Obsah (4)
Art. 895Art. 896Art. 897Art. 902id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 895
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 896
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 897
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 902
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 895
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 896
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 897
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 902
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 895
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 896
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 897
- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 902- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.1217.N N. E. H., verzoeker tot wraking, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kato Van Espen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, van 11 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 8.17 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 895, 896, 897 en 902 Gerechtelijk Wetboek: door te oordelen dat eisers incidentele valsheidsvordering kennelijk ongegrond is en tevens te weigeren de door de eiser tot staving van die vordering voorgestelde onderzoeksmaatregelen te bevelen, verantwoordt het arrest niet naar recht dat eisers wrakingsverzoek moet worden afgewezen als ongegrond; indien geen uitspraak kan worden gedaan over de hoofdvordering zonder rekening te houden met het van valsheid betichte stuk, dient de rechter de uitspraak over de hoofdvordering op te schorten.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het volgende: - de eiser heeft op 20 juni 2025 op de correctionele griffie een akte van wraking neergelegd van de voorzitter van kamer AC10 van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen (hierna de gewraakte rechter) op grond van artikel 828, 1°, en 12°, Gerechtelijk Wetboek, omdat deze de strafzaak tegen de eiser bij verstek heeft behandeld op de rechtszitting van 7 mei 2025, terwijl zij ervan op de hoogte was dat de eiser persoonlijk op de rechtszitting wilde verschijnen maar om medische redenen afwezig was, wat volgens de eiser wijst op een hoge graad van vijandschap tussen hem en de gewraakte rechter en tevens een wettige verdenking doet ontstaan; - de eiser heeft voor het hof van beroep, dat uitspraak diende te doen over zijn wrakingsverzoek, een incidentele valsheidsvordering ingesteld met betrekking tot de bij toepassing van artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek door de gewraakte rechter opgestelde verklaring en met betrekking tot het proces-verbaal van de voormelde rechtszitting van 7 mei 2025; - de valsheid blijkt volgens de eiser uit de omstandigheid dat op het proces-verbaal van de rechtszitting van 7 mei 2025 louter akte wordt verleend van het rapportbriefje van de gevangenis van 6 mei 2025 waarbij hij had meegedeeld dat hij wegens ziekte niet wenste te verschijnen op de rechtszitting van 7 mei 2025, terwijl op dat proces-verbaal valselijk geen melding wordt gemaakt van het schrijven dat zijn raadsman op 7 mei 2025 om 08.44 uur naar de correctionele griffie had verstuurd en waarin werd meegedeeld dat de eiser wegens een gepland ziekenhuisbezoek onmogelijk aanwezig kon zijn op de rechtszitting, dat hij dat absoluut wenste en dat hij geen mandaat gaf aan zijn raadsman om hem te vertegenwoordigen; - volgens de eiser is hierdoor ook de voormelde verklaring van de gewraakte rechter vals, in zoverre deze daarin stelde dat het voormelde schrijven van 7 mei 2025 de rechtbank op die rechtszitting niet bekend was en ook niet werd neergelegd.
- In zoverre het middel aanvoert dat het arrest uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet kon afleiden dat de rechtbank op de komst van eisers raadsman op de rechtszitting tot 11.00 uur heeft gewacht, komt het op tegen het onaantastbare oordeel van het arrest over de feiten of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk.
- Artikel 897 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, in geval van een tussenvordering wegens valsheid in burgerlijke zaken, de rechter voor wie de hoofdvordering aanhangig is, zijn uitspraak hierover uitstelt indien geen uitspraak kan worden gedaan zonder rekening te houden met het van valsheid betichte stuk.
- Die bepaling belet de rechter niet om te oordelen dat een incidentele valsheidsvordering kennelijk ongegrond is en er bijgevolg geen onderzoeksmaatregelen bij toepassing van artikel 902, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek moeten worden bevolen om de beweerde valsheid nader te onderzoeken. De rechter oordeelt hierover onaantastbaar op grond van alle gegevens van het hem voorgelegde dossier en moet zich niet beperken tot de vermeldingen in de van valsheid betichte akten. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 19, nr. 7) oordeelt over eisers incidentele valsheidsvordering met betrekking tot de door de gewraakte rechter opgestelde verklaring en met betrekking tot het proces-verbaal van de rechtszitting van 7 mei 2025 als volgt: - in tegenstelling tot wat de eiser beweert, levert de loutere chronologie of de inhoud van de voorliggende communicatie geen bewijs op van de beweerde valsheid, noch wordt zulke valsheid hierdoor ook maar aannemelijk gemaakt; - het loutere gegeven dat de brieven werden verstuurd naar een algemeen emailadres van de correctionele griffie van de rechtbank van eerste aanleg en naar een algemeen emailadres van het parket van de procureur des Konings, vlak voor de aanvang van de rechtszitting, vormt geen bewijs dat de gewraakte rechter kennis had van deze brieven op het ogenblik van de behandeling en het in beraad nemen van de zaak en dat haar verklaring daaromtrent vals zou zijn, evenmin dat het proces-verbaal van de rechtszitting vals zou zijn. De loutere leesbevestiging vanwege het secretariaat van het parket, of nog de bevestiging van de correctionele griffie dat deze brief wordt bezorgd aan de zittingskamer, doet geen afbreuk aan het voorgaande; - uit de verklaring van de gewraakte rechter blijkt dat de zaak bij verstek werd behandeld, conform de collegiale beslissing van kamer AC10 van de rechtbank van eerste aanleg, die werd genomen op basis van de toen voorhanden zijnde informatie, met name een rapportbriefje van de eiser waarin hij op 6 mei 2025 aanduidde dat hij niet wenste te verschijnen op de rechtszitting van 7 mei 2025 wegens ziekte, en de vaststelling dat de eiser op de zitting van 7 mei 2025 niet vertegenwoordigd was door een raadsman, hoewel hij wel degelijk vertegenwoordigd werd door een raadsman op de rechtszitting van 22 januari
- Er werd op de rechtszitting van 7 mei 2025 niet om een uitstel verzocht, noch werd een verklaring neergelegd van de afwezigheid van de eiser op de rechtszitting; - een zaak wordt bij verstek afgehandeld als de regelmatig gedagvaarde beklaagde niet verschijnt op de rechtszitting waarop zijn zaak is vastgesteld voor behandeling. Hij verschijnt niet wanneer hij persoonlijk niet aanwezig is of niet vertegenwoordigd wordt door een advocaat; - blijkens het proces-verbaal van rechtszitting van 7 mei 2025 blijkt dat het rapportbriefje van 6 mei 2025 van de eiser, waarin deze uitdrukkelijk weigerde te verschijnen wegens ziekte, werd neergelegd door het openbaar ministerie en het gekend was door de rechtbank dat de eiser alleszins om die reden niet zou verschijnen op de rechtszitting. De rechtbank heeft gewacht tot 11.00 uur op de komst van de raadsman van de eiser en is door de zaak bij verstek te behandelen haar bevoegdheid niet te buiten gegaan. Met die redenen kan het arrest wettig oordelen dat de bij wijze van tussenvordering ingestelde valsheidsvordering als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 2, 828, 838 en 839 Gerechtelijk Wetboek: door zich louter te baseren op de eenvoudige verklaring van de gewraakte rechter zonder in te gaan op het door de eiser in ondergeschikte orde geformuleerde verzoek om getuigenverhoren te bevelen en zonder toe te lichten waarom een getuigenverhoor niet nuttig zou zijn, verantwoordt het arrest de beslissing tot verwerping van eisers wrakingsverzoek niet naar recht.
- Uit de door de eiser voor het hof van beroep neergelegde conclusie blijkt niet dat de eiser in ondergeschikte orde heeft verzocht om een getuigenbewijs te bevelen teneinde bij toepassing van artikel 839 Gerechtelijk Wetboek de door hem aangevoerde wrakingsgrond nader te onderzoeken, maar wel dat hij in ondergeschikte orde heeft verzocht om een getuigenbewijs te bevelen met het oog op het onderzoek van de door hem ingestelde incidentele valsheidsvordering bij toepassing van artikel 902, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige is het middel afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoerde wetsschendingen en is het niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het beginsel inzake de motiveringsplicht: het oordeel dat eisers incidentele valsheidsvordering kennelijk ongegrond is en eisers wrakingsverzoek moet worden afgewezen als ongegrond, is niet regelmatig met redenen omkleed; het arrest antwoordt immers niet op eisers conclusie waarin hij in ondergeschikte orde om zeven dienstige onderzoeksmaatregelen had verzocht en motiveert niet waarom deze niet nuttig zouden zijn voor de oordeelsvorming.
- Met de in het antwoord op het eerste middel vermelde redenen verwerpt en beantwoordt het arrest de in het middel bedoelde conclusie van de eiser en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 23 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161014.4 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161014.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div