id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250909.2N.20 Rolnummer: P.25.0884.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-09-15 Raadplegingen: 519 - laatst gezien 2026-06-15 05:44 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter verantwoordt de beslissing tot herroeping van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging bij toepassing van artikel 14 § 2, Probatiewet naar recht indien hij vaststelt dat de veroordeelde minstens één van de hem opgelegde voorwaarden op een zeker ogenblik tijdens de proeftijd niet heeft nageleefd; de omstandigheid dat de veroordeelde bepaalde voorwaarden wel en andere niet heeft nageleefd of dat hij op zeker ogenblik tijdens de proeftijd de voorwaarden heeft nageleefd en op een ander tijdstip dan weer niet, belet de rechter niet het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging te herroepen. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0884.N Y. V. S., gedaagde tot herroeping van probatie-uitstel van tenuitvoerlegging, eiser, met als raadsman mr. Tanja Smit, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 7 mei 2025 (C/805/2025). De eiser voert in memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het maakt geen keuze tussen tegenstrijdige argumenten; het laat niet toe te begrijpen hoe de beslissing tot stand is gekomen; het arrest laat uitschijnen dat de herroeping is gesteund op het moeizaam verloop van het naleven van de probatievoorwaarden, maar het stelt ook vast dat er afspraken werden nageleefd en dat er wel degelijk urinecontroles werden overgelegd; de herroeping is ook gegrond op de reden dat er geen stukken werden voorgebracht waaruit de motivatie van de eiser zou blijken.
- De rechter verantwoordt de beslissing tot herroeping van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging bij toepassing van artikel 14 § 2, Probatiewet naar recht indien hij vaststelt dat de veroordeelde minstens één van de hem opgelegde voorwaarden op een zeker ogenblik tijdens de proeftijd niet heeft nageleefd. De omstandigheid dat de veroordeelde bepaalde voorwaarden wel en andere niet heeft nageleefd of dat hij op zeker ogenblik tijdens de proeftijd de voorwaarden heeft nageleefd en op een ander tijdstip dan weer niet, belet de rechter niet het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging te herroepen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest motiveert de bevestiging van de inwilliging van de vordering tot herroeping van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging als volgt: - de aan de eiser opgelegde probatievoorwaarden waren gericht op het zich laten begeleiden voor zijn druggebruik, resultaten van drugcontroles en urinestalen mee te delen en het verkrijgen van een tewerkstelling; - uit het uittreksel van de notulen van de probatiecommissie van 24 januari 2023 blijkt dat de eiser de hem opgelegde probatievoorwaarden niet heeft nageleefd: hij kwam de afspraken moeilijk na, legde laattijdige urinecontroles neer en pleegde bovendien nieuwe strafbare feiten tijdens de proeftijd, feiten waarvoor hij bij arrest van 22 december 2022 werd veroordeeld en hij opnieuw de gunst van het probatie-uitstel kreeg toegekend; - daarmee rekening houdend en met het gegeven dat ook in hoger beroep geen stukken werden voorgebracht waaruit blijkt dat de eiser inmiddels wel gemotiveerd zou zijn om de hem destijds opgelegde probatievoorwaarden na te leven, dringt zich de herroeping van het verleende probatie-uitstel op; - de eiser moet beseffen dat het niet opgaat om probatievoorwaarden, waarmee hij destijds heeft ingestemd, vervolgens niet na te leven of naar eigen goeddunken te gaan invullen. Op grond van die redenen, die geenszins tegenstrijdig zijn en die de eiser in staat stellen te begrijpen waarom wordt beslist tot de herroeping van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging, verantwoorden de appelrechters de herroepingsbeslissing naar recht en omkleden ze die regelmatig met redenen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 9 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250909.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div