← België

Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250701.VAK.1 Rolnummer: P.25.0913.N Zaak: Z. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-08-01 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-18 17:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De omstandigheid dat bepaalde strafbare feiten reeds het voorwerp uitmaken van een ander gerechtelijk onderzoek doet geen afbreuk aan de rechtsmacht van elke voor de feiten bevoegde onderzoeksrechter, die op regelmatige wijze wordt geadieerd; deze onderzoeksrechter heeft een principiële onderzoeksverplichting en kan niet zelf beslissen over de ontvankelijkheid van de strafvordering; deze onderzoeksrechter behoudt zijn rechtsmacht totdat de rechtspleging wordt geregeld door de raadkamer of eventueel het rechtsgebied van de onderzoeksrechters wordt geregeld overeenkomstig artikel 525 Wetboek van Strafvordering; de saisine wordt bepaald door de vordering van het openbaar ministerie of de aanstellingsakte van de burgerlijke partij

(1).
(1)Zie Cass. 29 maart 1994, AR P.93.0024.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940329.13, AC 1994, nr.
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Aanhangigmaking - Omvang - Rechtsmacht Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 47 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 55 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0913.N A.Z., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet en van de artikelen 47 en 55 Wetboek van Strafvordering: door eisers aanvoering te verwerpen dat de strafvordering onontvankelijk zou zijn omdat de Leuvense procureur des Konings de Leuvense onderzoeksrechter heeft gevorderd een onderzoek te doen naar feiten die reeds in onderzoek zouden zijn in Tongeren, Hasselt en Brussel zonder na te gaan of vast te stellen dat de feiten waarvoor de Leuvense onderzoeksrechter was gevorderd andere feiten betrof dan waarvoor de onderzoeksrechter in Tongeren, Hasselt en Brussel reeds onderzoek voerden, schendt het arrest het principe dat een gerechtelijk onderzoek niet in personam maar in rem gevoerd wordt zoals dit voortvloeit uit de artikelen 47 en 55 Wetboek van Strafvordering en antwoordt het niet op de conclusie van de eiser.
  4. De omstandigheid dat bepaalde strafbare feiten reeds het voorwerp uitmaken van een ander gerechtelijk onderzoek doet geen afbreuk aan de rechtsmacht van elke voor de feiten bevoegde onderzoeksrechter, die op regelmatige wijze wordt geadieerd. Deze onderzoeksrechter heeft een principiële onderzoeksverplichting en kan niet zelf beslissen over de ontvankelijkheid van de strafvervolging. Deze onderzoeksrechter behoudt zijn rechtsmacht totdat de rechtspleging geregeld wordt door de raadkamer of eventueel het rechtsgebied van de onderzoeksrechters geregeld wordt overeenkomstig artikel 525 Wetboek van Strafvordering. De saisine van de onderzoeksrechter wordt bepaald door de vordering van het openbaar ministerie of de aanstellingsakte van de burgerlijke partij.
  5. Door de saisine van de onderzoeksrechter te Leuven te onderzoeken aan de hand van de vordering van de procureur des Konings te Leuven en van de bij die vordering gevoegde stukken verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 47 en 55 Wetboek van Strafvordering kan het niet worden aangenomen. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 23, 4°, en 33, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 47 en 55 Wetboek van Strafvordering en is het niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de raadsheren Bart Wylleman, Frédéric Lugentz, Simon Claisse en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 1 juli 2025 uitgesproken door sectievoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Ayse Bir ant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250701.VAK.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940329.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.