id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250911.1N.3 Rolnummer: D.24.0003.N Zaak: S. contra Orde van advocaten bij de rechtbank Antw Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-11-24 Raadplegingen: 301 - laatst gezien 2026-06-15 11:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Het in artikel 463, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde tegenberoep is niet ontvankelijk wanneer het hoofdberoep laattijdig is; het tegenberoep is geen zelfstandig principaal hoger beroep dat het lot van het laattijdig ingestelde hoger beroep niet volgt. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Tucht - Hoger beroep - Principaal beroep - Tegenberoep - Onderscheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) - 10-10-1967 - Art. 463, eerste, tweede, derde en vierde lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Tekst van de beslissing Nr. D.24.0003.N Y. S., advocaat, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, die optreedt op vordering en naar concept, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE RECHTBANK ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen, Gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20 bus 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0700.380.283,
- STAFHOUDER VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE BALIE VAN ANTWERPEN, met kabinet te 2000 Antwerpen, Gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20 bus 15, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten van 9 januari
- Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Eerste middel
- Krachtens artikel 463, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen de betrokken advocaat, de stafhouder van de balie van de betrokken advocaat of de procureur-generaal hoger beroep instellen tegen de beslissingen gewezen door de tuchtraad. Artikel 463, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het hoger beroep aan de voorzitter van de tuchtraad ter kennis wordt gebracht bij een ter post aangetekende brief binnen vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Artikel 463, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de voorzitter van de tuchtraad van beroep bij een ter post aangetekende brief kennis geeft van het beroep aan de voorzitter van de tuchtraad en, naar gelang van het geval, aan de betrokken advocaat, aan de stafhouder van de Orde waartoe hij behoort of aan de procureur-generaal. Krachtens artikel 463, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen de procureur-generaal, de stafhouder en de advocaat bij een ter post aangetekende brief tegenberoep instellen binnen een termijn van één maand te rekenen van het hoofdberoep.
- Uit voormelde wetsbepalingen volgt dat het in artikel 463, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde tegenberoep niet ontvankelijk is wanneer het hoofdberoep laattijdig is. Het middel dat ervan uitgaat dat het tegenberoep een zelfstandig principaal hoger beroep is dat het lot van het laattijdig ingestelde hoger beroep niet volgt, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 351,10 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 11 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250911.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div