.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 6 Bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie moet de rechter niet uitdrukkelijk vaststellen dat hij specifiek heeft onderzocht of de weigering om een door een burgerlijke partij voorgestelde getuige te horen al dan niet het recht van die partij op een eerlijk proces miskent, of die partij ondanks deze weigering een redelijke kans heeft gekregen om haar zaak voor te leggen en of die partij hierbij niet wezenlijk werd benadeeld ten opzichte van de beklaagde; het feit dat de rechter dat onderzoek heeft gedaan, kan blijken uit andere redenen van zijn beslissing, waaronder de redenen op grond waarvan hij oordeelt dat het getuigenverhoor niet dienstig is voor de waarheidsvinding
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0128.N T. M., burgerlijke partij, eiseres, met als raadslieden mr. Joachim Meese en mr. Wahib El Hayouni, beiden advocaat bij de balie Gent, tegen G. V., beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 december 2024. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Op 23 juli 2025 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 16 september 2025 heeft sectievoorzitter Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest miskent de bewijskracht van het verslag van de door de eiseres aangezochte psycholoog door aan de inhoud van diens verslag een uitlegging te geven die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan; meer bepaald is die psycholoog, anders dan het arrest oordeelt, bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van de eiseres niet uitgegaan van een bekentenis van de verweerder dat hij zonder haar toestemming met haar geslachtsgemeenschap heeft gehad. 2. Het arrest (p. 9-10) oordeelt in het licht van een geheel van feitelijke gegevens en getuigenverklaringen die het (p. 5-11) opsomt als volgt: “Spijts de latere, tegenstrijdige verklaringen van [de eiseres], kan enkel worden vastgesteld dat de seksuele betrekkingen die zij met [de verweerder] in de bootmanstore (of ook ‘paintstore’) had, zeker met geldige toestemming plaatsvonden. Dat haar latere verklaring door een psycholoog als waarheidsgetrouw en geloofwaardig werd geanalyseerd doet daar niets aan af. Deze ging immers enkel van haar versie uit. Het is verder niet omdat een psycholoog een (mens)wetenschappelijke opleiding genoot en hij wetenschappelijke methodes zou hanteren, dat zijn bevindingen noodzakelijk wetenschappelijk onderbouwd zijn en daardoor hogere bewijswaarde hebben. De bevindingen van de partijdeskundige kunnen geen afbreuk doen aan de zekere feitelijke vaststellingen in de andere zin.” Het arrest baseert die reden onder meer op getuigenverklaringen die het vermeldt en waaruit blijkt dat de eiseres smoorverliefd was op de verweerder, alsook dat zij opschepte over de seksuele betrekkingen die zij net daarvoor met de verweerder had gehad in de paintstore. Het arrest oordeelt vervolgens met de door het middel bekritiseerde redenen: “De door [de eiseres] aangestelde psycholoog gaat trouwens uit van een bekentenis van [de verweerder], wat niet het geval is. Als de bekentenis van [de verweerder] inhoudt dat hij erkende dat hij [de eiseres] seksueel penetreerde, is dit een foutief uitgangspunt om de geloofwaardigheid van verklaringen in het licht van verkrachting, wat seksuele penetratie zonder geldige instemming inhoudt, te beoordelen.” 3. Hieruit volgt dat het middel opkomt tegen een overtollige reden die de zelfstandige redenen op grond waarvan het arrest oordeelt dat de eiseres wel degelijk geldig heeft ingestemd met de seksuele betrekkingen die zij in de bootmanstore met de verweerder heeft gehad, onaangetast laat. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel 4. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces met inbegrip van de wapengelijkheid: het arrest weigert in te gaan op het door de eiseres gevraagde getuigenverhoor van B. en V.; het oordeelt dat het recht op getuigenverhoor voor de burgerlijke partij beperkter is dan voor de beklaagde; uit de redenen van het arrest blijkt niet dat de appelrechters hebben onderzocht of (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.