← België

KBC VERZEKERINGEN contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251006.3N.1 Rolnummer: S.24.0020.N Zaak: KBC VERZEKERINGEN contra P. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-11-26 Raadplegingen: 586 - laatst gezien 2026-06-18 14:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251006.3N.1 Fiche Noch uit artikel 9 Arbeidsovereenkomstenwet, noch uit de artikelen 2, 7, 8, 9, 14 en 17 Uitzendarbeidswet 1987 of artikel 8 van de CAO nr. 36 van 27 november 1981 houdende conservatoire maatregelen betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, volgt dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid die voor een bepaalde tijd is aangegaan, op de in de overeenkomst bepaalde einddatum reeds een einde neemt bij het verstrijken van het einduur dat vermeld wordt in het in de overeenkomst opgenomen werkrooster

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - ALLERLEI Vrije woorden: Uitzendarbeid - Bepaalde tijd - Kalenderdag - Arbeidstijdregeling - Einddatum - Einduur - Einde arbeidsovereenkomst Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Art. 9 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 7 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 8 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 14 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Wet 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 24-07-1987 - Art. 17 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 CAO nr. 36 van 27 november 1981 houdende conservatoire maatregelen betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers - 36 - 27-11-1981 - Art. 8 - C3 Link Justel databank 19811127-C3 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0020.N KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.552.563, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. U.P.,
  2. K.P.,
  3. M.P.D., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen, mede inzake
  4. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij woonplaats kiest,
  5. FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR BEROEPSRISICO’S (afgekort FEDRIS), met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Sterrenkundelaan 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.734.318, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 2 november
  6. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 23 juni 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  7. Krachtens artikel 64, eerste lid, van de wet van 28 april 2022 houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari
  8. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 5.64, 5.65, 4°, 5.69, 5.70 en 5.71 Burgerlijk Wetboek, terwijl die bepalingen nog niet van toepassing waren op de overeenkomst voor uitzendarbeid, gesloten op 21 juni 2013, is het niet ontvankelijk.
  9. Noch uit artikel 9 Arbeidsovereenkomstenwet, noch uit de artikelen 2, 7, 8, 9, 14 en 17 Uitzendarbeidswet 1987 of artikel 8 van de CAO nr. 36 van 27 november 1981 houdende conservatoire maatregelen betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, volgt dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid die voor een bepaalde tijd is aangegaan, op de in de overeenkomst bepaalde einddatum reeds een einde neemt bij het verstrijken van het einduur dat vermeld wordt in het in de overeenkomst opgenomen werkrooster. Het middel dat van het tegendeel uitgaat, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt in zoverre naar recht.
  10. De overweging dat “deze mogelijkheid om overuren te presteren (…) overigens uitdrukkelijk [was] opgenomen in de (nog aan te vullen) prestatiestaat onderaan de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid van 21 juni 2013” is geen reden waarop de beslissing steunt. In zoverre het middel tegen die overweging opkomt, kan het niet tot cassatie leiden en is het, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.
  11. Vermoedens zijn een bewijsmiddel waarbij uit een bekend feit een onbekend feit wordt afgeleid. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 8.1, 9°, en 8.29 Burgerlijk Wetboek die dat bewijsmiddel regelen, oefent het kritiek uit op de beoordeling door de appelrechters van de feiten waarvan zij kennisnamen en houdt het geen verband met die artikelen. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.
  12. Met de reden dat “niet [werd] aangetoond, noch ingeroepen dat de tewerkstelling strijdig was met artikel 21 van de Uitzendarbeidswet, noch dat dit gebeurde zonder dat er een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid is gesloten (cf. art. 41,5de streepje van de CAO nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en uitzendarbeid)” geven de appelrechters geen uitlegging van de laatste appelconclusie van de eiseres, zodat zij de bewijskracht ervan niet kunnen miskennen. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  13. Door te oordelen dat een arbeidsovereenkomst werd gesloten voor een bepaalde tijd van één dag, namelijk 24 juni 2013, en dat deze een einde nam door afloop daarvan, dat de mogelijkheid tot uitvoering van overuren niet was onderworpen aan een uitdrukkelijke voorafgaande verwittiging van Accent Jobs for People en dat evenmin werd bepaald dat extra prestaties bij gebreke van voorafgaande verwittiging buiten het kader van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid zouden vallen, geven de appelrechters van de arbeidsovereenkomst en de algemene voorwaarden een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is, en miskennen zij de bewijskracht ervan niet. In zoverre het middel miskenning van de bewijskracht van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid aanvoert, mist het feitelijke grondslag.
  14. De uitlegging die de feitenrechter aan een overeenkomst geeft is onaantastbaar in feite, wanneer zij de bewijskracht ervan niet miskent. In zoverre het aanvoert dat de appelrechters aan de partijen verplichtingen opleggen die onverenigbaar zijn met hun gemeenschappelijke bedoeling, nodigt het middel het Hof uit tot een feitelijke beoordeling waarvoor het niet bevoegd is, en is het niet ontvankelijk.
  15. De appelrechters die aan de overeenkomst het gevolg toekennen dat zij, volgens hun uitlegging ervan, wettig tussen partijen heeft, schenden artikel 1134 Oud Burgerlijk Wetboek niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  16. De aangevoerde schendingen van artikel 7 Arbeidsongevallenwet en artikel 9 van de CAO nr. 58 zijn volledig afgeleid uit de overige vergeefs aangevoerde schendingen. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Vordering tot bindendverklaring
  17. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep vertoont de vordering tot bindendverklaring geen belang meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.519,43 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Eric de Formanoir, als voorzitter, de sectievoorzitters Mireille Delange en Bart Wylleman, raadsheer Bruno Lietaert en ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 6 oktober 2025 uitgesproken door eerste voorzitter Eric de Formanoir, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251006.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251006.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.