id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.8 Rolnummer: C.23.0412.N Zaak: V. contra DEN DIJK bv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 436 - laatst gezien 2026-06-18 21:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De rechter op verwijzing heeft slechts rechtsmacht binnen de grenzen van de vernietiging en de verwijzing; hoewel de omvang van de vernietiging in de regel beperkt is tot de draagwijdte van het middel dat ten grondslag ligt aan de vernietiging, raakt de vernietiging van een punt van het dictum het hele punt, ongeacht de reden voor die vernietiging; de rechter op verwijzing mag zich dus niet beperken tot het herstellen van de onwettigheid van het vernietigde punt, maar moet een volledig nieuwe beslissing nemen over dit punt
(1).
(1)Cass. 8 januari 2015, AR C.13.0267.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150108.2, AC 2015, nr. 14; Cass. 30 september 2013, AR C.12.0345.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130930.3, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Beginsel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1082, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1095 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0412.N S.V.D.W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen DEN DIJK bv, met zetel te 9170 Sint-Gillis-Waas, Klingedijkstraat 106, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0471.819.282, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 13 oktober 2022, gewezen na verwijzing bij arrest van het Hof van 26 maart
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 3 juni 2025 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- De rechter op verwijzing heeft slechts rechtsmacht binnen de grenzen van de vernietiging en de verwijzing. Hoewel de omvang van de vernietiging in de regel beperkt is tot de draagwijdte van het middel dat ten grondslag ligt aan de vernietiging, raakt de vernietiging van een punt van het dictum het hele punt, ongeacht de reden voor die vernietiging. De rechter op verwijzing mag zich dus niet beperken tot het herstellen van de onwettigheid van het vernietigde punt, maar moet een volledig nieuwe beslissing nemen over dit punt.
- Uit het dossier van de rechtspleging blijkt dat: - de partijen discussie voeren omtrent een handelshuurovereenkomst waarbij de verweerster een handelspand verhuurt aan de eiser; - de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, bij vonnis van 6 december 2018 de vordering van de verweerster tot ontbinding van de overeenkomst ten laste van de eiser afwijst als ongegrond; - de rechtbank daarbij oordeelt dat de niet-betaling door de eiser van huurgelden voor de maanden januari tot en met juni 2017 geen grond kan vormen tot ontbinding van de overeenkomst omdat de eiser zich regelmatig op de niet-uitvoeringsexceptie heeft beroepen; - het Hof bij arrest van 26 maart 2021 dit vonnis vernietigt in zoverre het de vordering van de verweerster tot ontbinding van de overeenkomst heeft verworpen, omdat de rechtbank niet heeft geantwoord op drie eveneens door de verweerster aangevoerde wanprestaties van de eiser, meer bepaald de laattijdige betaling van huurgelden uit 2015, het niet-bewonen en niet-onderhouden van het woonhuis waardoor huurschade is ontstaan en het aanbrengen van schade en vernielingen aan het woonhuis.
- De appelrechters oordelen dat zij als verwijzingsrechter niet ermee kunnen volstaan de door het Hof vastgestelde tekortkomingen recht te zetten maar binnen de perken van hun saisine een nieuwe en volledige beslissing moeten nemen, wat concreet inhoudt dat zij alle door de verweerster aangehaalde contractuele wanprestaties moeten betrekken bij hun beoordeling van de vordering van de verweerster tot ontbinding van de overeenkomst. De appelrechters die vervolgens beslissen dat de niet-betaling van de huurgelden voor de maanden januari tot en met juni 2017 voldoende ernstig is om de huurovereenkomst ten nadele van de eiser te ontbinden, beoordelen naar recht de omvang van hun rechtsmacht na cassatie. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 542,44 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Michael Traest en in openbare rechtszitting van 8 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250908.3N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130930.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150108.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div