id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 1017
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1018
, 6° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1022
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Fiche 2 Behoudens wanneer een procedureakkoord voorligt, moet de rechter ambtshalve de procesverhoudingen bepalen die een recht op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding doen ontstaan
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Taak van de rechter - Bepalen van de procesverhoudingen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1017
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1018
, 6° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1022
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Fiche 3 De taak van de rechter om ambtshalve de procesverhoudingen te bepalen, neemt niet weg dat een procespartij die als in het gelijk gestelde partij aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding en deze wil doen vereffenen, van deze gedingkost opgave moet doen, zonder daarom het bedrag ervan te moeten bepalen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Taak van de rechter - Verplichting van de in het gelijk gestelde partij - Bedrag rechtsplegingsvergoeding Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1017
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1018
, 6° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -
Art. 1022
, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0178.N
- LGV nv, met zetel te 3020 Herent, Tildonksesteenweg 62, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0476.952.265,
- LGV VAZ bv, met zetel te 3020 Herent, Tildonksesteenweg 62, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0756.455.983,
- MNP HOLDING nv, met zetel te 3020 Herent, Tildonksesteenweg 62, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0867.371.426, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
- NERO nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Britselei 19, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0681.497.749,
- B-DEVELOPMENT nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Britselei 19, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0475.688.097, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 januari
- Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 1 juli 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde middel Ontvankelijkheid
- De verweersters voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel vertoont geen belang aangezien de eiseressen opkomen tegen een beslissing over de rechtspleging die overeenkomstig hun conclusie is gewezen.
- Uit de omstandigheid dat de eiseressen, voor het geval de tegen hen gerichte vorderingen zouden worden afgewezen, samen slechts één enkele rechtsplegingvergoeding hebben gevorderd, volgt niet dat de tweede eiseres, voor het geval de vordering van de verweersters enkel zou worden verworpen in zoverre tegen haarzelf gericht, geen aanspraak heeft gemaakt op een rechtsplegingsvergoeding. Bijgevolg oordeelt de appelrechter niet overeenkomstig de conclusie van de tweede eiseres door haar geen rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek verwijst ieder eindvonnis, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Krachtens artikel 1018, 6°, Gerechtelijk Wetboek omvatten de kosten de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel
- Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het ongelijk gestelde partij. Krachtens artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding worden de bedragen vastgesteld per gerechtelijke band en ten aanzien van elke partij die door een advocaat wordt bijgestaan. Wanneer eenzelfde advocaat in eenzelfde gerechtelijke band verscheidene partijen bijstaat, wordt de rechtsplegingsvergoeding onder hen verdeeld.
- De toekenning van een rechtsplegingsvergoeding onderstelt een procesverhouding tussen procespartijen. Een procesverhouding onderstelt dat een partij ten aanzien van een wederpartij een veroordeling nastreeft, minstens een constitutieve of declaratieve rechterlijke uitspraak.
- Behoudens wanneer een procedureakkoord voorligt, moet de rechter ambtshalve de procesverhoudingen bepalen die een recht op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding doen ontstaan. Die taak van de rechter neemt niet weg dat een procespartij die als in het gelijk gestelde partij aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding en deze wil doen vereffenen, van deze gedingkost opgave moet doen, zonder daarom het bedrag ervan te moeten bepalen.
- De appelrechter stelt vast dat: - de tweede eiseres geen procespartij was in eerste aanleg, maar het hoger beroep van de verweersters ook tegen haar is gericht; - de verweersters vorderen dat de eiseressen, waaronder de tweede eiseres, hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van het provisionele bedrag van 520.000 euro in hoofdsom, meer de interesten; - de eiseressen vorderen dat het hoger beroep van de verweersters ten aanzien van de tweede eiseres niet ontvankelijk wordt verklaard en de vordering van de verweersters ten aanzien van de eerste en derde eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard.
- Uit deze vaststellingen blijkt dat de vordering van de verweersters tegen de tweede eiseres een procesverhouding heeft gecreëerd tussen deze partijen.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eiseressen, waaronder de tweede eiseres, aan de appelrechter vroegen om de verweersters, als in het ongelijk gestelde partij, te veroordelen tot alle gedingkosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, begroot op 14.000 euro.
- Hieruit volgt dat de eiseressen, met inbegrip van de tweede eiseres, die aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding ten aanzien van de verweersters en deze willen doen vereffenen, van die gedingkost opgave hebben gedaan.
- De appelrechter die zich ertoe beperkt de eerste en derde eiseres te veroordelen tot betaling aan de verweersters van de gedingkosten in beide aanleggen en die nalaat te oordelen over de verschuldigdheid van een rechtsplegingsvergoeding in de procesverhouding tussen de tweede eiseres en de verweersters, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep in de verhouding tussen de tweede eiseres en de verweersters. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251002.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251002.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div