← België

3D ULTRA SURFACES contra TOPSOLID SAS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.2 Rolnummer: C.24.0400.N Zaak: 3D ULTRA SURFACES contra TOPSOLID SAS Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 288 - laatst gezien 2026-06-15 09:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Ligt een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voor, dan dient de rechter die de rechtsplegingsvergoeding bepaalt, zijn beslissing dienaangaande bijzonder te motiveren; die bijzondere motiveringsverplichting houdt in dat de rechter, ingeval een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorligt, verduidelijkt in welke mate hij de in artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde, door de verzoeker aangevoerde criteria in acht heeft genomen bij zijn beoordeling van een eventuele afwijking van het basisbedrag; die verplichting geldt onverkort wanneer de rechter, ondanks het verzoek, beslist om niet af te wijken van het basisbedrag. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Basisbedrag - Verzoek tot afwijking - Bijzondere motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0400.N 3D ULTRA SURFACES bv, met zetel te 8340 Damme, Estegemstraat 16, inge-schreven bij de KBO onder het nummer 0475.892.688, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen TOPSOLID SAS, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 91055 Evry (Frankrijk), rue du Bois-Sauvage 7, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 mei

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 20 mei 2025 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsple-gingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In uitvoering van artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek worden de be-dragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld in het Tarief Rechtsple-gingsvergoeding, rekening houdend met onder meer de aard van de zaak en de belangrijkheid van het geschil.
  3. De artikelen 2 tot 4 Tarief Rechtsplegingsvergoeding voorzien in indexeer-bare bedragen van de rechtsplegingsvergoeding voor al dan niet in geld waar-deerbare vorderingen. Het gaat telkens om basis-, minimum- en maximumbedragen.
  4. Behoudens wanneer een procedureakkoord omtrent de omvang van de rechtsplegingsvergoeding dan wel een grond of een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorligt, dient de rechter ambts-halve het met toepassing van de bepalingen van het Tarief Rechtsplegingsver-goeding correcte basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen.
  5. Ligt een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegings-vergoeding voor, dan dient de rechter die de rechtsplegingsvergoeding bepaalt, zijn beslissing dienaangaande bijzonder te motiveren. Die bijzondere motiveringsverplichting houdt in dat de rechter, ingeval een ver-zoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorligt, verduidelijkt in welke mate hij de in artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wet-boek bedoelde, door de verzoeker aangevoerde criteria in acht heeft genomen bij zijn beoordeling van een eventuele afwijking van het basisbedrag. Die verplich-ting geldt onverkort wanneer de rechter, ondanks het verzoek, beslist om niet af te wijken van het basisbedrag.
  6. De appelrechter die, ondanks het in het middel bedoelde verzoek tot afwij-king van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, de rechtsplegingsver-goeding voor beide aanleggen zonder bijzondere motivering bepaalt op het ba-sisbedrag, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de rechtsplegingsver-goeding in beide aanleggen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Michael Traest, en in openba-re rechtszitting van 8 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.