id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.17 Rolnummer: P.25.1232.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-10-02 Raadplegingen: 404 - laatst gezien 2026-06-19 03:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Een verzuim bij de mededeling van de mogelijkheid tot inzage van het dossier zoals geregeld door artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet wordt geremedieerd door de mogelijkheid tot inzage door de verdachte en zijn raadsman ter gelegenheid van de behandeling in hoger beroep
(1).
(1)Zie Cass. 6 juni 2023, AR P.23.0821.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.25; Cass. 5 april 2022, AR P.22.0437.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1232.N J. T., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt: het ontbreken van de door artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde kennisgeving door de griffier aan de verdachte en aan zijn raadsman dat het dossier ter beschikking wordt gehouden gedurende twee dagen voor de verschijning voor de raadkamer moet in elke aanleg en strikt worden nageleefd; een verzuim op dit punt tast de regelmatigheid van de procedure aan; de eiser noch zijn raadsman ontvingen die kennisgeving; de eiser zelf kreeg geen bericht; een melding om te verschijnen voor de raadkamer is geen dergelijke kennisgeving; ook de raadsman kreeg geen bericht; de kennisgeving aan een vorige raadsman die geen mandaat meer had, is geen correcte kennisgeving; het arrest laat na te antwoorden op het ter zake door de eiser in zijn appelconclusie ontwikkelde verweer.
- Artikel 6 EVRM is in beginsel niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Een verzuim bij de mededeling van de mogelijkheid tot inzage van het dossier zoals geregeld door artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet wordt geremedieerd door de mogelijkheid tot inzage door de verdachte en zijn raadsman ter gelegenheid van de behandeling in hoger beroep. In zoverre kan het middel, dat niet aanvoert dat de eiser en zijn raadsman voor de behandeling van de zaak in hoger beroep geen inzage hebben kunnen nemen van het dossier, niet worden aangenomen.
- Met de redenen die het arrest (randnr. 3.2) bevat, beantwoordt en verwerpt dit het door het middel bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 23 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.17 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div