← België

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling e contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251006.3N.3 Rolnummer: S.24.0053.N Zaak: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling e contra T. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2025-11-27 Raadplegingen: 419 - laatst gezien 2026-06-18 17:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251006.3N.3 Fiche 1 Wanneer de controledienst van de VDAB een werkloze met toepassing van artikel 52bis, § 1, 2°, Werkloosheidsbesluit uitsluit van het genot van de uitkeringen en de werkloze deze beslissing betwist, ontstaat er tussen de VDAB en de werkloze een betwisting over het recht op uitkeringen gedurende het tijdvak van de uitsluiting; de arbeidsrechtbank die over een dergelijk geschil moet beslissen, oefent, met naleving van het recht van verdediging en binnen het kader van het geding zoals de partijen dat hebben bepaald, een toetsing met volle rechtsmacht uit over de beslissing die de controledienst van de VDAB heeft genomen, die de keuze omvat tussen uitsluiting van het recht op uitkeringen zonder uitstel, uitsluiting met uitstel of verwittiging en, desgevallend, de keuze van de duur en de modaliteiten van die maatregel

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: Sanctie - Beoordeling - Rechtsmacht rechter Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 52bis, § 1, 2° - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Fiche 2 Bij de beoordeling van de gepaste sanctie voor de door de werkloze begane tekortkoming kan de arbeidsrechtbank alle elementen in acht nemen die ter zake relevant zijn en kan zij ook rekening houden met feitelijke elementen die zich hebben voorgedaan na de bestreden administratieve beslissing
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: Sanctie - Beoordeling - Nieuwe feiten Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 52bis, § 1, 2° - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0053.N VLAAMSE DIENST VOOR ARBEIDSBEMIDDELING EN BEROEPSOPLEIDING, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0887.010.362, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen J.T., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 17 juni
  1. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 25 augustus 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
  2. Krachtens artikel 52bis, § 1, 2°, Werkloosheidsbesluit kan de werknemer die werkloos is of wordt wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil ten gevolge van een werkweigering of het zich niet aanmelden bij een werkgever, van het genot van de uitkeringen worden uitgesloten gedurende ten minste 4 weken en ten hoogste 52 weken. Krachtens artikel 53bis, § 1 en § 2, juncto § 4, Werkloosheidsbesluit kan de controledienst van de eiser zich voor deze gebeurtenissen beperken tot het geven van een verwittiging of de uitsluitingsbeslissing gepaard laten gaan met een geheel of gedeeltelijk uitstel.
  3. Wanneer de controledienst van de eiser een werkloze met toepassing van artikel 52bis, § 1, 2°, Werkloosheidsbesluit uitsluit van het genot van de uitkeringen en de werkloze deze beslissing betwist, ontstaat er tussen de eiser en de werkloze een betwisting over het recht op uitkeringen gedurende het tijdvak van de uitsluiting. De arbeidsrechtbank die over een dergelijk geschil moet beslissen, oefent, met naleving van het recht van verdediging en binnen het kader van het geding zoals de partijen dat hebben bepaald, een toetsing met volle rechtsmacht uit over de beslissing die de controledienst van de eiser heeft genomen, die de keuze omvat tussen uitsluiting van het recht op uitkeringen zonder uitstel, uitsluiting met uitstel of verwittiging en, desgevallend, de keuze van de duur en de modaliteiten van die maatregel.
  4. Bij de beoordeling van de gepaste sanctie voor de door de werkloze begane tekortkoming kan de arbeidsrechtbank alle elementen in acht nemen die ter zake relevant zijn en kan zij ook rekening houden met feitelijke elementen die zich hebben voorgedaan na de bestreden administratieve beslissing. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat de arbeidsrechtbank zich dient te plaatsen op het tijdstip waarop de bestreden administratieve beslissing werd genomen en voor het bepalen van de uitsluitingsduur geen rekening mag houden met feiten die dateren van na de beslissing, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Eerste en tweede onderdeel samengenomen
  5. De appelrechters oordelen dat los van de door hen besproken juridische discussie met betrekking tot de draagwijdte van artikel 111/22, § 2, 4° en 5°, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, de controledienst van de eiser bij het nemen van een beslissing en de appelrechters bij de beoordeling van deze beslissing de sanctie dienen te bepalen die aan de verweerster dient te worden opgelegd. Zij sluiten zich daarbij aan bij de beoordeling van het beroepen vonnis waarbij rekening werd gehouden met de vroegere begeleidingstrajecten van de verweerster die werden uitgevoerd, met de vaststelling dat de verweerster sinds 11 oktober 2021 en tot op de beoordeling door de appelrechters tewerkgesteld is en met haar laakbare negatieve houding naar aanleiding van het werkaanbod.
  6. Die laatste, door het derde onderdeel vergeefs bekritiseerde redenen, dragen de beslissing. De onderdelen die gericht zijn tegen overtollige redenen, kunnen niet tot cassatie leiden en zijn bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 450,96 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Eric de Formanoir, als voorzitter, sectievoorzitters Mireille Delange en Bart Wylleman, en raadsheer Bruno Lietaert en Koen Mestdagh, ere-sectievoorzitter, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 6 oktober 2025 uitgesproken door eerste voorzitter Eric de Formanoir, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251006.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251006.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.