← België

V. contra Orde der Artsen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 2 - 3 Het recht op een eerlijk proces en het rechtszekerheidsbeginsel kan in tuchtzaken in het gedrang komen, wanneer door de afwezigheid van een verjaringstermijn, het verweer tegen feiten die zich in een ver verleden hebben voorgedaan, in het licht van de omstandigheden van het geval door het tijdsverloop wordt bemoeilijkt, zonder dat dit een automatisme uitmaakt; het staat aan de rechter om in het licht van de concrete elementen van de zaak en met inachtneming van de complexiteit ervan, de houding van de tuchtrechtelijk vervolgde persoon en deze van de tuchtoverheid, in feite te oordelen of het recht op een eerlijk proces en het rechtszekerheidsbeginsel is miskend door de afwezigheid van een verjaringstermijn; de rechter kan hierbij rekening houden met mogelijke bewijsmoeilijkheden bij de verdediging dan wel met het bestaan van een strafzaak of met de andere voorhanden zijnde waarborgen zoals inzake de redelijke termijn. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Verjaring - Tuchtzaken - Ontstentenis verjaringstermijn - Rechtzekerheidsbeginsel Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VERJARING - TUCHTZAKEN - Termijnen (aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Ontstentenis verjaringstermijn - Eerlijk proces - Rechtzekerheidsbeginsel Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

D.22.0005.N J.V.H., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ORDE DER ARTSEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, de Jamblinne de Meuxplein 34-35, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.023.930, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde der artsen met het Nederlands als voertaal van 21 februari

  1. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste en tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 6.1 EVRM heeft eenieder, bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij wet is ingesteld. Een tuchtprocedure die voor gevolg heeft, of, volgens de nationale wet, tot gevolg kan hebben dat aan de betrokkene tijdelijk of definitief een burgerlijk recht wordt ontnomen, met name het recht om nog langer een beroep uit te oefenen dat geen openbaar ambt is, wordt voor de toepassing van voormelde verdragsbepaling beschouwd als een procedure met als voorwerp het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van die bepaling.
  3. Voormeld recht op een eerlijk proces en het rechtszekerheidsbeginsel kan in tuchtzaken in het gedrang komen, wanneer door de afwezigheid van een verjaringstermijn, het verweer tegen feiten die zich in een ver verleden hebben voorgedaan, in het licht van de omstandigheden van het geval door het tijdsverloop wordt bemoeilijkt, zonder dat dit een automatisme uitmaakt. Het staat aan de rechter om in het licht van de concrete elementen van de zaak en met inachtneming van de complexiteit ervan, de houding van de tuchtrechtelijk vervolgde persoon en deze van de tuchtoverheid, in feite te oordelen of het recht op een eerlijk proces en het rechtszekerheidsbeginsel is miskend door de afwezigheid van een verjaringstermijn. De rechter kan hierbij rekening houden met mogelijke bewijsmoeilijkheden bij de verdediging dan wel met het bestaan van een strafzaak of met de andere voorhanden zijnde waarborgen zoals inzake de redelijke termijn.
  4. De onderdelen die geheel ervan uitgaan dat de afwezigheid van een verjaringstermijn noodzakelijk een schending van het recht op een eerlijk proces en van het rechtszekerheidsbeginsel uitmaken, berusten op een onjuiste rechtsopvatting. De onderdelen falen naar recht. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing in zoverre zij met bevestiging van de beroepen beslissing de eiser voor de telastleggingen II.A, II.B en II.C tezamen de tuchtsanctie oplegt van schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen gedurende twee jaar. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de raad van beroep van de Orde der artsen met het Nederlands als voertaal, anders samengesteld. Veroordeelt de verweerster tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 200,19 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen en in openbare rechtszitting van 27 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250627.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.11 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240418.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.