id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.6 Rolnummer: P.25.0870.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-02 Raadplegingen: 386 - laatst gezien 2026-06-15 05:50 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de overgelegde stukken; uit het enkele feit dat een proces-verbaal geruime tijd na de feiten waarvoor de vervolging werd ingesteld, werd opgesteld en dat het als bedoeling had duidelijkheid te verkrijgen over de omstandigheden van de kennisgeving van een vervallenverklaring, volgt niet dat de rechter dit proces-verbaal niet in aanmerking kan nemen bij de bewijsbeoordeling. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 40 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0870.N M. A., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Dirk Vliegen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 10 april
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart de strafvordering vervallen voor het feit omschreven onder de telastlegging P en het spreekt de eiseres vrij voor de feiten omschreven onder de telastleggingen BD, BE, BF, BG en BH. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is eiseres’ cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis behoudt de straf van de verbeurdverklaring van het voertuig niettegenstaande het vaststelt dat het verval van het recht tot sturen is verjaard; het motiveert die beslissing onvoldoende en het herformuleert de strafmotieven niet op basis van de nog overblijvende strafbare inbreuken; het bestreden vonnis vermeldt dan ook geen autonome en concrete motieven ter verantwoording van de verbeurdverklaring.
- Het bestreden vonnis verklaart de strafvordering enkel vervallen voor het feit omschreven onder de telastlegging P en het spreekt de eiseres enkel vrij voor de feiten omschreven onder de telastleggingen BD, BE, BF, BG en BH. Voor het overige bevestigt het bestreden vonnis de door de eerste rechter uitgesproken schuldigverklaringen. Het bestreden vonnis (p. 17, derde en vierde alinea) grondt de bevestiging van de door de eerste rechter uitgesproken verbeurdverklaring van het voertuig wel degelijk op de bewezen gebleven telastleggingen en het vermeldt concrete motieven ter verantwoording van die beslissing. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM en artikel 12 Grondwet, alsook miskenning van het beginsel van nulla poena sine lege: niettegenstaande het bestreden vonnis vaststelt dat de kwalificatie van het verval van het recht tot sturen is verjaard, wordt zonder rechtsgeldige geherkwalificeerde grondslag en zonder verduidelijking op basis van de overige feiten het rijverbod opnieuw opgelegd.
- Het bestreden vonnis verklaart de strafvordering enkel vervallen voor het feit omschreven onder de telastlegging P en het spreekt de eiseres enkel vrij voor de feiten omschreven onder de telastleggingen BD, BE, BF, BG en BH. Voor het overige bevestigt het bestreden vonnis de door de eerste rechter uitgesproken schuldigverklaringen waaronder die voor het sturen zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan (telastleggingen L, M, N, O, Q, R, S, U, W, Y, AA, AC, AE, AG, AI, AK, AM, AO, AP, AQ, AR, AS, AT, AU en AX). Het bestreden vonnis (p. 17, tweede alinea) grondt de bevestiging van de door de eerste rechter uitgesproken straffen en dus ook van de vervallenverklaring wel degelijk op de bewezen gebleven telastleggingen en het vermeldt concrete motieven ter verantwoording van die beslissing. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 10, 11 en 13 Grondwet, alsook miskenning van het proportionaliteits- en gelijkheidsbeginsel: het bestreden vonnis toetst de overmatige sanctie van het rijverbod niet aan het proportionaliteitsbeginsel; daardoor is ook het gelijkheidsbeginsel miskend.
- Bij afwezigheid van een daartoe strekkende conclusie dient de rechter niet vast te stellen dat de straf die hij oplegt niet disproportioneel is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres voor het appelgerecht heeft aangevoerd dat een vervallenverklaring voor een termijn van vier maanden disproportioneel is. Het appelgerecht diende dan ook niet uitdrukkelijk vast te stellen dat die bijkomende straf niet disproportioneel is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De aangevoerde miskenning van het gelijkheidsbeginsel is afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, alsook miskenning van de grondwettelijke beginselen van wettigheid, redelijkheid en bescherming van eigendom: het bestreden vonnis handhaaft de verbeurdverklaring zonder de noodzaak, de finaliteit en evenredigheid ervan aan te tonen in het licht van de bewezen verklaarde inbreuken.
- Bij afwezigheid van een daartoe strekkende conclusie dient de rechter niet vast te stellen dat de straf die hij oplegt niet disproportioneel is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres voor het appelgerecht heeft aangevoerd dat de verbeurdverklaring van het voertuig disproportioneel is. Het appelgerecht dient dan ook niet uitdrukkelijk vast te stellen dat die bijkomende straf niet disproportioneel is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 12 EVRM, artikel 149 Grondwet, de artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 32, 43, 1017 en 1022 Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van de algemene beginselen van procesgelijkheid en het recht van verdediging: het bestreden vonnis is gesteund op een proces-verbaal dat is opgesteld door een wijkagent meer dan drie jaar na de oorspronkelijke feiten; dit stuk werd aangevoerd nadat bleek dat de handtekening van de eiseres op het document betreffende het verval afwezig was; dit proces-verbaal werd opgemaakt in afwezigheid van de eiseres, zonder dat ze kennis had van de inhoud ervan; door dit document te aanvaarden als geloofwaardig en volwaardig bewijs zonder de eiseres daarover te horen of verweer toe te laten, is het recht op een eerlijk proces van de eiseres miskend; zo wordt bovendien de bewijsregeling uit het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering miskend; de motieven van het bestreden vonnis zijn onvoldoende en tegenstrijdig.
- De artikelen 1017 en 1022 Gerechtelijk Wetboek zijn vreemd aan de aangevoerde grieven.
- De artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek, die verband houden met de bewijskracht van akten en niet met de bewijswaarde ervan, zijn vreemd aan de aangevoerde grieven.
- De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de bewijsregeling zijn in beginsel niet van toepassing op het bewijs van de schuld van een beklaagde aan het hem verweten strafbare feit.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het middel preciseert niet welke redenen of beschikkingen van het bestreden vonnis tegenstrijdig zijn.
- Het middel preciseert niet welke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering zijn geschonden.
- In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Het door het middel bekritiseerde proces-verbaal behoort tot de stukken van de rechtspleging waarover de eiseres tegenspraak kon voeren en blijkens haar appelconclusie heeft gevoerd. In zoverre het middel miskenning van het recht op een eerlijk proces aanvoert omdat de eiseres daarover geen verweer kon voeren, mist het feitelijke grondslag.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de overgelegde stukken. Uit het enkele feit dat een proces-verbaal geruime tijd na de feiten waarvoor de vervolging werd ingesteld, werd opgesteld en dat het als bedoeling had duidelijkheid te verkrijgen over de omstandigheden van de kennisgeving van een vervallenverklaring, volgt niet dat de rechter dit proces-verbaal niet in aanmerking kan nemen bij de bewijsbeoordeling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 107,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 23 september 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div