← België

V. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.10 Rolnummer: C.24.0064.N Zaak: V. contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 311 - laatst gezien 2026-06-17 13:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Een procedure tot rechterlijke machtiging aan de voorlopige bewindvoerder in de zin van artikel 488bis, f), Oud Burgerlijk Wetboek om ten behoeve van de beschermde persoon een nader bepaalde rechtshandeling te stellen, is een toegewezen procedure in die zin dat zij enkel door de voorlopige bewindvoerder ten behoeve van de beschermde persoon kan worden gevoerd; zowel de beschermde persoon zelf of zijn rechtsopvolgers in zijn naam, als derden, zoals erfgenamen van de beschermde persoon in eigen naam, missen hoedanigheid in de zin van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek om als procespartij hetzij tussen te komen in een dergelijke procedure hetzij derdenverzet in te stellen

(1).
(1)Art. 488bis, f), Oud Burgerlijk Wetboek voor de opheffing ervan door de wet van 17 maart
  1. Thesaurus CAS: ONBEKWAAMVERKLARING EN GERECHTELIJK RAADSMAN Vrije woorden: Beschermde persoon - Rechtshandeling - Machtiging - Betwisting machtiging - Rechtsopvolgers - Erfgenamen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 488bis, f) - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0064.N
  2. M. T. V., , handelend in eigen naam en in haar hoedanigheid van bijzondere rechtsopvolger van J.W.,
  3. G.V., handelend in eigen naam en in haar hoedanigheid van bijzondere rechtsopvolger van J.W.,
  4. G.D., handelend in zijn hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van M.W., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  5. L.D.R., handelend in eigen naam en in zijn hoedanigheid van voorlopig be-windvoerder van E.W.,
  6. G.P.,
  7. A.P., handelend in eigen naam en in zijn hoedanigheid van erfgenaam van M.G.,
  8. W.P., handelend in eigen naam en in zijn hoedanigheid van erfgenaam van M.G.,
  9. M.H., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. in aanwezigheid van AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de tot gemeenverkla-ring van het arrest opgeroepen partij woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, van 18 april
  10. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 24 juli 2025 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  11. Een procedure tot rechterlijke machtiging aan de voorlopige bewindvoer-der in de zin van artikel 488bis, f, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepas-sing, om ten behoeve van de beschermde persoon een nader bepaalde rechtshan-deling te stellen, is een toegewezen procedure in die zin dat zij enkel door de voorlopige bewindvoerder ten behoeve van de beschermde persoon kan worden gevoerd. Zowel de beschermde persoon zelf of zijn rechtsopvolgers in zijn naam, als der-den, zoals erfgenamen van de beschermde persoon in eigen naam, missen hoeda-nigheid in de zin van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek om als procespartij hetzij tussen te komen in een dergelijke procedure hetzij derdenverzet in te stellen.
  12. De onderdelen die geheel berusten op de rechtsopvatting dat tegen een rechterlijke beslissing waarbij aan de voorlopige bewindvoerder machtiging wordt verleend om in naam en voor rekening van de beschermde persoon een rechtshandeling te stellen, derdenverzet kan worden ingesteld indien aan de voorwaarden van artikel 1122 Gerechtelijk Wetboek is voldaan, falen naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot gemeenverklaring. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.129,93 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samenge-steld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Michael Traest en in openbare rechtszitting van 8 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.