← België

F. contra ORDE DER ARTSEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Vrije woorden: Legaliteitsbeginsel - Tuchtzaken - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 Vrije woorden: Legaliteitsbeginsel - Tuchtzaken - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Legaliteitsbeginsel - Tuchtzaken - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. D.22.0009.N A.F., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ORDE DER ARTSEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, de Jamblinne de Meuxplein 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.023.930, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde der artsen met het Nederlands als voertaal, van 16 mei

  1. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
  2. Het legaliteitsbeginsel dat geldt als algemeen rechtsbeginsel in strafzaken, geldt niet als zodanig in tuchtzaken. De tuchtrechter is niet verplicht om de tuchtrechtelijk gesanctioneerde feiten in wettelijke bewoordingen of regels van de plichtenleer te omschrijven. Het volstaat dat hij de feiten zodanig preciseert dat kan worden nagegaan of de bestreden beslissing al dan niet uit die feiten heeft kunnen afleiden dat de tuchtrechtelijk gesanctioneerde beroepsbeoefenaar, wettelijk gezien, is tekortgekomen aan de eer of de waardigheid van zijn beroep. De tuchtvordering, die strekt tot onderzoek of een beroepsbeoefenaar de regels van de plichtenleer heeft overtreden dan wel is tekortgekomen aan de eer of de waardigheid van zijn beroep, kan derhalve betrekking hebben op feiten die niet noodzakelijk het voorwerp uitmaken van een nauwkeurige definitie. In zoverre het subonderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  3. Krachtens de artikelen 6, 2°, juncto 25 Artsenwet waken de provinciale raden van de Orde der artsen respectievelijk de raden van beroep over de naleving van de medische plichtenleer en de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de artsen. Hiertoe zijn zij belast met het treffen van tuchtmaatregelen wegens fouten die de artsen bij de uitoefening van hun beroep begaan, alsook wegens zware fouten buiten de beroepsuitoefening begaan, wanneer die fouten de eer of de waardigheid van het beroep kunnen aantasten. Krachtens artikel 16, eerste lid, juncto 25 Artsenwet kunnen de provinciale raden van de Orde der artsen respectievelijk de raden van beroep de volgende sancties opleggen: een waarschuwing, een censuur, een berisping, een schorsing van de beroepsuitoefening gedurende maximum twee jaar en de schrapping.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste rechters de eiseres bij beslissing van 28 juli 2021 hebben veroordeeld tot een schorsing van het recht om de geneeskunde uit te oefenen voor een periode van twee jaar op grond van de volgende telastlegging: “Te Schoten, Antwerpen en elders in het Rijk tussen 1 december 2020 en 17 maart 2021, bij toepassing van de artikelen 6, 2° en 16 van het Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der artsen in gebreke te zijn gebleven de regelen van medische plichtenleer na te leven door, als huisarts:
  5. Verspreiden en steunen van onwetenschappelijke informatie;
  6. Meewerken aan desinformatie;
  7. Een gebrek te hebben vertoond aan de vereiste kennis en deskundigheid en gepaste attitude;
  8. Nagelaten te hebben te handelen overeenkomstig de huidige stand van de wetenschap; (…)
  9. Nagelaten te hebben advies in te winnen van collega’s en andere gezondheidszorgbeoefenaars;
  10. Inbreuk te hebben gepleegd tegen de opdracht van de arts om, binnen de grenzen van zijn functie in de gezondheidszorg, te waken over haar professionele onafhankelijkheid;
  11. Een gebrek te hebben vertoond aan collegialiteit en respect voor de specifieke deskundigheid van haar collega’s en van andere gezondheidszorgbeoefenaars.”; - de eerste rechters de eiseres hebben vrijgesproken voor de telastlegging onder nummer 5, meer bepaald: “
  12. Een gebrek te hebben vertoond aan aandacht voor gezondheidspreventie, -bescherming en -promotie”; - het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging niet vereist dat de oproeping om voor de raad te verschijnen een concrete inhoudelijke precisering bevat van de erin omschreven telastlegging; - het volstaat dat de voor het tuchtcollege gedaagde persoon voldoende ingelicht wordt over wat hem ten laste wordt gelegd, wat onder meer kan door de stukken van het dossier waarvan hij kennis kan nemen en waarover hij verweer heeft kunnen voeren; - de formulering van de telastlegging in onderhavige zaak volstaat om aan de betrokkene, die het tuchtonderzoek heeft meegemaakt en toegang had tot het dossier, duidelijk te maken wat haar wordt verweten derwijze dat iemand met gezond verstand kan begrijpen tegen welke beschuldigingen zij zich diende te verweren; - uit het gevoerde verweer trouwens afdoende blijkt dat de eiseres zeer goed wist waarvoor zij tuchtrechtelijk werd aangesproken; - de ter beoordeling staande feitelijke gegevens betrekking hebben op de volgende twee dossiers: - een klacht van 23 oktober 2020 door D.M.A. betreffende het niet-dragen van het mondmasker door de eiseres tijdens een consultatie op 21 oktober 2020 en het advies aan de patiënte om het mondmasker af te zetten; - de klachten van 14 december 2020 en 17 december 2020 door S.V. en L.P. tegen de eiseres wegens misinformatie via een video over het coronavirus, waarin de eiseres de volgende vertaalde tekst debiteerde: “Ik ben een arts uit België, gespecialiseerd in chronische infectueuze ziekten (…). Dat het COVID-19 vaccin veilig en effectief is, is niet bewezen en ik denk dat het onaanvaardbaar is dat de aansprakelijkheid daarvoor van de producenten wordt weggewuifd. (…) Meer en meer zien wij dat er in feite geen medische pandemie is. De maatregelen tegen corona veroorzaken meer collaterale schade dan het virus zelf. Wereldwijd zien we een vervalste voorstelling van het aantal coronagevallen met de bedoeling de bevolking naar een volgzaam gedrag en tot vaccinatie te leiden. (…)”; - de eiseres de in de telastlegging onder de nummers 1 tot en met 4, 6 en 8 vermelde deontologische verplichtingen overtrad door het inspreken en laten verspreiden van voormelde videoboodschap; - het in essentie gaat om een zeer ruime verspreiding van een onverantwoorde, ontradende en misleidende boodschap tegen de COVID 19-vaccinatie waarbij wordt gepoogd een schijn van geloofwaardigheid te wekken door de boodschap te kaderen in een geheel van boodschappen waarin 28 artsen eenzelfde mening verkondigen; - het recht op vrije meningsuiting geen vrijbrief is om in een aangelegenheid die de gezondheid aanbelangt, als arts, in strijd met de deontologische voorschriften, manifest onjuiste en misleidende informatie te verspreiden; - evenwel geen afdoende bewijs voorligt van de telastlegging onder nummer 7; - ook de telastlegging onder nummer 5, meer bepaald “een gebrek te hebben vertoond aan aandacht voor gezondheidspreventie, -bescherming en -promotie”, anders dan de eerste rechters oordelen, bewezen is; - uit de aangifte van A. in samenhang met de verklaring van de eiseres voor de onderzoekscommissie blijkt dat de eiseres aan een patiënte, die zeer bekommerd was over het risico op een coronabesmetting, het masker wenste aan te houden en door de eiseres werd beschreven als ‘paniekerig’, ontradende mededelingen deed over het dragen van een mondmasker; - dit onverantwoord was omdat het dragen van een mondmasker in de gegeven omstandigheden een nuttige voorzorgsmaatregel was die inmiddels in alle artsenpraktijken werd gebruikt; - de eiseres zware deontologische fouten heeft begaan, die passend worden beteugeld met een schorsing van het recht om de geneeskunde uit te oefenen gedurende zes maanden.
  13. Met deze redenen die het Hof toelaten zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, maken de appelrechters melding van de precieze feiten waarop de opgelegde tuchtstraf is gegrond, stellen zij de eiseres in de mogelijkheid te begrijpen waarom zij is tekortgekomen aan de eer en de waardigheid van het artsenberoep en verantwoorden zij hun beslissing naar recht. In zoverre kan het subonderdeel niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 544,06 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250627.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250404.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.