← België

Y.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250902.2N.15 Rolnummer: P.25.1166.N Zaak: Y. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-09-09 Raadplegingen: 507 - laatst gezien 2026-06-15 05:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Indien een veroordeelde aanvoert dat de op de detentiefiche vermelde data van toelaatbaarheid voor strafuitvoeringsmodaliteiten niet correct zijn en hij daarover een concreet verweer voert met onder meer verwijzing naar het principe van het totaliseren en gelijktijdig uitvoeren van straffen, dan dient de strafuitvoeringsrechtbank dit verweer concreet te beantwoorden, desgevallend na het inwinnen van de zienswijze van de penitentiaire administratie, ook al is die zienswijze niet bindend.; met de enkele reden dat er geen grond is om de in de detentiefiche opgenomen tijdsberekening in vraag te stellen of daarvan af te wijken, beantwoordt het vonnis niet het door het middel bedoelde verweer. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 54, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 65, derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 54, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 65, derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1166.N Y. Y., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 31 juli 2025, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 22 juli

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 54, § 1, 64, 1° en 65, derde lid, Wet Strafuitvoering: met het oordeel dat er geen redenen zijn om de op de detentiefiche vermelde berekening van de tijdsvoorwaarden in vraag te stellen, miskent het vonnis het principe dat straffen moeten worden getotaliseerd en tegelijk moeten worden uitgevoerd.
  3. Indien een veroordeelde aanvoert dat de op de detentiefiche vermelde data van toelaatbaarheid voor strafuitvoeringsmodaliteiten niet correct zijn en hij daarover een concreet verweer voert met onder meer verwijzing naar het principe van het totaliseren en gelijktijdig uitvoeren van straffen, dan dient de strafuitvoeringsrechtbank dit verweer concreet te beantwoorden, desgevallend na het inwinnen van de zienswijze van de penitentiaire administratie, ook al is die zienswijze niet bindend. Met de enkele reden dat er geen grond is om de in de detentiefiche opgenomen tijdsberekening in vraag te stellen of daarvan af te wijken, beantwoordt het vonnis niet het door het middel bedoelde verweer. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel
  4. Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie, behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  5. De vernietiging op grond van het aangevoerde motiveringsgebrek heeft betrekking op het oordeel dat de eiser een nieuw verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling kan indienen zodra hij daarvoor in de tijdsvoorwaarden is en op het oordeel dat hij evenmin in de tijdsvoorwaarden is voor andere strafuitvoeringsmodaliteiten. De overige beslissingen van het vonnis blijven onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt dat de eiser: - een nieuw verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling kan indienen zodra hij daarvoor in de tijdsvoorwaarden is; - evenmin in de tijdsvoorwaarden is voor andere strafuitvoeringsmodaliteiten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 73,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van plaatsvervangend magistraat Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250902.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.