← België

PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.18 Rolnummer: P.25.0484.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-07-01 Raadplegingen: 479 - laatst gezien 2026-06-16 01:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Uit de samenlezing van de artikelen 11, tweede lid, 12, eerste lid, en 16, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken volgt dat indien in het kader van een door het tweetalig parket Brussel gevoerd opsporingsonderzoek een proces-verbaal bij toepassing van artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken betreffende een verkeersovertreding wegens de noodwendigheden van de zaak in het Frans werd opgesteld, er vervolgens een door artikel 67ter, tweede lid, Wegverkeerswet bedoelde vraag om inlichtingen in het Frans werd verstuurd aan de rechtspersoon-kentekenplaathoudster met zetel in de Brusselse agglomeratie en er ten slotte een dergelijke vraag om inlichtingen wordt verstuurd aan de voor de rechtspersoon verantwoordelijke natuurlijke persoon, die zijn woonplaats heeft in het Nederlandse taalgebied, die vraag om inlichtingen in het Nederlands mag worden opgesteld. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Vrije woorden: Brusselse agglomeratie - Tweetalig parket Brussel - Opsporingsonderzoek - Wegverkeer - Aanvankelijk proces-verbaal wegens de noodwendigheden opgesteld in het Frans - Artikel 67ter Wegverkeerswet - Rechtspersoon met zetel in Brusselse agglomeratie - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de rechtspersoon-kentekenplaathoudster in het Frans - De voor de rechtspersoon verantwoordelijke natuurlijke persoon met woonplaats in het Nederlandse taalgebied - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de natuurlijke persoon opgesteld in het Nederlands - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 11, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 12, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 16, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Vrije woorden: Taal - Brusselse agglomeratie - Tweetalig parket Brussel - Opsporingsonderzoek - Wegverkeer - Aanvankelijk proces-verbaal wegens de noodwendigheden opgesteld in het Frans - Artikel 67ter Wegverkeerswet - Rechtspersoon met zetel in Brusselse agglomeratie - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de rechtspersoon-kentekenplaathoudster in het Frans - De voor de rechtspersoon verantwoordelijke natuurlijke persoon met woonplaats in het Nederlandse taalgebied - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de natuurlijke persoon opgesteld in het Nederlands - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 11, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 12, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 16, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Taal - Brusselse agglomeratie - Tweetalig parket Brussel - Opsporingsonderzoek - Wegverkeer - Aanvankelijk proces-verbaal wegens de noodwendigheden opgesteld in het Frans - Artikel 67ter Wegverkeerswet - Rechtspersoon met zetel in Brusselse agglomeratie - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de rechtspersoon-kentekenplaathoudster in het Frans - De voor de rechtspersoon verantwoordelijke natuurlijke persoon met woonplaats in het Nederlandse taalgebied - Vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aan de natuurlijke persoon opgesteld in het Nederlands - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 11, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 12, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 16, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0484.N PROCUREUR DES KONING TE BRUSSEL, eiser, tegen T. D.-M., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 27 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat elke opsporingshandeling waaronder het verzoek om inlichtingen als bedoeld door artikel 67ter Wegverkeerswet moet worden opgesteld in de taal waarin het proces-verbaal van de verkeersovertreding is opgesteld; die regel wordt niet toegepast op een opsporingsonderzoek dat wordt gevoerd voor het tweetalig parket Brussel; eigen aan Brussel is dat de taal van het opsporingsonderzoek kan wijzigen gedurende dit onderzoek en dat de taal van het opsporingsonderzoek niet noodzakelijk de uiteindelijke proceduretaal is; aangezien bij het opstellen van het aanvankelijk proces-verbaal de kentekenplaathoudster van het voertuig waarmee de verkeersovertreding werd begaan een vennootschap was met zetel in Sint-Jans-Molenbeek werd gelet op het criterium van de noodwendigheden van de zaak dit proces-verbaal terecht in het Frans opgesteld; bij afwezigheid van een reactie door deze vennootschap werd het onderzoek verdergezet naar de zaakvoerder van deze vennootschap, zijnde de verweerster die vanaf dan werd verdacht van een inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet; deze verdachte was woonachtig in Vlaanderen, zodat volgens de noodwendigheden van de zaak de taal van het onderzoek dient te wijzigen naar het Nederlands; volgens artikel 16, § 1, Taalwet Gerechtszaken diende de verweerster te worden gedagvaard voor de Nederlandstalige politierechtbank Brussel, behoudens verzoek op grond van artikel 16, § 2, Taalwet Gerechtszaken; het verzoek om inlichtingen werd dan ook terecht in het Nederlands opgesteld; het is niet aanvaardbaar en strijdig met de ratio legis van de Taalwet Gerechtszaken dat in elk Franstalig opsporingsonderzoek van het tweetalig parket Brussel elk verzoek aan een eentalige Nederlandstalige lokale politiezone of andere overheid in het Frans zou moeten worden opgesteld, terwijl die overheden de documenten in het Nederlands moeten opstellen.
  3. Artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt de taal waarin processen-verbaal in de gemeenten van de Brusselse agglomeratie moeten worden opgesteld: het Nederlands of het Frans moet worden gebruikt naar gelang hij die er het voorwerp van is het Nederlands of het Frans gebruikt voor zijn verklaringen en bij afwezigheid van een dergelijke verklaring volgens de noodwendigheden van de zaak.
  4. Artikel 12, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt de taal die moet worden gebruikt voor ambtenaren van het openbaar ministerie voor hun daden van onderzoek en rechtsvervolging: dit is de taal waarin de wet voorziet voor de rechtbank waartoe zij behoren.
  5. Artikel 16, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt de taal die wordt gebruikt voor de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel, andere dan die bedoeld in artikel 15 van die wet, en voor de correctionele rechtbanken van dit gerechtelijk arrondissement: de rechtspleging wordt gevoerd in het Frans of in het Nederlands naargelang de verdachte woonachtig is in het Frans of in het Nederlands taalgebied; indien de verdachte woonachtig is in de Brusselse agglomeratie wordt de rechtspleging gevoerd in het Frans of het Nederlands al naargelang de taal waarvan de verdachte zich heeft bediend in het onderzoek of bij ontstentenis in het vooronderzoek en in alle andere gevallen volgens de noodwendigheden van de zaak.
  6. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat indien in het kader van een door het tweetalig parket Brussel gevoerd opsporingsonderzoek een proces-verbaal bij toepassing van artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken betreffende een verkeersovertreding wegens de noodwendigheden van de zaak in het Frans werd opgesteld, er vervolgens een door artikel 67ter, tweede lid, Wegverkeerswet bedoelde vraag om inlichtingen in het Frans werd verstuurd aan de rechtspersoon-kentekenplaathoudster met zetel in de Brusselse agglomeratie en er ten slotte een dergelijke vraag om inlichtingen wordt verstuurd aan de voor de rechtspersoon verantwoordelijke natuurlijke persoon, die zijn woonplaats heeft in het Nederlandse taalgebied, die vraag om inlichtingen in het Nederlands mag worden opgesteld.
  7. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de vraag om inlichtingen als bedoeld in artikel 67ter, tweede lid, Wegverkeerswet uitgaand van het tweetalig parket Brussel steeds in de taal van het proces-verbaal van overtreding moet worden opgesteld en vervolgens oordeelt dat die in het Nederlands opgestelde vraag om inlichtingen nietig is omdat het proces-verbaal van overtreding in het Frans was opgesteld, zodat bijgevolg de verweerster moet worden vrijgesproken, is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart en het de appelsaisine bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat een tiende van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 89,76 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 24 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.