← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - UITVOERINGSMODALITEITEN INTERNERING Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Weigering om mee te werken aan behandeling - Beëindiging van de opname met oog op overplaatsing - Instelling met nadruk op externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Weigering om mee te werken aan behandeling - Beëindiging van de opname met oog op overplaatsing - Instelling met nadruk op externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Artikel 5.1.e - Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Weigering om mee te werken aan behandeling - Beëindiging van de opname met oog op overplaatsing - Instelling met nadruk op externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Vrije woorden: Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Weigering om mee te werken aan behandeling - Beëindiging van de opname met oog op overplaatsing - Instelling met nadruk op externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 6 - 10 De artikelen 3, 5.1.e en 13 EVRM en artikel 19, tweede lid, Interneringswet verzetten zich evenmin ertegen dat in afwachting van de realisering van een dergelijke aan de toestand van de geïnterneerde meer aangepaste en met zijn wensen overeenkomende overplaatsing, de geïnterneerde tijdelijk wordt geplaatst in een inrichting die niet aangepast is aan zijn toestand; het staat aan de kamer voor bescherming van de maatschappij erop toe te zien dat de duur van een dergelijk verblijf beperkt blijft en dat de geïnterneerde binnen een redelijke termijn daadwerkelijk wordt geplaatst in de aan zijn toestand aangepaste voorziening en die redelijke termijn, die niet in absolute termen is uit te drukken, hangt onder meer af van de aard van de geestesziekte, de mogelijke behandelwijzen, de wijze waarop de geïnterneerde desgevallend in het verleden reeds werd behandeld, de wijze waarop de uitvoering van de internering in het verleden is verlopen, de beschikbaarheid van de voorzieningen die zijn gericht op de specifieke noden van de geïnterneerde en de bereidheid van de geïnterneerde om mee te werken met voorgestelde behandelingen; het Hof gaat na of de kamer uit haar vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen heeft afgeleid. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Internering - Uitvoering - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Overplaatsing - Tijdelijke plaatsing in instelling die niet aangepast is aan de toestand van geïnterneerde - Taak van de Kamer voor Bescherming van de Maatschappij - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - UITVOERINGSMODALITEITEN INTERNERING Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Uitvoering - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Overplaatsing - Tijdelijke plaatsing in instelling die niet aangepast is aan de toestand van geïnterneerde - Taak van de Kamer voor Bescherming van de Maatschappij - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Overplaatsing - Tijdelijke plaatsing in instelling die niet aangepast is aan de toestand van geïnterneerde - Taak van de Kamer voor Bescherming van de Maatschappij - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Artikel 5.1.e - Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Overplaatsing - Tijdelijke plaatsing in instelling die niet aangepast is aan de toestand van geïnterneerde - Taak van de Kamer voor Bescherming van de Maatschappij - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Vrije woorden: Internering - Uitvoering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Opname in aangepaste instelling die niet langer een behandeldoel dient - Overplaatsing - Tijdelijke plaatsing in instelling die niet aangepast is aan de toestand van geïnterneerde - Taak van de Kamer voor Bescherming van de Maatschappij - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Toezicht door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19, tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0847.N L. P., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Christophe Saveyn, advocaat bij de balie Oudenaarde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 27 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd; het kent enerzijds medische uitgaansvergunningen en uitgaansvergunningen voor sociale re-integratie toe; het beslist anderzijds dat er gelet op het recidiverisico geen sociale of therapeutische uitgaansvergunningen worden toegekend; het vonnis is ook tegenstrijdig gemotiveerd omdat het enerzijds oordeelt dat de sociale of therapeutische uitgaansvergunningen niet worden toegekend omwille van het recidiverisico en het anderzijds die vergunningen om medische redenen wel toekent.
  3. Er is sprake van een tegenstrijdigheid als juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek indien eenzelfde rechterlijke beslissing beschikkingen of redenen bevat die elkaar opheffen of teniet doen.
  4. Artikel 20, § 2, Interneringswet maakt een onderscheid tussen uitgaansvergunningen die worden toegekend om: 1° affectieve, sociale, morele, juridisch, familiale, therapeutische, opleidings- of professionele belangen te behartigen die de aanwezigheid van de geïnterneerde buiten de inrichting vereisen; 2° een medisch onderzoek of een medische behandeling buiten de inrichting te onderaan; 3° zijn sociale re-integratie voor te bereiden.
  5. Het vonnis kent uitgaansvergunningen bedoeld door artikel 20, § 2, 2° en 3°, Interneringswet toe, maar oordeelt dat er nog geen uitgaansvergunningen als bedoeld door artikel 20, § 2, 1°, Interneringswet worden toegekend. Aldus is het vonnis niet tegenstrijdig gemotiveerd.
  6. Het is niet tegenstrijdig aan te nemen dat het recidiverisico de toekenning van uitgaansvergunningen voor sociale of therapeutische redenen belet, terwijl dat niet het geval is voor uitgaansvergunningen om medische redenen.
  7. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5.1.e EVRM en artikel 19, tweede lid, Interneringswet: met de beslissing tot overplaatsing van de eiser naar de psychiatrische afdeling van de strafinrichting te Merksplas miskent het vonnis eisers mensenrechten manifest; het is algemeen gekend dat de psychiatrische afdelingen van de Belgische strafinrichtingen, zoals die van Merksplas, ongeschikt zijn voor de plaatsing van geïnterneerde personen; het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft reeds geoordeeld dat de omkadering in dergelijke inrichtingen onvoldoende is; de persoonlijke houding van de geïnterneerde belet niet dat de overheid de nodige maatregelen moet nemen om hem een aan zijn toestand aangepaste behandeling te geven; het vonnis leidt uit de feitelijke vaststellingen van het advies van het multidisciplinair team van 29 april 2025 een verkeerd gevolg af; de eiser kan wel degelijk nog worden behandeld in het forensisch psychiatrisch centrum Antwerpen (hierna FPC); het vonnis zorgt ervoor dat de eiser belandt in een met artikel 3 EVRM strijdige situatie; de eiser heeft ook geen zekerheid dat hij zal worden opgenomen in LFPZ van Zorggroep Sint-Kamillus te Bierbeek en hij zal mogelijk nog jaren moeten wachten vooraleer een opname daar mogelijk is; het vonnis stelt immers zelf vast dat er wachtlijsten zijn; door de overplaatsing te bevelen van het FPC naar de afdeling voor de bescherming van de maatschappij te Merksplas (hierna ABM) wordt het interneringstraject van de eiser volledig op de helling geplaatst; de vooruitgang die de eiser had bereikt, wordt zo teniet gedaan; de niet-motivering van de eiser en zijn therapie-afkerige of -weigerende houding kunnen geen reden vormen om hem opnieuw in een ABM te plaatsen; een overplaatsing van een FPC naar een ABM is volgens artikel 19, tweede lid, Interneringswet slechts mogelijk uit het oogpunt van veiligheid en aangepaste zorg; uit de verslaggeving van het behandelend team blijkt dat er geen probleem van veiligheid is; evenmin blijkt dat de overplaatsing zal zorgen voor een aangepaste zorg. Ondergeschikt wordt gevraagd dat het Hof bij het EHRM het volgend advies zou inwinnen: “Voldoet een periodiek controlesysteem binnen de Interneringswet aan de vereisten van artikel 13 EVRM wanneer een geïnterneerde persoon geen mogelijkheid tot cassatieberoep heeft tegen een beslissing van de KBM waarin er volgens de geïnterneerde persoon sprake is van een schending van zijn mensenrechten zoals die worden gewaarborgd door het EVRM en schendt artikel 78 Interneringswet a fortiori het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel zoals gewaarborgd door artikel 13?”
  9. Het vonnis vermeldt de redenen op grond waarvan het oordeelt dat een verblijf in het FPC Antwerpen vanuit een behandeloogpunt niet langer wenselijk is, zoals het niet langer vooruitgang maken op behandelvlak, het niet meer willen spreken over de feiten waardoor er niet kan worden gewerkt rond delictpreventie met het doel de risico’s te verlagen. Het stelt ook vast dat de eiser zelf aangeeft niet meer te streven naar een maatschappelijke re-integratie en hij niet langer gemotiveerd is voor behandeling maar integendeel een vervolgtraject wil aangaan in een voorziening voor lang verblijf. In zoverre het middel dit oordeel bekritiseert, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het vonnis en is het niet ontvankelijk.
  10. De artikelen 3, 5.1.e en 13 EVRM en artikel 19, tweede lid, Interneringswet verzetten zich niet ertegen dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij (hierna de kamer) die vaststelt dat de opname in een aan de toestand van een geïnterneerde aangepaste instelling, zoals een FPC, niet langer een behandeldoel dient gelet op de weigering van de geïnterneerde om mee te werken aan de behandeling, een einde stelt aan die opname met het oog op de plaatsing van de geïnterneerde in een instelling waar niet langer de nadruk wordt gelegd op behandeling, maar wel op het bieden van externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit. Uit die verdragsbepalingen kan geen verplichting worden afgeleid voor de overheid om een behandeling te verstrekken die onmogelijk het beoogde doel kan realiseren.
  11. Ook artikel 19, tweede lid, Interneringswet verzet zich niet tegen een dergelijke beslissing aangezien ze is ingegeven door de wil de zorg aan te passen aan de concrete situatie van de geïnterneerde.
  12. De voormelde bepalingen verzetten zich evenmin ertegen dat in afwachting van de realisering van een dergelijke aan de toestand van de geïnterneerde meer aangepaste en met zijn wensen overeenkomende overplaatsing, de geïnterneerde tijdelijk wordt geplaatst in een inrichting die niet aangepast is aan zijn toestand. Het staat aan de kamer erop toe te zien dat de duur van een dergelijk verblijf beperkt blijft en dat de geïnterneerde binnen een redelijke termijn daadwerkelijk wordt geplaatst in de aan zijn toestand aangepaste voorziening. Die redelijke termijn, die niet in absolute termen is uit te drukken, hangt onder meer af van de aard van de geestesziekte, de mogelijke behandelwijzen, de wijze waarop de geïnterneerde desgevallend in het verleden reeds werd behandeld, de wijze waarop de uitvoering van de internering in het verleden is verlopen, de beschikbaarheid van de voorzieningen die zijn gericht op de specifieke noden van de geïnterneerde en de bereidheid van de geïnterneerde om mee te werken met voorgestelde behandelingen.
  13. Het Hof gaat na of de kamer uit haar vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen heeft afgeleid.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. Het vonnis oordeelt als volgt: - de eiser verblijft sinds augustus 2021 in het FPC; - uit de risicotaxatie blijkt dat het risico voor seksuele recidive laagmatig is maar het recidiverisico op gewelddadig delictgedrag hoog blijft; - de voornaamste risicofactoren situeren zich op het vlak van sociale vaardigheden, het meewerken aan de behandeling, de erkenning van het delict, het probleeminzicht, de copingvaardigheden en de beïnvloeding door het netwerk; - de eiser scoort hoog op het schenden van voorwaarden en afspraken en de aanwezigheid van antisociaal gedrag; - de eiser beschikt over onvoldoende vaardigheden om aanvaardbaar te kunnen functioneren buiten een zorgsetting; - behandelmatig maakt de eiser geen vooruitgang meer; - hij wil niet over de interneringsfeiten spreken en zegt te willen vergeten wat er is gebeurd, waardoor er niet kan worden gewerkt rond delictpreventie met het doel de risico’s te verlagen; - de eiser geeft zelf aan niet meer te streven naar een maatschappelijke integratie en hij is niet langer gemotiveerd voor behandeling en wenst een vervolgtraject aan te gaan in een voorziening voor lang verblijf; - op 12 maart 2025 kreeg de eiser een rondleiding in de voorziening voor lang verblijf van Bierbeek, wat zijn motivering voor een opname daar nog heeft versterkt; - de rechtbank verzoekt het FPC om de eiser onverwijld effectief aan te melden bij deze voorziening; - daar zal de nadruk niet langer worden gelegd op behandeling, maar op het bieden van externe controle, beveiliging van de maatschappij, dagstructuur en levenskwaliteit; - gelet op de doorgaans lange wachtlijst van de afdeling lang verblijf van de Zorggroep Sint-Kamillus en rekening houdend met het feit dat de eiser niet langer wordt behandeld, beslist de rechtbank de eiser over te plaatsen naar de ABM Merksplas om van daaruit naar de afdeling lang verblijf te kunnen doorstromen; - in afwachting van deze doorstroming zal de eiser in de ABM een dagstructuur worden aangeboden en zal hij kunnen worden opgevolgd door de zorgequipe; - de directeur dient ten laatste op 27 mei 2026 een advies uit te brengen.
  16. Op grond van die redenen kan het vonnis wettig oordelen dat een einde wordt gesteld aan de plaatsing in het FPC Antwerpen en dat de eiser wordt overgeplaatst naar de ABM Merksplas om te kunnen doorstromen naar de afdeling lang verblijf van de Zorggroep Sint-Kamillus Bierbeek, waarvoor het FPC Antwerpen onmiddellijk een aanmelding moet doen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  17. Aangezien het Hof op het cassatieberoep van de eiser de wettigheid beoordeelt van het vonnis, is er geen grond in te gaan op het verzoek om een advies bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in te winnen. Ambtshalve onderzoek
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 24 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.33 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.