedanigheid, of bij ontstentenis daarvan, de personen die beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 WVV, gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 WVV, gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de bekendmaking van de sluiting van de vereffening. Hieruit volgt dat na het verstrijken van de voormelde termijn geen subsidiaire aanslag meer kan gevestigd worden op de vereffenaar die vanaf dat ogenblik geen gelijkgestelde belastingplichtige meer is.
  5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - bij beslissing van de bijzondere algemene vergadering van Admiral nv van 21 december 2011 de vennootschap werd ontbonden en in vereffening gesteld; - bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Oostende van 12 januari 2012 de benoeming van de verweerder als vereffenaar van Admiral nv werd bevestigd; - bij beslissing van de algemene vergadering van 8 oktober 2012, gepubliceerd op 23 oktober 2012 de vereffening werd gesloten; - op 25 januari 2013 de aanslag in de roerende voorheffing voor aanslagjaar 2010 met kohierartikel 336001 gevestigd werd, en op 11 februari 2013 de aanslag in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2011 met kohierartikel 83412474; - de betrokken aanslagen bij arrest van het hof van beroep te Gent van 30 juni 2020 nietig werden verklaard aangezien ze werden gevestigd op naam van Admiral nv nadat deze vennootschap had opgehouden te bestaan en aan de Belgische Staat de mogelijkheid werd gegeven om toepassing te maken van artikel 356 WIB92; - een subsidiaire aanslag in de roerende voorheffing voor aanslagjaar 2010 en een subsidiaire aanslag in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2013 ten aanzien van de verweerder in zijn hoedanigheid van vereffenaar van Admiral nv aan de verweerder werden betekend op 15 december 2020 met dagvaarding om te verschijnen; - het verzoekschrift tot geldig- en invorderbaarverklaring van deze twee subsidiaire aanslagen ook werd neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 14 december
  6. Vervolgens stellen de appelrechters vast en oordelen zij dat: - waar de partijen voorhouden dat niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 357, 5°, WIB92, omdat dit artikel niet toelaat een subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar te vestigen buiten de termijn van vijf jaar na bekendmaking van de sluiting van de vereffening, zij moeten worden gevolgd; - artikel 2:143 WVV bepaalt, net zoals zijn voorganger artikel 198, § 1, derde streepje, Wetboek van Vennootschappen, dat de vennootschap nog gedurende vijf jaar na de bekendmaking van de sluiting van de vereffening in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad door haar schuldeisers kan worden aangesproken in de persoon van haar vereffenaar; - de bekendmaking van de sluiting van de vereffening van Admiral nv werd gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad op 23 oktober 2012 en de periode bedoeld in artikel 2:143 WVV dus verliep op 22 oktober 2017; - op grond van artikel 357, 5°, WIB92 voor de toepassing van artikel 356 WIB92 met dezelfde belastingschuldige wordt gelijkgesteld, de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening is gesloten gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 WVV; - de toevoeging van de periode van vijf jaar voorzien in artikel 2:143 WVV aan artikel 357, 5°, WIB92 niet kan worden genegeerd; - uit artikel 357, 5°, WIB92 volgt dat de vereffenaar van een rechtspersoon waarvan de vereffening is gesloten, slechts als een gelijkgestelde belastingschuldige kan worden beschouwd gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 WVV; - deze periode is verlopen op 22 oktober 2017, als gevolg waarvan de vereffenaar na die datum niet meer als een gelijkgestelde belastingschuldige kan worden beschouwd voor de toepassing van artikel 356 WIB92; - tot dit resultaat moet worden gekomen op eender welke wijze artikel 357, 5°, WIB92 wordt gelezen en de eventuele bedoeling van de wetgever niet kan primeren op de duidelijke tekst van de wet; - uit artikel 357, 5°, WIB92 op geen enkele wijze volgt dat het de datum van vestiging van de initiële aanslag is die bepaalt of de subsidiaire aanslag kan worden opgemaakt op grond van dit artikel, vermits dit artikel enkel bepaalt wie als gelijkgestelde belastingplichtige voor de toepassing van artikel 356 WIB92 kan worden beschouwd; - in de lezing van de administratie de toevoeging aan artikel 357, 5°, WIB92 van de periode van vijf jaar voorzien in artikel 2:143 WVV geen enkele zin zou hebben; - de mogelijkheid bepaald in artikel 356 WIB92 werd toegepast volgend op het arrest van het hof van beroep van 30 juni 2020, dit is na 22 oktober 2017, als gevolg waarvan de vereffenaar niet als een gelijkgestelde belastingschuldige kan worden beschouwd en in deze omstandigheden geen subsidiaire aanslag op grond van artikel 357, 5°, juncto artikel 356 WIB92 mogelijk is.
  7. De appelrechters die op grond van deze reden de vordering van de eiser tot geldig-en invorderbaarverklaring van de subsidiaire aanslagen afwijzen, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 196,67 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 20 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250620.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221125.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.