← België

Hotelschool Ter Duinen contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250922.3N.2 Rolnummer: S.23.0019.N Zaak: Hotelschool Ter Duinen contra B. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 256 - laatst gezien 2026-06-18 12:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR Fiche Wanneer een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt, de sanctie van terugkeer tot de tijdelijke aanstelling oploopt, blijft het in zijn ambt aangesteld voor doorlopende duur; dit personeelslid moet zich daartoe niet opnieuw formeel kandidaat stellen. Thesaurus CAS: ONDERWIJS Vrije woorden: Vrij gesubsidieerd onderwijs - Tuchtsanctie - Wervingsambt - Tijdelijke aanstelling - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 18, § 1 - 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 20bis, § 1, eerste lid - 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 21, § 1, eerste lid,
  2. f)- 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 23bis, §§ 2 en 3 - 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 31, § 1, eerste lid, 1° en 3° - 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 64, eerste lid, 5° - 41 Link Justel databank 19910327-41 Decreet van de Vlaamse Raad van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding - 27-03-1991 - Art. 65, § 5 - 41 Link Justel databank 19910327-41 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0019.N HOTELSCHOOL TER DUINEN vzw, met zetel te 8670 Koksijde, Houtsaegerlaan 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0409.997.818, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen F.B., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 27 juni 2022. Ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel 3. Krachtens artikel 18, § 1, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs worden de wervingsambten uitgeoefend door personeelsleden die ofwel tijdelijk aangesteld ofwel vast benoemd zijn. Krachtens artikel 20bis, § 1, eerste lid, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs wordt een tijdelijk personeelslid altijd aangesteld voor bepaalde duur, tenzij het personeelslid voldoet aan artikel 23, 23bis, 77bis of 77ter. Krachtens artikel 21, § 1, eerste lid, f), Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs eindigt een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt van rechtswege en zonder vooropzeg voor het geheel of een deel van de opdracht uiterlijk op het einde van het schooljaar of de leergang waarvoor de aanstelling werd gedaan. Deze bepaling is evenwel niet van toepassing op de personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur. Krachtens artikel 23bis, § 2, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs stelt de inrichtende macht van een instelling die tot een scholengemeenschap behoort, een tijdelijk personeelslid in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking aan voor een bepaalde of voor een doorlopende duur, maar kan een personeelslid slechts voor doorlopende duur worden aangesteld als dit personeelslid voldoet aan de bepalingen van dit artikel. Artikel 23bis, § 3, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, zoals hier van toepassing, bepaalt in zijn eerste lid dat een personeelslid recht heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur indien het in één of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap gespreid over tenminste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft van tenminste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, in zijn derde lid dat het personeelslid dat op dit recht een beroep wenst te doen, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, vóór 15 juni met een ter post aangetekende brief moet kandideren bij een inrichtende macht van één van de instellingen van de scholengemeenschap, en in zijn vijfde lid dat als het personeelslid in één of meer instellingen van de scholengemeenschap een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dit vanaf dat ogenblik dan geldt als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Krachtens artikel 31, § 1, eerste lid, 1° en 3°, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, zoals hier van toepassing, kan een personeelslid slechts in vast verband worden benoemd indien het op 30 juni voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat tenminste 720 dagen dienstanciënniteit heeft, waarvan 360 dagen in het bedoelde ambt, en op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. 4. Overeenkomstig artikel 64, eerste lid, 5°, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs kunnen de personeelsleden in geval van tekortkoming aan hun plichten onder meer de volgende sanctie oplopen: - de terugkeer tot de tijdelijke aanstelling voor het personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt; - de terugzetting in rang voor het personeelslid dat vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt; - het uitstel van vaste benoeming voor een bepaalde duur van het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur. Krachtens artikel 65, § 5, Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, zoals hier van toepassing, blijft het personeelslid bij terugkeer tot de tijdelijke aanstelling in de betrekking die het als vast benoemd personeelslid bekleedde de dag voorafgaand aan de tuchtuitspraak, behoort het tot de categorie bedoeld in al naargelang het geval artikel 23, § 3, of artikel 23bis, § 3, en is het reaffectatievrij. Het personeelslid dat bij tuchtmaatregel is teruggezet tot de tijdelijke aanstelling, komt slechts opnieuw in aanmerking voor een vaste benoeming na verloop van twee volledige schooljaren volgend op de uitspraak. De zesde paragraaf van voormeld artikel 65 bepaalt dat bij de terugzetting in rang het personeelslid wordt bezoldigd volgens de salarisschaal verbonden aan het ambt dat hem bij die tuchtmaatregel is toegewezen en uit de zevende paragraaf van dat artikel volgt dat de sanctie van het uitstel van vaste benoeming tot gevolg heeft dat het personeelslid aangesteld blijft voor doorlopende duur en ook het recht op zulke aanstelling blijft behouden, maar het slechts opnieuw in aanmerking komt voor een vaste benoeming na verloop van twee volledige schooljaren volgend op de uitspraak. 5. Uit de samenhang tussen de voormelde wetsbepalingen volgt vooreerst dat wanneer een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt, de sanctie van terugkeer tot de tijdelijke aanstelling oploopt, het in zijn ambt aangesteld blijft voor doorlopende duur. Verder volgt uit die bepalingen dat dit personeelslid zich daartoe niet opnieuw formeel kandidaat moet stellen. In zoverre het onderdeel in zijn eerste grief ervan uitgaat dat het vast benoemd personeelslid aan wie de tuchtsanctie van terugkeer tot de tijdelijke aanstelling werd opgelegd, terug voor bepaalde duur is aangesteld en slechts opnieuw voor doorlopende duur kan worden aangesteld na opnieuw een dienstanciënniteit van tenminste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, te hebben opgebouwd, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. In zoverre het onderdeel in zijn tweede grief ervan uitgaat dat het vast benoemd personeelslid aan wie de tuchtsanctie van terugkeer tot de tijdelijke aanstelling werd opgelegd, terug voor bepaalde duur is aangesteld en slechts opnieuw voor doorlopende duur kan worden aangesteld na zich vóór 15 juni van het voorafgaande schooljaar opnieuw bij aangetekende brief kandidaat te hebben gesteld bij een inrichtende macht van één van de instellingen van de scholengemeenschap, berust het evenzeer op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt bijgevolg naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 730,95 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert, Ann De Wolf en ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 22 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250922.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.