← België

VTO.I contra RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250922.3N.4 Rolnummer: S.22.0040.N Zaak: VTO.I contra RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2025-11-06 Raadplegingen: 429 - laatst gezien 2026-06-18 15:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche 1 De artikelen 22ter, tweede lid RSZ-wet, 157 Wet Deeltijdse Arbeid en 15, eerste en vierde lid Arbeidsreglementenwet strekken ertoe een efficiënte controle op de werkelijk verrichte prestaties mogelijk te maken, met het oog op de voorkoming en de bestrijding van zwartwerk. Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN Vrije woorden: Toepassing - Doelstelling Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 22ter, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen - 08-04-1965 - Art. 15, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1965040816 Fiches 2 - 3 Het in artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet bepaalde weerlegbare vermoeden vindt toepassing wanneer de werkgever het afschrift of uittreksel van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer niet aan de sociaal inspecteurs kan voorleggen tijdens de door hen op de exploitatiezetel uitgevoerde controle op de naleving van deze bepalingen; de omstandigheid dat die documenten niet aan de sociaal inspecteurs kunnen worden voorgelegd in de loop van de door hen uitgevoerde controle impliceert immers dat deze documenten op dat ogenblik niet worden bewaard in een voor de werknemers gemakkelijk toegankelijke plaats. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Sociale zekerheidsbijdragen - Deeltijdse werknemers - Vermoeden van het verrichten van voltijdse prestaties - Documenten - Arbeidsinspectie - Toezicht Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 22ter, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen - 08-04-1965 - Art. 15, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1965040816 Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN Vrije woorden: Werknemers - Sociale zekerheidsbijdragen - Deeltijdse werknemers - Vermoeden van het verrichten van voltijdse prestaties - Documenten - Arbeidsinspectie - Toezicht Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 22ter, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen - 08-04-1965 - Art. 15, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1965040816 Fiche 4 De verplichting van de werkgever tot het voorleggen van de afschriften of uittreksels van de arbeidsovereenkomsten van de deeltijdse werknemers aan de sociaal inspecteurs tijdens de door hen uitgevoerde controle maakt een resultaatsverbintenis uit waarvan de niet-naleving, behoudens ingeval van overmacht, een inbreuk op artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid uitmaakt. Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN Vrije woorden: Arbeidsinspectie - Voorleggen documenten - Aard van de verplichting Wettelijke bepalingen: Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 151, 1° - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Tekst van de beslissing Nr. S.22.0040.N VTO.I bv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Kustlaan 58, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0845.220.089, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 22 oktober

  1. Ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet worden, bij ontstentenis van openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159 Wet Deeltijdse Arbeid, de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst, in de hoedanigheid van voltijdse werknemer.
  3. Artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid bepaalt dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer, schriftelijk vastgesteld overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters en met de identiteit van de deeltijdse werknemer waarop deze van toepassing zijn, alsmede zijn handtekening en die van de werkgever, moet worden bewaard, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, op de plaats waar het arbeidsreglement kan geraadpleegd worden met toepassing van artikel 15 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. Overeenkomstig artikel 15, eerste lid, Arbeidsreglementenwet moet het bericht met opgave van de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, worden aangeplakt op een zichtbare en toegankelijke plaats. Krachtens artikel 15, vierde lid, Arbeidsreglementenwet moet iedere werknemer, op elk ogenblik en zonder tussenpersoon, inzage kunnen nemen van het definitieve reglement en de wijzigingen eraan, in een gemakkelijk toegankelijke plaats. Deze voorschriften strekken ertoe een efficiënte controle op de werkelijk verrichte prestaties mogelijk te maken, met het oog op de voorkoming en de bestrijding van zwartwerk.
  4. Uit het geheel van de voormelde wetsbepalingen volgt dat het in artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet bepaalde weerlegbare vermoeden toepassing vindt wanneer de werkgever het afschrift of uittreksel van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer niet aan de sociaal inspecteurs kan voorleggen tijdens de door hen op de exploitatiezetel uitgevoerde controle op de naleving van deze bepalingen. De omstandigheid dat die documenten niet aan de sociaal inspecteurs kunnen worden voorgelegd in de loop van de door hen uitgevoerde controle impliceert immers dat deze documenten op dat ogenblik niet worden bewaard in een voor de werknemers gemakkelijk toegankelijke plaats. Het onderdeel dat het tegendeel aanvoert, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Tweede onderdeel
  5. Een inbreuk op de in artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid bepaalde verplichting wordt krachtens artikel 151, 1°, Sociaal Strafwetboek bestraft met een sanctie van niveau 3, die overeenkomstig artikel 101 Sociaal Strafwetboek bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1.000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 50 tot 500 euro. De in artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid bepaalde verplichting van de werkgever tot openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters en tot het bewaren van een afschrift of een uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomsten op de werkplaats in een voor de werknemers gemakkelijk toegankelijke plaats waar het arbeidsreglement geraadpleegd kan worden, die impliceert dat de werkgever die documenten aan de sociaal inspecteurs moet kunnen voorleggen tijdens een door hen uitgevoerde controle op de naleving van deze bepaling, houdt bijgevolg geen middelenverbintenis in maar is een strikt na te leven wettelijke verplichting. Enkel wanneer de werkgever aannemelijk maakt dat de niet-naleving ervan door overmacht is veroorzaakt, kan aan de werkgever geen inbreuk op artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid worden toegerekend, waardoor het in artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet bepaalde vermoeden geen toepassing vindt.
  6. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de verplichting van de werkgever tot het voorleggen van de afschriften of uittreksels van de arbeidsovereenkomsten van de deeltijdse werknemers aan de sociaal inspecteurs tijdens de door hen uitgevoerde controle geen resultaatsverbintenis uitmaakt waarvan de niet-naleving, behoudens ingeval van overmacht, een inbreuk op artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid uitmaakt, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
  7. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de rechter bij zijn beoordeling van het al dan niet naleven van de voormelde verplichting rekening moet houden met de omstandigheden waarin en de wijze waarop de controle door de controleambtenaar van de inspectie werd uitgevoerd, evenals met de redenen die door de werkgever worden opgegeven voor het niet kunnen voorleggen van de bedoelde documenten tijdens de controle, ook al maken die omstandigheden geen overmacht uit, berust het op dezelfde onjuiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
  8. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid, artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet, artikel 15 Arbeidsreglementenwet, de artikelen 17 tot 19 en 25 Sociaal Strafwetboek en de artikelen 1147 en 1148 Oud Burgerlijk Wetboek, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel betreffende de bevrijdende werking van overmacht, berust het volledig op de voormelde onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  9. De eiseres heeft voor de appelrechters niet aangevoerd dat de redenen die zij opgaf voor het niet kunnen voorleggen van de afschriften of uittreksels van de arbeidsovereenkomsten van de deeltijdse werknemers tijdens de uitgevoerde controle overmacht zouden uitmaken. Zij voert evenmin aan dat de appelrechters het wettelijk begrip overmacht miskennen door te oordelen dat de talrijke redenen die zij opgaf om te verklaren waarom die documenten tijdens de controle van 19 juli 2018 niet aan de inspectie konden voorgelegd worden, niet relevant zijn en overmacht niet wordt bewezen. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet omdat het arrest het Hof niet zou toelaten zijn wettigheidstoezicht op het rechtsbegrip overmacht uit te oefenen, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 446,10 euro en op de som van 22 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert, Ann De Wolf en ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 22 september 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250922.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.