id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250826.VAK.3 Rolnummer: P.25.1182.N Zaak: E. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2025-09-02 Raadplegingen: 390 - laatst gezien 2026-06-15 11:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Artikel 16, § 6bis Voorlopige Hechteniswet, artikel 3 Richtlijn 2010/64/EU, de artikelen 3 en 6, lid 2, Richtlijn 2012/13/EU en artikel 5.2 EVRM voorzien niet in een nietigheidssanctie of in een andere sanctie die van rechtswege van toepassing is op de eventuele niet-naleving van de erin vervatte verplichtingen binnen de erin bepaalde termijnen; het feit dat de aangehouden verdachte niet binnen een redelijke termijn een schriftelijke of mondelinge vertaling van de relevante passages van het bevel tot aanhouding heeft ontvangen in een taal die hij verstaat of dat hij in die taal niet op de hoogte is gesteld van de redenen van zijn aanhouding en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen, kan derhalve enkel aanleiding geven tot zijn invrijheidstelling wanneer het onderzoeksgerecht dat beslist over de handhaving van zijn voorlopige hechtenis vaststelt dat zijn recht van verdediging daardoor onherstelbaar is miskend. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Redenen - Vertaling in de taal die hij verstaat - Recht van verdediging - Sanctie - Omstandigheden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Redenen - Vertaling in de taal die hij verstaat - Recht van verdediging - Sanctie - Omstandigheden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - ALGEMEEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Redenen - Vertaling in de taal die hij verstaat - Recht van verdediging - Sanctie - Omstandigheden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 6 De urgentie waarmee die vertaling of informatie aan de verdachte moet worden verstrekt met het oog op de vrijwaring van zijn recht van verdediging, hangt af van de concrete situatie waarin hij zich bevindt; in die zin is een arrestatie met vrijheidsbeneming, gevolgd door een politionele ondervraging over de feiten die aan de arrestatie ten grondslag liggen, niet te vergelijken met een door de onderzoeksrechter afgeleverd bevel tot aanhouding, dat zijn geldingskracht behoudt tot een andersluidende beslissing van de onderzoeksrechter of een onderzoeksgerecht; aldus levert het enkele feit dat een verdachte die vertaling of informatie niet onverwijld na het afleveren van het bevel tot aanhouding heeft ontvangen, ook al is hij ingevolge overmacht nog niet eerder kunnen worden ondervraagd, nog geen onherstelbare miskenning van zijn recht van verdediging op; het onderzoeksgerecht dat beslist over de voorlopige hechtenis van de verdachte, oordeelt onaantastbaar op grond van alle regelmatig aan tegenspraak onderworpen gegevens of tot de invrijheidstelling van de betrokkene moet worden beslist wegens de onherstelbare miskenning van zijn recht van verdediging. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Redenen - Taal die hij verstaat - Vertaling - Recht van verdediging - Sanctie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Redenen - Vertaling in de taal die hij verstaat - Recht van verdediging - Sanctie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - ALGEMEEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Redenen - Vertaling in de taal die hij verstaat - Recht van verdediging - Sanctie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 6bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures - 20-10-2010 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 3 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 6, tweede lid Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 7 - 8 Noch artikel 18, § 1, Voorlopige Hechteniswet, noch enige andere wets- of verdragsbepaling vereist dat de betekening van een bevel tot aanhouding aan een verdachte die de taal van de rechtspleging niet begrijpt, moet gepaard gaan met een vertaling van de essentiële passages van dat bevel in een taal die de betrokkene begrijpt of met een kennisgeving in die taal van de redenen van zijn aanhouding en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen; het enkele feit dat de onderzoeksrechter ingevolge overmacht de verdachte niet kon verhoren voorafgaand aan de aflevering van het bevel tot aanhouding, doet daaraan geen afbreuk
(1).
(1)Cass. 28 januari 1992, AR 4918, AC 1991-92, nr. 277. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Betekening - Geen vertaling in de taal die hij verstaat - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 18, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Betekening - Geen vertaling in de taal die hij verstaat - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 18, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 9 - 10 Uit de artikelen 23, 4° en 30, § 3, laatste lid, Voorlopige Hechteniswet volgt dat het onderzoeksgerecht dat beslist over de handhaving van de voorlopige hechtenis, moet antwoorden op de conclusies van de partijen; rekening houdend met de korte termijn waarbinnen het onderzoeksgerecht moet beslissen, moet dit echter niet tot in de bijzonderheden antwoorden op die conclusies
(1).
(1)Cass. 13 mei 2025, AR P.25.0673.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.25. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Onderzoeksgerecht - Conclusie - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Onderzoeksgerecht - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1182.N Y. E. M., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jean-Christophe De Block, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 augustus 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 5.2 EVRM, artikel 16, § 6bis Voorlopige Hechteniswet en de artikelen 3 en 6, lid 2, van de richtlijn 2012/13/EU van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser niet in vrijheid moet worden gesteld wegens de miskenning van zijn recht van verdediging; de eiser, die de taal van de rechtspleging niet machtig is, werd niet onverwijld en in een taal die hij verstaat, in kennis gesteld van de reden van zijn arrestatie en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen, noch van zijn fundamenteel recht op vertaling en vertolking; het arrest oordeelt, eensdeels: “Uit de stukken blijkt dat [de eiser] voorafgaand aan de aflevering van het bevel tot aanhouding wegens medische redenen, en dus overmacht, niet kon worden verhoord en dus ook niet voorafgaand aan de aflevering van het aanhoudingsmandaat kon worden geïnformeerd over voormeld recht, de redenen van de arrestatie en de aanhouding en de feiten die hem ten laste werden gelegd. Gezien die vaststelling dat hij niet kon worden verhoord, is van enige nietigheid van de betekening geen sprake”; het oordeelt, anderdeels: “Er blijkt evenwel dat hij voor de zitting van de raadkamer van 25 juli 2025 vertegenwoordigd werd door een advocaat zodat kan worden aangenomen dat zijn rechten van verdediging inzake de kennis van de ten laste gelegde feiten gevrijwaard waren en hij wel degelijk in de mogelijkheid is geweest er zich met die kennis effectief op te verdedigen, zoals ook voor de kamer van inbeschuldigingstelling”; die redenen volstaan niet om aan te nemen dat eisers recht van verdediging inzake de kennis van de hem ten laste gelegde feiten was gevrijwaard; het dient met zekerheid vast te staan dat de eiser over de vermelde gegevens werd ingelicht om te kunnen stellen dat zijn recht van verdediging werd geëerbiedigd. 2. Artikel 16, § 6bis, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: “De verdachte die de taal van de procedure niet spreekt of verstaat, heeft recht op een schriftelijke of mondelinge vertaling van de relevante passages van het bevel in een taal die hij verstaat, zodat hij kennis heeft van de hem ten laste gelegde feiten en hij zich effectief kan verdedigen. Indien dit het eerste verhoor betreft, wordt hem voorafgaand aan het verhoor gevraagd in welke taal die hij verstaat hij wenst te worden bijgestaan voor het verdere verloop van de procedure door een tolk en de vertaling wenst te bekomen van relevante passages van, in voorkomend geval, het bevel tot aanhouding of het Europees aanhoudingsbevel, de dagvaarding en de rechterlijke uitspraak. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De mondelinge vertaling of de mondelinge samenvatting laat het eerlijke verloop van de procedure onverlet. De griffier van de onderzoeksrechter staat in voor de opdracht tot vertaling van het document en de verzending ervan. Indien een mondelinge vertaling aan de verdachte werd verstrekt, wordt daarvan melding gemaakt in het bevel tot aanhouding. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.” 3. Artikel 3 (“Recht op vertaling van essentiële processtukken”) van de richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures bepaalt: “1. De lidstaten zorgen ervoor dat een verdachte of beklaagde die de taal van de strafprocedure niet verstaat, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling ontvangt van alle processtukken die essentieel zijn om te garanderen dat hij zijn recht van verdediging kan uitoefenen en om het eerlijke verloop van de procedure te waarborgen. 2. De essentiële processtukken omvatten beslissingen tot vrijheidsbeneming, de tenlastelegging of dagvaarding en vonnissen. (…) 4. Onderdelen van essentiële processtukken die niet relevant zijn om de verdachte of beklaagde in staat te stellen van de zaak tegen hem kennis te laten nemen, hoeven niet te worden vertaald. (…) 7. Als uitzondering op de in de leden 1, 2, 3 en 6 opgenomen algemene regels kan, in plaats van een schriftelijke vertaling een mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting van de essentiële processtukken worden verstrekt, op voorwaarde dat deze mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting het eerlijke verloop van de procedure onverlet laat. (…)” 4. Artikel 3 (“Recht op informatie over rechten”) van de richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures bepaalt: - onder 1, dat de lidstaten erop toezien dat verdachten of beklaagden onverwijld informatie krijgen over ten minste de volgende procedurele rechten, zoals die van toepassing zijn op grond van het nationale recht, opdat deze rechten daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend:
- c)het recht op informatie over de beschuldiging overeenkomstig artikel 6 en
- d)het recht op vertolking en vertaling; - onder 2, dat de lidstaten erop toezien dat de in lid 1 bedoelde informatie mondeling of schriftelijk en in eenvoudige en toegankelijke bewoordingen wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele specifieke behoeften van kwetsbare verdachten of beklaagden. Die richtlijn bepaalt in artikel 6.2 (“Recht op informatie over de beschuldiging”) dat de lidstaten erop toezien dat aangehouden verdachten in kennis worden gesteld van de redenen voor hun aanhouding of detentie, met inbegrip van het strafbare feit waarvan zij worden verdacht of beschuldigd. 5. Artikel 5.2 EVRM bepaalt dat eenieder die is gearresteerd onverwijld en in een taal die hij verstaat op de hoogte moet worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht. 6. Geen van die bepalingen voorziet in een nietigheidssanctie of in een andere sanctie die van rechtswege van toepassing is op de eventuele niet-naleving van de erin vervatte verplichtingen binnen de erin bepaalde termijnen. Het feit dat de aangehouden verdachte niet binnen een redelijke termijn een schriftelijke of mondelinge vertaling van de relevante passages van het bevel tot aanhouding heeft ontvangen in een taal die hij verstaat of dat hij in die taal niet op de hoogte is gesteld van de redenen van zijn aanhouding en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen, kan derhalve enkel aanleiding geven tot zijn invrijheidstelling wanneer het onderzoeksgerecht dat beslist over de handhaving van zijn voorlopige hechtenis vaststelt dat zijn recht van verdediging daardoor onherstelbaar is miskend. 7. De urgentie waarmee die vertaling of informatie aan de verdachte moet worden verstrekt met het oog op de vrijwaring van zijn recht van verdediging, hangt af van de concrete situatie waarin hij zich bevindt. In die zin is een arrestatie met vrijheidsbeneming, gevolgd door een politionele ondervraging over de feiten die aan de arrestatie ten grondslag liggen, niet te vergelijken met een door de onderzoeksrechter afgeleverd bevel tot aanhouding, dat zijn geldingskracht behoudt tot een andersluidende beslissing van de onderzoeksrechter of een onderzoeksgerecht. Aldus levert het enkele feit dat een verdachte die vertaling of informatie niet onverwijld na het afleveren van het bevel tot aanhouding heeft ontvangen, ook al is hij ingevolge overmacht nog niet eerder kunnen worden ondervraagd, nog geen onherstelbare miskenning van zijn recht van verdediging op. 8. Het onderzoeksgerecht dat beslist over de voorlopige hechtenis van de verdachte, oordeelt onaantastbaar op grond van alle regelmatig aan tegenspraak onderworpen gegevens of tot de invrijheidstelling van de betrokkene moet worden beslist wegens de onherstelbare miskenning van zijn recht van verdediging. Het Hof gaat wel na of het onderzoeksgerecht uit de feiten die het vaststelt geen daarmee niet te verenigen gevolgen afleidt. 9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 10. Het middel voert niet aan dat een gebrek aan vertaling of informatie, zoals hiervoor bedoeld, de eiser heeft gehinderd in zijn verdediging ten overstaan van de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling, die over de handhaving van zijn voorlopige hechtenis hebben beslist. Dat gegeven blijkt evenmin uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan. In die omstandigheden kan de kamer van inbeschuldigingstelling op grond van de redenen die het middel vermeldt, wettig oordelen dat het recht van verdediging van de eiser niet is miskend en hij derhalve niet in vrijheid moet worden gesteld. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 11. Het middel voert schending aan van artikel 18, § 1, Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte zoals vermeld in het eerste middel; de eiser werd niet in een taal die hij verstaat in kennis gesteld van de redenen van zijn arrestatie en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen; hoewel de Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat in geval van overmacht een voorafgaand verhoor niet binnen de 48 uur moet plaatsvinden, bepaalt die wet niet dat een regelmatige betekening binnen diezelfde termijn niet vereist zou zijn zodra de situatie van overmacht is opgeheven; de betekening van het bevel tot aanhouding is onregelmatig. 12. Noch artikel 18, § 1, Voorlopige Hechteniswet, noch enige andere wets- of verdragsbepaling vereist dat de betekening van een bevel tot aanhouding aan een verdachte die de taal van de rechtspleging niet begrijpt, moet gepaard gaan met een vertaling van de essentiële passages van dat bevel in een taal die de betrokkene begrijpt of met een kennisgeving in die taal van de redenen van zijn aanhouding en van alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen. Het enkele feit dat de onderzoeksrechter ingevolge overmacht de verdachte niet kon verhoren voorafgaand aan de aflevering van het bevel tot aanhouding, doet daaraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 13. Voor het overige heeft het middel dezelfde strekking als het eerste middel en kan het wegens de daar vermelde redenen niet worden aangenomen. Derde middel 14. Het middel voert schending aan van de artikelen 23, 4° en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest antwoordt niet op het door de eiser in zijn conclusie aangevoerde verweer dat zijn recht van verdediging niet werd nageleefd omdat hij niet in kennis werd gesteld van zijn recht op vertaling en vertolking; het arrest beantwoordt evenmin eisers verweer dat een aangehouden verdachte zo snel mogelijk in kennis moet worden gesteld van de redenen voor zijn aanhouding, met inbegrip van het strafbare feit waarvan hij wordt verdacht of beschuldigd. 15. Uit de artikelen 23, 4° en 30, § 3, laatste lid, Voorlopige Hechteniswet volgt dat het onderzoeksgerecht dat beslist over de handhaving van de voorlopige hechtenis, moet antwoorden op de conclusies van de partijen. Rekening houdend met de korte termijn waarbinnen het onderzoeksgerecht moet beslissen, moet dit echter niet tot in de bijzonderheden antwoorden op die conclusies. 16. Met het geheel van de redenen die het arrest bevat, waaronder de redenen dat ook de verplichting tot het informeren van de verdachte over het recht op vertaling en vertolking geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste is en dat de informatie die de eiser voorafgaand aan de rechtszitting van de raadkamer vanwege zijn raadsman moet hebben ontvangen in de gegeven omstandigheden volstaat om zijn recht van verdediging te waarborgen, betrekt het arrest het in het middel vermelde verweer van de eiser in zijn beoordeling en verwerpt en beantwoordt het arrest dat verweer, zonder daarop nog verder in de bijzonderheden te moeten ingaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Mireille Delange, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren François Stévenart Meeûs, Maxime Marchandise en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 26 augustus 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Mireille Delange, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250826.VAK.3 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div