← België

PROCUREUR DES KONINGS TURNHOUT contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.1 Rolnummer: P.25.0728.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TURNHOUT contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-10-02 Raadplegingen: 588 - laatst gezien 2026-06-18 17:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Het verlies van de bijzondere bewijswaarde die vaststellingen hebben op grond van artikel 62 Wegverkeerswet wegens het niet-tijdig toezenden van het proces-verbaal van overtreding en de daardoor ontstane moeilijkheid voor de kentekenplaathouder om het tegenbewijs voor die vaststellingen te leveren, heeft noodzakelijk tot gevolg dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden van toerekening van die overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan verdwijnt, aangezien ingevolge de niet-tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding de weerlegging van dit vermoeden evenzeer wordt bemoeilijkt

(1); de omstandigheid dat de kentekenplaathouder dadelijk na de vaststelling van de overtreding door de verbalisant werd gevraagd naar de identiteit van de bestuurder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, zonder dat hij de identiteit van die bestuurder heeft meegedeeld, en het gegeven dat de kentekenplaathouder zich daardoor desgevallend schuldig kan hebben gemaakt aan het door artikel 29ter, tweede lid, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf, laten niet toe anders te oordelen aangezien de kentekenplaathouder slechts met kennis van zaken het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden van toerekening kan weerleggen indien hij tijdig kennis krijgt van het proces-verbaal van overtreding.
(1)Cass. 28 mei 2024, AR P.24.0517.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0728.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Turnhout, eiser, tegen T. A., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 10 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 67bis Wegverkeerswet: het bestreden vonnis houdt geen rekening met het door artikel 67bis Wegverkeerswet bedoelde vermoeden en dit louter omwille van de niet-tijdige kennisgeving van het proces-verbaal van overtreding; het houdt geen rekening met het gegeven dat de verweerder onmiddellijk na de feiten werd geïnterpelleerd en werd geconfronteerd met de vraag naar de identiteit van de bestuurder; het bestreden vonnis vermengt de bewijswaarde van het proces-verbaal en het wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid van de kentekenplaathouder.
  4. Artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig, met dien verstande dat dit vermoeden van toerekening kan worden weerlegd met elk middel.
  5. Het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, is verenigbaar met artikel 6.2 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, indien dat vermoeden weerlegbaar is.
  6. Artikel 62, eerste tot en met vierde lid, Wegverkeerswet bepaalt in welke gevallen processen-verbaal betreffende overtredingen van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan bewijswaarde hebben tot bewijs van het tegendeel.
  7. Artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat een afschrift van het proces-verbaal van overtreding binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de misdrijven, aan de overtreder wordt toegezonden.
  8. Bij afwezigheid van een tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding aan de overtreder verliest dit proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde. De erin vervatte vaststellingen blijven evenwel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt.
  9. De verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben.
  10. Uit het voorgaande volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan, tegen hem niet kan worden ingeroepen indien het proces-verbaal van overtreding hem niet tijdig werd toegezonden.
  11. Het verlies van de bijzondere bewijswaarde die vaststellingen hebben op grond van artikel 62 Wegverkeerswet wegens het niet-tijdig toezenden van het proces-verbaal van overtreding en de daardoor ontstane moeilijkheid voor de kentekenplaathouder om het tegenbewijs voor die vaststellingen te leveren, heeft noodzakelijk tot gevolg dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden van toerekening van die overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan verdwijnt, aangezien ingevolge de niet-tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding de weerlegging van dit vermoeden evenzeer wordt bemoeilijkt.
  12. De omstandigheid dat de kentekenplaathouder dadelijk na de vaststelling van de overtreding door de verbalisant werd gevraagd naar de identiteit van de bestuurder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, zonder dat hij de identiteit van die bestuurder heeft meegedeeld, en het gegeven dat de kentekenplaathouder zich daardoor desgevallend schuldig kan hebben gemaakt aan het door artikel 29ter, tweede lid, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf, laten niet toe anders te oordelen. De kentekenplaathouder kan slechts met kennis van zaken het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden van toerekening weerleggen indien hij tijdig kennis krijgt van het proces-verbaal van overtreding.
  13. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  14. Het bestreden vonnis stelt vast dat het proces-verbaal van overtreding niet tijdig aan de verweerder werd toegestuurd en daaruit volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet bedoelde vermoeden hem niet kan worden tegengeworpen. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 19,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 23 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.