← België

PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN BEROEP GENT contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 155

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 189

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Recht op het doen ondervragen van getuigen - Aannemelijk verweer van de beklaagde over een onwettige burgerinfiltratie - Vraag van de beklaagde tot het horen van de politieambtenaren die de vermeende burgerinfiltrant zouden hebben aangestuurd - Weigering van het getuigenverhoor om reden dat de getuigen zichzelf zouden kunnen beschuldigen - Onontvankelijkheid van de strafvordering - Mogelijkheid tot herstel van de onregelmatigheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 155

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 189

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Recht op het doen ondervragen van getuigen - Aannemelijk verweer van de beklaagde over een onwettige burgerinfiltratie - Vraag van de beklaagde tot het horen van de politieambtenaren die de vermeende burgerinfiltrant zouden hebben aangestuurd - Weigering van het getuigenverhoor om reden dat de getuigen zichzelf zouden kunnen beschuldigen - Onontvankelijkheid van de strafvordering - Mogelijkheid tot herstel van de onregelmatigheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 155

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 189

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Vrije woorden: Recht op het doen ondervragen van getuigen - Aannemelijk verweer van de beklaagde over een onwettige burgerinfiltratie - Vraag van de beklaagde tot het horen van de politieambtenaren die de vermeende burgerinfiltrant zouden hebben aangestuurd - Weigering van het getuigenverhoor om reden dat de getuigen zichzelf zouden kunnen beschuldigen - Onontvankelijkheid van de strafvordering - Mogelijkheid tot herstel van de onregelmatigheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 155

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 189

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Ontvankelijkheid - Bewijsvoering - Onderzoek - Regelmatigheid van de procedure - Recht op het doen ondervragen van getuigen - Aannemelijk verweer van de beklaagde over een onwettige burgerinfiltratie - Vraag van de beklaagde tot het horen van de politieambtenaren die de vermeende burgerinfiltrant zouden hebben aangestuurd - Weigering van het getuigenverhoor om reden dat de getuigen zichzelf zouden kunnen beschuldigen - Onontvankelijkheid van de strafvordering - Mogelijkheid tot herstel van de onregelmatigheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 155

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 189- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0407.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen

  1. F. D’H.,
  2. D. V.,
  3. D. O., met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9880 Aalter, Beukenpark 111, waar de verweerder woonplaats kiest,
  4. L. O.J.,
  5. S. B., beklaagden, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 12 februari
  6. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Op 28 mei 2025 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 17 juni 2025 heeft sectievoorzitter Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 6.1 EVRM
  7. Het arrest verklaart de strafvordering onontvankelijk wegens een onherstelbare aantasting van het recht op een eerlijk proces van de verweerders. Het grondt dat oordeel op de vaststelling dat aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van clandestiene en bijgevolg onwettige burgerinfiltraties, buiten het wettelijk kader, waardoor het beginsel van de interne openbaarheid met inbegrip van de mogelijkheid tot het toetsen van de betrouwbaarheid van het naar voren gebrachte bewijs onherroepelijk is aangetast. Het neemt aan dat de appelrechters over geen enkel stuk beschikken waaruit blijkt dat er een controle is uitgevoerd voor wat betreft de inhoud en het verloop van de burgerinfiltraties, dat het de verweerder 1 toegelaten was strafbare feiten te plegen, dat er sprake is geweest van een aansturing van de verweerder 1 door de DEA samen met de FGP Kortrijk tot het uitlokken van strafbare feiten of dat er sprake is geweest van gebeurlijke maatregelen ter bescherming van de verweerder 1 als burgerinfiltrant, zodat de noodzakelijke controle op het verloop van de burgerinfiltratie en de regelmatigheid van het verkregen bewijs door de appelrechters eenvoudigweg onmogelijk is en waarbij het bij uitbreiding evenmin mogelijk is na te gaan of de aan de andere verweerders verweten misdrijven al dan niet werden uitgelokt, zoals door hen wordt voorgehouden.
  8. Die beslissing is mede gesteund op de vaststelling dat de drie politieambtenaren van de FGP Kortrijk ogenschijnlijk, minstens feitelijk, de verweerder 1 hebben begeleid en aangestuurd in de uitvoering van zijn opdrachten en zich ogenschijnlijk de facto de rol van begeleidingsambtenaar in de zin van artikel 47novies/1, § 1, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering hebben aangemeten. De appelrechters oordelen dat het horen van de drie politieambtenaren van de FGP Kortrijk problematisch is omdat zij gelet op het onwettig karakter van de burgerinfiltratie niet kunnen genieten van de bij artikel 47novies/1, § 3, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde strafrechtelijke immuniteit en zij als getuige niet kunnen worden verplicht zichzelf te incrimineren. Daardoor worden volgens de appelrechters de verweerders bijkomend aangetast in hun recht van verdediging en hun recht van daadwerkelijke tegenspraak, waartoe ook het recht op het horen van getuigen behoort.
  9. Indien de rechter oordeelt dat het onderzoek of de vervolging is aangetast door een onregelmatigheid die tot gevolg heeft dat het recht op een eerlijk proces van een beklaagde onherstelbaar is aangetast, kan hij de strafvordering onontvankelijk verklaren. In dat geval dient de rechter artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering niet toe te passen.
  10. Een beklaagde die voorhoudt dat er een onregelmatigheid in het onderzoek of de vervolging is begaan en dat zijn recht op een eerlijk proces onherstelbaar is aangetast, moet die aanvoeringen en het verband ertussen aannemelijk maken, zonder ze te moeten bewijzen.
  11. Gelet op de aard, de ernst en de gevolgen van de sanctie van de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering dient de rechter die oordeelt dat een beklaagde een onherstelbare aantasting van zijn recht op een eerlijk proces ingevolge een onregelmatigheid in het onderzoek of vervolging aannemelijk maakt, de nodige maatregelen te bevelen opdat redelijkerwijze zekerheid kan worden verkregen over die aanvoering.
  12. De aanvoering over de burgerinfiltratie gaat ervan uit dat de drie politieambtenaren van de FGP samen met de DEA de verweerder 1 als burgerinfiltrant hebben begeleid. De appelrechters oordelen, zoals hiervoor reeds aangehaald, dat deze drie politieambtenaren niet moeten worden gehoord omdat zij gelet op het onwettig karakter van de burgerinfiltratie geen immuniteit hebben en niet kunnen worden verplicht zichzelf te incrimineren. Daarmee nemen de appelrechters zonder meer aan dat de aanvoering over het onwettig optreden van de drie politieambtenaren als begeleidingsambtenaren van de verweerder 1 met de werkelijkheid overeenstemt, zonder aan de hand van de verklaringen van die politieambtenaren te proberen meer duidelijkheid te verkrijgen over de aard en de omvang van die begeleiding, wat een impact kan hebben op de eventualiteit van het herstel van de aangevoerde onwettigheid. Bovendien kan de enkele omstandigheid dat de politieambtenaren zich zouden kunnen beroepen op hun zwijgrecht de beslissing om hen niet te horen niet verantwoorden.
  13. Het arrest dat in die omstandigheden beslist tot de onontvankelijkheid van de strafvordering tegen de verweerders zonder het openbaar ministerie te verzoeken de drie politieambtenaren waarvan wordt voorgehouden dat zij op onwettige wijze zijn opgetreden als begeleidingsambtenaar van de verweerder 1 als burgerinfiltrant, te verhoren, te laten verhoren of als getuige onder eed te laten dagvaarden op de rechtszitting, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en het de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat een tiende van de kosten van het cassatieberoep ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer. Bepaalt de kosten op 329,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 24 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.45 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250624.2N.45 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.