id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250909.2N.21 Rolnummer: P.25.0825.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-09-15 Raadplegingen: 549 - laatst gezien 2026-06-16 13:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 5 Hij die op grond van artikel 44 Wegverkeerswet om een herziening verzoekt van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid moet aantonen dat de ongeschiktheid niet langer voorhanden is; de rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de stukken die de verzoeker ter staving van zijn verzoek aan de rechter overlegt en die beoordelingsmacht is een gegeven waarmee de verzoeker bij het indienen van zijn verzoek en de behandeling op de rechtszitting moet rekening houden; uit het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging volgt niet dat de rechter bij de behandeling op de rechtszitting aan de verzoeker moet meedelen dat de ingediende stukken onvoldoende zijn ter staving van de aanvoering dat de ongeschiktheid niet langer voorhanden is, of dat hij het openbaar ministerie uitdrukkelijk moet verzoeken daarover standpunt in te nemen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 44 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 44 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 44 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 44 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 44 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 44 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0825.N A. T., verzoeker tot herziening van een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, eiser, met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Aalst, van 28 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 163 en 195 Wetboek van Strafvordering: het vonnis verwerpt eisers verzoek zonder enige toelichting bij de twee ingediende medische bewijsstukken; het vermeldt niet waarom het toxicologisch rapport en het medisch attest die centraal stonden in het verzoek buiten beschouwing zijn gelaten; door geen redenen op te geven voor de blijvende rijontzegging, ondanks de medische aanwijzingen van herstel, laat het vonnis na te antwoorden op essentiële argumenten en kan het Hof zijn wettigheidstoets niet uitoefenen.
- De rechter moet enkel antwoorden op middelen die worden aangevoerd in een regelmatig ingediende conclusie. Hij moet niet antwoorden op stukken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het vonnis verklaart het verzoek ongegrond na te hebben vastgesteld dat de eiser op de rechtszitting heeft bevestigd dat hij gedurende ongeveer 2 à 2,5 jaar cannabis heeft gebruikt en op basis van het oordeel dat geen nuttige stukken werden overgelegd waaruit ontegensprekelijk een relevante onthouding kan worden afgeleid. Aldus vermeldt het vonnis de redenen op grond waarvan dit het verzoek afwijst. Die redenen laten het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 44 Wegverkeerswet: het vonnis past deze bepaling die toelaat om na zes maanden een herziening te vragen van de rijontzegging om medische redenen onjuist toe; de eiser voldeed aan alle voorwaarden aangezien er meer dan zes maanden waren verstreken sinds het definitieve vonnis dat een rijontzetting wegens lichamelijke of psychische ongeschiktheid had uitgesproken en hij bewijzen had overgelegd waaruit bleek dat de oorzaak van de ongeschiktheid was verdwenen; het vonnis had het verzoek moeten inwilligen of minstens toelichten waarom de bewijzen niet voldeden.
- Het vonnis oordeelt, na de vaststelling dat de eiser op de rechtszitting heeft bevestigd dat hij gedurende ongeveer 2 à 2,5 jaar cannabis heeft gebruikt, dat geen nuttige stukken werden overgelegd waaruit ontegensprekelijk een relevante onthouding kon worden afgeleid. Aldus vermeldt het waarom de overgelegde stukken niet voldeden. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het vonnis en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht van verdediging waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt: de rechter had op de rechtszitting moeten meedelen dat de overgelegde stukken niet voldeden of minstens het openbaar ministerie moeten uitnodigen zich daarover uit te laten, wat niet is gebeurd; het vonnis suggereert dat andere of bijkomende bewijsstukken noodzakelijk waren, zonder dit aan de partijen voor te leggen; het vonnis grondt aldus zijn oordeel op gegevens die buiten het debat zijn gebleven.
- Hij die op grond van artikel 44 Wegverkeerswet om een herziening verzoekt van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid moet aantonen dat de ongeschiktheid niet langer voorhanden is. De rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de stukken die de verzoeker ter staving van zijn verzoek aan de rechter overlegt. Die beoordelingsmacht is een gegeven waarmee de verzoeker bij het indienen van zijn verzoek en de behandeling op de rechtszitting moet rekening houden.
- Uit het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging volgt niet dat de rechter bij de behandeling op de rechtszitting aan de verzoeker moet meedelen dat de ingediende stukken onvoldoende zijn ter staving van de aanvoering dat de ongeschiktheid niet langer voorhanden is, of dat hij het openbaar ministerie uitdrukkelijk moet verzoeken daarover standpunt in te nemen.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 9 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250909.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div