← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 29

- 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.1 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.2 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: DIPLOMATEN EN CONSULS Vrije woorden: Diplomaten - Diplomatieke immuniteit - Diplomatiek ambtenaar - Begin en einde van de voorrechten en immuniteiten - Artikelen 29, 39.1 en 39.2 Verdrag van Wenen - Beëindiging van de diplomatieke taak - Diplomatiek ambtenaar die de ontvangststaat niet heeft verlaten - Verlies van de onschendbaarheid - Verstrijken van de redelijke termijn om het land te verlaten - Beoordeling door de rechter - Gevolg - Aanhouding van de diplomatieke ambtenaar - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 29

- 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.1 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.2 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Diplomatieke immuniteit - Diplomatiek ambtenaar - Begin en einde van de voorrechten en immuniteiten - Artikelen 29, 39.1 en 39.2 Verdrag van Wenen - Beëindiging van de diplomatieke taak - Diplomatiek ambtenaar die de ontvangststaat niet heeft verlaten - Verlies van de onschendbaarheid - Verstrijken van de redelijke termijn om het land te verlaten - Beoordeling door de rechter - Gevolg - Aanhouding van de diplomatieke ambtenaar - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 29

- 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.1 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.2 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Diplomatieke immuniteit - Diplomatiek ambtenaar - Begin en einde van de voorrechten en immuniteiten - Artikelen 29, 39.1 en 39.2 Verdrag van Wenen - Beëindiging van de diplomatieke taak - Diplomatiek ambtenaar die de ontvangststaat niet heeft verlaten - Verlies van de onschendbaarheid - Verstrijken van de redelijke termijn om het land te verlaten - Beoordeling door de rechter - Gevolg - Aanhouding van de diplomatieke ambtenaar - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 29

- 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.1 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Verdrag van Wenen van 18 april 1961, goedgekeurd bij de wet

Art. 39

.2 - 01 Link Justel databank 19610418-01 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1072.N A. D., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Sven De Kerpel, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 juli

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, de artikelen 22, 29, 31 en 39 van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer (hierna Verdrag van Wenen) en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: met het oordeel dat na de beëindiging van haar diplomatieke functie op 27 november 2024 een redelijke termijn is verstreken om België te verlaten, verantwoordt het arrest de beslissing dat de eiseres op het ogenblik van de huiszoeking in haar woning op 17 juni 2025 niet langer van haar diplomatieke immuniteit genoot, niet naar recht en omkleedt het die beslissing niet regelmatig met redenen; de vaststelling van die redelijke termijn werd niet aan de eiseres meegedeeld en de termijn blijft gebruikelijk verder lopen indien de zendstaat dat wenst; bovendien werd haar verblijfstitel in België pas teruggevraagd op 24 juni 2025; de eiseres genoot op 17 juni 2025 dan ook nog steeds immuniteit tegen aanhouding, te meer omdat de feiten teruggaan naar januari 2025 en voordat de redelijke termijn kon verstrijken; bovendien kon de instemming van de eiseres niet volstaan voor een huiszoeking in haar woning aangezien die ruimte deel uitmaakt van de ambassade en zij op dat ogenblik geen hoofd van de zending was.
  3. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis. Hetzelfde geldt in de regel voor artikel 6 EVRM en het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces. In zoverre het middel schending van die bepalingen en miskenning van dat algemeen rechtsbeginsel aanvoert, faalt het naar recht.
  4. In zoverre het middel aanvoert dat de aan de huiszoeking onderworpen woning van de eiseres deel uitmaakt van de onschendbare gebouwen van de zending in de zin van artikel 22 Verdrag van Wenen, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk.
  5. Uit artikel 29 Verdrag van Wenen volgt dat de persoon van de diplomatieke ambtenaar onschendbaar is en gevrijwaard wordt tegen elke vorm van aanhouding of vrijheidsbeneming. Artikel 39.1 Verdrag van Wenen bepaalt dat eenieder die recht heeft op voorrechten en immuniteiten deze geniet vanaf het ogenblik waarop hij het grondgebied van de ontvangende Staat betreedt om zijn functies te aanvaarden of, indien hij zich reeds op het grondgebied van die Staat bevindt, vanaf het ogenblik waarop kennisgeving van zijn aanstelling wordt gedaan aan het ministerie van buitenlandse zaken of aan een ander overeengekomen ministerie. Artikel 39.2 Verdrag van Wenen bepaalt dat wanneer de taak van een persoon die voorrechten en immuniteiten geniet is beëindigd, die voorrechten en immuniteiten normaal ophouden te bestaan op het ogenblik waarop hij het land verlaat, of na het verstrijken van een redelijke termijn om het land te verlaten, maar zij blijven tot aan dat tijdstip van kracht, zelfs in geval van een gewapend conflict.
  6. Uit die bepalingen volgt niet dat een diplomatieke ambtenaar wiens taak werd beëindigd en die de ontvangststaat nog niet heeft verlaten, zijn onschendbaarheid slechts verliest nadat aan hem het verstrijken van de in artikel 39.2 Verdrag van Wenen bedoelde redelijke termijn werd meegedeeld of nadat de zendstaat daarover heeft beslist.
  7. De rechter van de ontvangststaat die over de toepasselijkheid van de onschendbaarheid van een diplomatiek ambtenaar moet oordelen, kan vaststellen wanneer de in artikel 39.2 Verdrag van Wenen bedoelde redelijke termijn is verstreken. Hij oordeelt daarover onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak. De omstandigheid dat de diplomatieke ambtenaar na de beëindiging van zijn taak nog over een verblijfstitel beschikt, bindt de rechter bij die beoordeling niet.
  8. De voormelde bepalingen sluiten niet uit dat een diplomatieke ambtenaar na het ophouden van zijn onschendbaarheid wordt aangehouden voor feiten die zich hebben voorgedaan na de beëindiging van zijn taak en op een ogenblik dat hij de ontvangststaat nog niet heeft verlaten.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het eveneens naar recht.
  10. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van het arrest over het verstrijken van de redelijke termijn voor de eiseres om België te verlaten, is het niet ontvankelijk.
  11. In zoverre het middel uit de hierboven vergeefs aangevoerde onwettigheden een motiveringsgebrek en de miskenning van het recht van verdediging afleidt, is het evenmin ontvankelijk. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 16 Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof: het arrest oordeelt dat er tegen de eiseres ernstige aanwijzingen van schuld blijven bestaan en verwijst daarvoor naar de gedetailleerde omschrijvingen in het bevel tot aanhouding; dat bevel kan enkel worden verleend in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid; het arrest stelt niet vast om welke reden de aanhouding van de eiseres noodzakelijk is voor beweerde feiten van januari
  13. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis. Hetzelfde geldt in de regel voor artikel 6 EVRM. In zoverre het middel schending van die bepalingen aanvoert, faalt het naar recht.
  14. In zoverre het middel de miskenning van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof aanvoert, voert het geen schending van de wet of miskenning van een algemeen rechtsbeginsel aan en is het niet ontvankelijk.
  15. Het arrest (p. 3-4) oordeelt dat de handhaving van de voorlopige hechtenis nog steeds volstrekt noodzakelijk is voor de openbare veiligheid, dat er bij een invrijheidstelling van de eiseres nog altijd recidive, onttrekking en collusie moet worden gevreesd en dat de omstandigheden en motieven vermeld in het bevel tot aanhouding en de beroepen beschikking onverkort blijven gelden. Aldus vermeldt het arrest wel degelijk de redenen waarom de verdere aanhouding van de eiseres, ook voor de feiten in januari 2025, volstrekt noodzakelijk is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Marie-Claire Ernotte, Tamara Konsek, Eric Van Dooren en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 29 juli 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250729.VAK.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.