← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1105

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1107

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 2 Gelet op de urgentie die eigen is aan de wrakingsprocedure, wordt geen verdaging toegestaan om met een schriftelijke noot te antwoorden op de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal; de partijen in de mogelijkheid zijnde om op de rechtszitting mondeling te antwoorden op die conclusie. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Urgentie - Advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie - Conclusie - Mondelinge conclusie ter terechtzitting - Verdaging voor antwoord op de mondelinge conclusie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1107

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiche 3 Hoewel artikel 833 Gerechtelijk Wetboek geen uitdrukkelijke termijn oplegt waarbinnen een wraking moet worden voorgedragen die steunt op een grond die zich heeft voorgedaan na de opening van het debat, blijkt zowel uit de letter en de geest van die bepalingen als uit de welomschreven termijnen voor de wrakingsprocedure en uit de schorsing van alle vonnissen en handelingen die zij met zich meebrengt, dat een dergelijke wraking moet worden voorgedragen zodra de grond van de wraking bekend is aan de partij die zich erop beroept; een wrakingsgrond is door een partij gekend wanneer die partij een voldoende zekerheid heeft om zich een overtuiging te kunnen vormen over de wrakingsgrond en om een feitelijk en juridisch onderbouwd wrakingsverzoek in te dienen

(1).
(1)Cass. 21 mei 2024, AR P.24.0608.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.4; Cass. 12 december 2023, AR P.23.1556.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.6; Cass. 18 april 2023, AR P.23.0427.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.12; Cass. 26 april 2022, AR P.22.0315.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.3; Cass. 1 juni 2021, AR P.21.0565.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.13; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.1214.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6, AC 2019, nr. 25. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Wrakingsgronden - Voordragen van de wraking - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 833- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

C.25.0261.N F.P., arts, verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge , advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9030 Mariakerke, Durmstraat 29 en mr. Quinten De Keersmaecker, advocaat bij de balie te Brussel, in de zaak aanhangig bij de Nederlandstalige Raad van beroep van de Orde der Artsen, met rolnummers 22/2024, 23/2024, 24/2024, 25/2024 en 3/

  1. I. VORDERING Het verzoek tot wraking, is neergelegd op de zitting van de Raad van beroep van de Orde der Artsen op 30 juni
  2. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Ere eerste voorzitter A. B., emeritus kamervoorzitter M. V., emeritus kamervoorzitter C. L., emeritus kamervoorzitter A. D.P., Dr. P. B., Dr. K. B., Dr. M. N., Dr. F. D. en Dr. P. V. hebben op 30 juni 2025 de in artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring gedaan, volgens welke zij weigeren zich van de zaak te onthouden. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF Verzoeken op de rechtszitting
  3. De verzoeker heeft geen recht op de ontvangst van de schriftelijke voorbereiding van de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal ter rechtszitting. Dit verzoek wordt geweigerd.
  4. Gelet op de urgentie die eigen is aan de wrakingsprocedure, wordt de zaak niet verdaagd om de verzoeker toe te laten met een schriftelijke noot te antwoorden op de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal. De verzoeker was in de mogelijkheid om op de rechtszitting mondeling te antwoorden op die conclusie. Het verzoek tot uitstel wordt geweigerd. Verdere beoordeling
  5. De verzoeker vordert de wraking van ere eerste voorzitter A. Boyen, emeritus kamervoorzitter M. V., emeritus kamervoorzitter C. L., emeritus kamervoorzitter A. D.P., emeritus kamervoorzitter J. V.E., Dr. P. B., Dr. K. B., Dr. M. N., Dr. F. D. en Dr. P. V. en in ondergeschikte orde de wraking van emeritus kamervoorzitter J. V.E..
  6. Hij vordert die wraking wegens wettige verdenking in de zin van artikel 828, 1° Gerechtelijk Wetboek. Het zou volgens de verzoeker niet mogelijk zijn om nog op een onafhankelijke wijze uitspraak te horen doen over zijn zaak, vermits zijn raadsman openlijk kritiek heeft geuit op de heer V.E. die deel uitmaakte van de zetel van de Raad van beroep van de Orde der Artsen op de zitting van 5 mei 2025 en met de andere gewraakte rechters de zaak heeft voorbereid en beraad.
  7. Krachtens artikel 833 Gerechtelijk Wetboek moet hij die een wraking wil voordragen dit doen vóór de aanvang van de pleidooien, tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan en, indien de zaak bij verzoekschrift is ingeleid, alvorens op het verzoekschrift een beschikking is gegeven.
  8. Hoewel artikel 833 Gerechtelijk Wetboek geen uitdrukkelijke termijn oplegt waarbinnen een wraking moet worden voorgedragen die steunt op een grond die zich heeft voorgedaan na de opening van het debat, blijkt zowel uit de letter en de geest van die bepalingen als uit de welomschreven termijnen voor de wrakingsprocedure en uit de schorsing van alle vonnissen en handelingen die zij met zich meebrengt, dat een dergelijke wraking moet worden voorgedragen zodra de grond van de wraking bekend is aan de partij die zich erop beroept. Een wrakingsgrond is door een partij gekend wanneer die partij een voldoende zekerheid heeft om zich een overtuiging te kunnen vormen over de wrakingsgrond en om een feitelijk en juridisch onderbouwd wrakingsverzoek in te dienen.
  9. De verzoeker vermeldt dat hij voldoende zekerheid verkreeg van de ingeroepen wrakingsgrond op 5 mei 2025, toen zijn raadsman de notulen van de rechtszitting van die dag ontving. Hij legde op 7 mei 2025 een verzoekschrift neer tot heropening van het debat omwille van het feit dat J. V.E. zetelde in de Raad van beroep op 5 mei
  10. Bij beslissing van de Raad van beroep van 12 mei 2025 werd het debat heropend en werd de zaak vastgesteld op de rechtszitting van de Raad van 30 juni
  11. Deze beslissing werd ter kennis gebracht van de verzoeker bij brief van 14 mei
  12. Het verzoekschrift tot heropening van het debat van 7 mei 2025 betrof geen wrakingsverzoek. Vermits de verzoeker reeds voldoende zekerheid verkreeg van de wrakingsgrond op 5 mei 2025, is het verzoek tot wraking dat pas ter rechtszitting van de Raad van beroep van 30 juni 2025 werd neergelegd laattijdig en bijgevolg onontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de verzoeker op 26 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Mireille Delange, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, en de raadsheren François Stévenart Meeûs, Maxime Marchandise en Myriam Ghyselen, en in openbare terechtzitting van 26 augustus 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Mireille Delange, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250826.VAK.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160119.1 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.12 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.6 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.