← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250812.VAK.6 Rolnummer: P.25.1147.N Zaak: R. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-08-20 Raadplegingen: 448 - laatst gezien 2026-06-15 05:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 De termijn van uitspraak binnen de vijftien dagen na instelling van het hoger beroep, zoals bepaald in artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet, wordt tijdens de duur van een uitstel geschorst indien het wordt verleend op verzoek van de verdachte of zijn raadsman; voor de toepassing van deze bepaling wordt een zaak die in voortzetting wordt gesteld op een latere datum, aanzien als een zaak waarvan de behandeling wordt uitgesteld. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Vrije woorden: Termijn van 15 dagen voor uitspraak - Schorsing van de termijn tijdens het uitstel verleend op vraag van de verdachte - Voortzetting van de zaak op vraag van de verdachte - Regelmatigheid van de beslissing tot handhaving Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 32 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Termijn van 15 dagen voor uitspraak - Schorsing van de termijn tijdens het uitstel verleend op vraag van de verdachte - Voortzetting van de zaak op vraag van de verdachte - Regelmatigheid van de beslissing tot handhaving Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 32 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Termijn van 15 dagen voor uitspraak - Schorsing van de termijn tijdens het uitstel verleend op vraag van de verdachte - Voortzetting van de zaak op vraag van de verdachte - Regelmatigheid van de beslissing tot handhaving Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 32 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1147.N A. R., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen met kantoor te 2000 Antwerpen, Kasteelpleinstraat 30, waar de eiser woonstkeuze doet. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 juli

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet: de eiser tekende op 9 juli 2025 hoger beroep aan tegen de raadkamerbeschikking van dezelfde dag; op de rechtszitting van 24 juli 2025 werd de behandeling van de zaak in voortzetting gezet op de rechtszitting van 29 juli 2025; het in voortzetting zetten van een zaak is te onderscheiden van het uitstellen van een zaak; wanneer de zaak in voortzetting wordt gesteld, ook wanneer de raadsman van de eiser daarom zou hebben verzocht, schorst dit niet de termijn van vijftien dagen om uitspraak te doen; de appelrechters deden uitspraak op 29 juli 2025 wat buiten de termijn van vijftien dagen is.
  3. Artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de verdachte in hechtenis blijft totdat over het hoger beroep is beslist, voor zover dit geschiedt binnen de vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld, en dat de verdachte in vrijheid wordt gesteld als de beslissing niet gewezen is binnen die termijn. Die termijn wordt krachtens artikel 32 Voorlopige Hechteniswet geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op verzoek van de verdachte of van zijn raadsman.
  4. De termijn van artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet wordt tijdens de duur van een uitstel geschorst indien het wordt verleend op verzoek van de verdachte of zijn raadsman. Voor de toepassing van deze bepaling wordt een zaak die in voortzetting wordt gesteld op een latere datum, aanzien als een zaak waarvan de behandeling wordt uitgesteld. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 88, § 2, Gerechtelijk Wetboek: de eiser wierp in limine litis een verdelingsincident op gelieerd aan de toewijzing van de zaak aan de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen; het incident diende niet te worden uitgelokt op de rechtszitting van 19 juni 2025 voor de raadkamer van rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen voor de regeling van de rechtspleging; de zaak werd toen immers niet behandeld aangezien de raadsman van de eiser ter rechtszitting een verzoekschrift overeenkomstig de artikelen 61quinquies en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering neerlegde; op de rechtszitting van de raadkamer van 9 juli 2025 is de eiser niet verschenen noch werd hij vertegenwoordigd; de zaak in hoger beroep tegen de raadkamerbeschikking van 9 juli 2025 werd opgeroepen voor de rechtszitting van 24 juli 2025 van de kamer van inbeschuldigingstelling; de zaak werd op die rechtszitting mede op vraag van de raadsman van de eiser in voortzetting gesteld op de rechtszitting van 29 juli 2025; de eiser die in zijn beroepsconclusie neergelegd op 29 juli 2025 als eerste middel een verdelingsincident opwierp, deed dat in limine litis.
  6. Het middel dat aanvoert dat de eiser, bij appelconclusie van 29 juli 2025, het bedoelde verdelingsincident in limine litis heeft opgeworpen, komt op tegen de feitelijke vaststelling van de appelrechters dat de eiser het verdelingsincident niet in eerste aanleg in limine litis heeft opgeworpen. Het middel dat opkomt tegen deze feitelijke vaststelling zonder de miskenning van de bewijskracht van enig stuk aan te voeren, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Michel Lemal, als voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 augustus 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Michel Lemal, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250812.VAK.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.