← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250715.VAK.1 Rolnummer: P.25.0937.N Zaak: D. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-07-16 Raadplegingen: 331 - laatst gezien 2026-06-18 03:50 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche 1 De adviezen van de geneesheer die de gedetineerde in de penitentiaire instelling behandelt en van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst omtrent de gezondheidstoestand van veroordeelde die om zijn voorlopige invrijheidstelling om medische redenen verzoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van zaken te oordelen over het feit of die veroordeelde zich al dan niet in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevindt of dat zijn detentie onverenigbaar is met zijn gezondheidstoestand, zodat zij beide onontbeerlijk zijn bij de beoordeling van het verzoek; deze adviezen moeten noodzakelijkerwijze dateren van na het verzoek van de gedetineerde

(1).
(1)Cass. 12 februari 2019, AR P.19.0074.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3, AC 2019, nr. 88; Zie Cass. 7 juni 2016, AR P.16.0599.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6, AC 2016, nr. 383. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek voorlopige invrijheidstelling om medische redenen - Advies van de behandelende geneesheer in de penitentiaire instelling - Advies van de leidend-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst - Doel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, §§ 1 en 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiche 2 De directeur moet niet het advies van de door de veroordeelde gekozen geneesheer bij die geneesheer opvragen; het komt aan de veroordeelde toe het nodige te doen om dit advies aan de directeur te bezorgen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek voorlopige invrijheidstelling om medische redenen - Advies van de door de veroordeelde gekozen geneesheer - Bezorging van het advies aan de directeur - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, §§ 1 en 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 5 De strafuitvoeringsrechter beslist over het verzoek tot invrijheidstelling om medische redenen steunend op de adviezen van de directeur van de gevangenis, de behandelende geneesheer, de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer, alsook van het openbaar ministerie; hij beoordeelt daartoe onaantastbaar de bewijswaarde van die adviezen; uit de enkele omstandigheid dat in het vonnis enkel wordt verwezen naar één advies, kan niet worden afgeleid dat de strafuitvoeringsrechter de andere adviezen niet in aanmerking heeft genomen
(1).
(1)Zie Cass. 7 mei 2019, AR P.19.0397.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.4, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Bewijswaarde van de adviezen van de directeur van de gevangenis, de behandelende geneesheer, de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer, alsook het OM - Alleen verwijzing naar één advies in het vonnis - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek voorlopige invrijheidstelling om medische redenen - Bewijswaarde van de adviezen van de directeur van de gevangenis, de behandelende geneesheer, de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer, alsook het OM - Beoordelingsvrijheid - Alleen verwijzing naar één advies in het vonnis - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek voorlopige invrijheidstelling om medische redenen - Beoordelingsvrijheid - Bewijswaarde van de adviezen van de directeur van de gevangenis, de behandelende geneesheer, de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer, alsook het OM - Alleen verwijzing naar één advies in het vonnis - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 74, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0937.N F. D.G., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Joris Van Cauter en mr. Catherine Gysels, advocaten bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 11 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 72 en 74 Wet Strafuitvoering: de eiser heeft in zijn op 25 maart 2025 ter griffie neergelegde verzoekschrift gevraagd dat er een advies zou ingewonnen worden bij de door hem gekozen geneesheer; de strafuitvoeringsrechter had niet de beschikking over het advies van de door de eiser gekozen geneesheer-cardioloog dat dateert van na zijn verzoek van 25 maart 2025; het dossier bevat geen dergelijk advies; nochtans sluit de geneesheer die de eiser in de gevangenis behandelt zich in zijn advies van 28 maart 2025 aan bij het attest van de door de eiser gekozen geneesheer; ook de leidende ambtenaar geneesheer verwijst in zijn attest van 1 april 2025 naar de noodzaak om een advies te ontvangen van een cardioloog.
  4. Artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen, op schriftelijk verzoek van de veroordeelde of zijn vertegenwoordiger, door de strafuitvoeringsrechter kan worden toegekend na een met redenen omkleed advies van de directeur. Dit advies is vergezeld van dat van de geneesheer die de gedetineerde in de penitentiaire instelling behandelt, van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer.
  5. Artikel 74, § 2, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur onverwijld en uiterlijk binnen de zeven dagen de adviezen van de in paragraaf 1 vermelde geneesheren verzamelt en vervolgens het verzoek samen met deze adviezen onmiddellijk overzendt aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en aan het openbaar ministerie.
  6. Die adviezen die uitgaan van personen die beschikken over de nodige deskundigheid om zich uit te spreken over de gezondheidstoestand van de veroordeelde die om zijn voorlopige invrijheidstelling om medische redenen verzoekt, hebben tot doel de strafuitvoeringsrechter toe te laten met kennis van zaken te oordelen over het feit of die veroordeelde zich al dan niet in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevindt of dat zijn detentie onverenigbaar is met zijn gezondheidstoestand. Ze zijn bijgevolg onontbeerlijk bij de beoordeling van het verzoek. Deze adviezen moeten noodzakelijkerwijze dateren van na het verzoek van de gedetineerde.
  7. Uit die bepalingen volgt niet dat de directeur het advies van de door de veroordeelde gekozen geneesheer bij die geneesheer moet opvragen. Het komt aan de veroordeelde toe het nodige te doen om dit advies aan de directeur te bezorgen.
  8. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de directeur het advies van de door de eiser gekozen geneesheer moet opvragen, faalt naar recht. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 72 en 74 Wet Strafuitvoering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht en het recht van verdediging, met inbegrip van het recht op tegenspraak: de leidende ambtenaar-geneesheer geeft in zijn advies van 1 april 2025 geen advies over de gezondheidstoestand van de eiser, maar oordeelt dat een advies van een cardioloog nodig is; dit advies is niet aanwezig, noch van een andere behandelende arts van de eiser sinds 1 april 2025; de leidende ambtenaar-geneesheer stelt vervolgens in een attest van 23 mei 2025 dat de medische toestand van de eiser niet onverenigbaar is met de detentie en verwijst daarvoor naar het advies van de behandelende artsen, dat echter niet voorhanden is in het strafdossier; het enige in het strafdossier aanwezige advies van de behandelende arts van de eiser is het advies van 28 maart 2025 dat verwijst naar de onverenigbaarheid van de detentie met de gezondheidstoestand van de eiser; door het gebrek aan het advies, waarnaar de leidende ambtenaar-geneesheer in zijn attest van 23 mei 2025 verwijst, is elke controle over de motieven van het bestreden vonnis onmogelijk (eerste onderdeel); het dossier bevat drie adviezen die tegenstrijdig zijn; de behandelende arts sluit zich immers aan bij het attest van de cardioloog van 26 februari 2025 waaruit de onverenigbaarheid van de detentie met de gezondheidstoestand van de eiser blijkt; de leidende ambtenaar-geneesheer stelt in zijn attest van 1 april 2025 dat het advies van een cardioloog nodig is, om vervolgens in het attest van 23 mei 2025 te oordelen dat de gezondheidstoestand van de eiser niet onverenigbaar is met zijn detentie; uit de motieven van het vonnis blijkt niet om welke reden enkel het advies van de leidende ambtenaar-geneesheer van 23 mei 2025 in aanmerking wordt genomen, terwijl er drie adviezen worden voorgelegd in het dossier en uit de motieven niet blijkt dat de verschillende adviezen in overweging zijn genomen (tweede onderdeel).
  10. Overeenkomstig artikel 74, § 3, Wet Strafuitvoering is het de strafuitvoeringsrechter die beslist over het verzoek tot invrijheidstelling om medische redenen steunend op de adviezen van de directeur van de gevangenis, de behandelende geneesheer, de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer, alsook van het openbaar ministerie. Hij beoordeelt daartoe onaantastbaar de bewijswaarde van die adviezen.
  11. Uit de enkele omstandigheid dat in het vonnis enkel wordt verwezen naar één advies, kan niet worden afgeleid dat de strafuitvoeringsrechter de andere adviezen niet in aanmerking heeft genomen.
  12. In zoverre het middel van andere rechtsopvattingen uitgaat, faalt het naar recht.
  13. Het vonnis oordeelt dat uit het attest van de leidende ambtenaar-geneesheer blijkt dat eisers medische toestand niet onverenigbaar is met een verblijf in de gevangenis en dat er geen medische contradictie is voor verdere detentie, dat de eiser verder opgevolgd kan worden door de afdeling cardiologie van het AZ Sint-Jan, dat hij nu reeds cardiale revalidatie via uitgaansvergunningen of verlengd penitentiair verlof volgt, dat de medische opvolging in de gevangenis voldoende gewaarborgd is, aangezien er een 24 uur verpleging is en er elke dag artsen aanwezig zijn, en dat uit het dossier blijkt dat de noodzakelijke opvolging van de medische problematiek van de eiser en zijn revalidatie vanuit de gevangenis kan gebeuren. Met die redenen, waaruit blijkt dat de strafuitvoeringsrechter niet enkel slechts één advies in aanmerking heeft genomen, verantwoordt hij naar recht de afwijzing van eisers verzoek. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  14. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het vonnis of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Frédéric Lugentz, Ilse Couwenberg en Simon Claisse, en in openbare rechtszitting van 15 juli 2025 uitgesproken door sectievoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250715.VAK.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.6 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190212.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.