id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.10 Rolnummer: P.25.1029.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TURNHOUT contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 508 - laatst gezien 2026-06-16 15:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Indien de rechter vaststelt dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden voor de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, moet hij die beveiligingsmaatregel bevelen; uit de artikelen 1.2, 1.3 en 1.5 van de afdeling 1 Psychotrope stoffen en geneesmiddelen van het hoofdstuk IV Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen van de bijlage 6 Minimumnormen en attesten inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij het KB Rijbewijs, volgt dat de rechter die vaststelt dat ofwel een beklaagde verslaafd is aan psychotrope stoffen, die overmatig gebruikt zonder daaraan verslaafd te zijn of die regelmatig gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, ofwel dat een beklaagde aan psychotrope stoffen is verslaafd geweest of die overmatig heeft gebruikt zonder eraan verslaafd te zijn geweest of die regelmatig heeft gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid en bovendien niet blijkt dat er een bewezen onthouding is van minstens zes maanden, ertoe gehouden is de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uit te spreken
(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.1028.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.11. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Fiches 4 - 9 De bewijslast voor het voorhanden zijn van een bestaande verslaving aan psychotrope stoffen of een overmatig gebruik van dergelijke stoffen of een regelmatig gebruik ervan met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, of een gewezen verslaving of een gewezen overmatig gebruik of een gewezen regelmatig gebruik ligt bij het openbaar ministerie en indien vaststaat dat de beklaagde verslaafd is geweest aan psychotrope stoffen of die overmatig heeft gebruikt of die regelmatig heeft gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, komt het de beklaagde toe aan te tonen dat er een periode is van een bewezen onthouding van minstens zes maanden; de rechter oordeelt onaantastbaar of het openbaar ministerie slaagt in de bewijslast van een actuele of gewezen verslaving aan psychotrope stoffen of een overmatig gebruik van dergelijke stoffen of een regelmatig gebruik met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, en of de beklaagde slaagt in de bewijslast van de bewezen onthouding gedurende minstens zes maanden en de rechter oordeelt evenzeer onaantastbaar of het voor die beoordeling noodzakelijk is om een deskundige aan te stellen; de rechter moet een verzoek om aanstelling van een deskundige beantwoorden, zonder dat hij moet ingaan op elk argument dat wordt aangevoerd tot staving van dit verzoek
(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.1028.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.5, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1029.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Turnhout, eiser, tegen R. V. E., beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Wim Wagemakers, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 19 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
- Het eerste middel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: niettegenstaande uit het dossier blijkt dat er sprake is geweest van druggebruik en meer bepaald een verslaving, een overmatig gebruik of een geregeld gebruik, laat het bestreden vonnis louter met verwijzing naar de eigen verklaring van de verweerder en op basis van twee negatieve urinetesten voor druggebruik na artikel 42 Wegverkeerswet toe te passen; het oordeelt over geen enkele indicatie te beschikken en niet ondubbelzinnig te kunnen vaststellen dat de verweerder effectief lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen; indien er sprake is van druggebruik als bedoeld door de artikelen 1.2, 1.3 en 1.5 van hoofdstuk IV van de bijlage 6 bij het KB Rijbewijs, moet de rechter de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uitspreken, tenzij de beklaagde bewijst dat er een onthoudingsperiode is van minstens zes maanden; minstens moet een deskundige worden aangesteld om de rijgeschiktheid te beoordelen. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de rechter miskent de motiveringsplicht door geen deskundige aan te stellen niettegenstaande het openbaar ministerie concrete elementen heeft aangebracht die de rijgeschiktheid van de verweerder in vraag stellen; indien het openbaar ministerie de toepassing vordert van artikel 42 Wegverkeerswet en daartoe concrete elementen aanvoert die erop wijzen dat er sprake is van een verslaving, overmatig gebruik of geregeld gebruik of het zich niet kunnen onthouden, is de rechter verplicht een deskundige aan te stellen tenzij de beklaagde bewijst dat hij zich wel kan onthouden en er een onthoudingsperiode is van minstens zes maanden; het deskundigenonderzoek is essentieel voor de beoordeling van de zaak.
- Indien de rechter vaststelt dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden voor de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, moet hij die beveiligingsmaatregel bevelen.
- De artikelen 1.2, 1.3 en 1.5 van de afdeling 1 Psychotrope stoffen en geneesmiddelen van het hoofdstuk IV Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen van de bijlage 6 Minimumnormen en attesten inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij het KB Rijbewijs, bepalen wat volgt: - de kandidaat die aan psychotrope stoffen is verslaafd of die stoffen overmatig gebruikt zonder daaraan verslaafd te zijn, is niet rijgeschikt; - de kandidaat die regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of die dusdanige hoeveelheden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed, is niet rijgeschikt; - de kandidaat die aan psychotrope stoffen is verslaafd geweest of er overmatig gebruik van heeft gemaakt, kan evenwel na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden rijgeschikt worden verklaard.
- Daaruit volgt dat de rechter die vaststelt dat ofwel een beklaagde verslaafd is aan psychotrope stoffen, die overmatig gebruikt zonder daaraan verslaafd te zijn of die regelmatig gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, ofwel dat een beklaagde aan psychotrope stoffen is verslaafd geweest of die overmatig heeft gebruikt zonder eraan verslaafd te zijn geweest of die regelmatig heeft gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid en bovendien niet blijkt dat er een bewezen onthouding is van minstens zes maanden, ertoe gehouden is de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uit te spreken.
- De bewijslast voor het voorhanden zijn van een bestaande verslaving aan psychotrope stoffen of een overmatig gebruik van dergelijke stoffen of een regelmatig gebruik ervan met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, of een gewezen verslaving of een gewezen overmatig gebruik of een gewezen regelmatig gebruik ligt bij het openbaar ministerie.
- Indien vaststaat dat de beklaagde verslaafd is geweest aan psychotrope stoffen of die overmatig heeft gebruikt of die regelmatig heeft gebruikt met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, komt het de beklaagde toe aan te tonen dat er een periode is van een bewezen onthouding van minstens zes maanden.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of het openbaar ministerie slaagt in de bewijslast van een actuele of gewezen verslaving aan psychotrope stoffen of een overmatig gebruik van dergelijke stoffen of een regelmatig gebruik met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid, en of de beklaagde slaagt in de bewijslast van de bewezen onthouding gedurende minstens zes maanden.
- De rechter oordeelt evenzeer onaantastbaar of het voor die beoordeling noodzakelijk is om een deskundige aan te stellen.
- De rechter moet een verzoek om aanstelling van een deskundige beantwoorden, zonder dat hij moet ingaan op elk argument dat wordt aangevoerd tot staving van dit verzoek.
- In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
- In het appelgrievenformulier heeft het openbaar ministerie aangevoerd wat volgt: “[De eiser] verklaarde slechts sporadisch cannabis te gebruiken. Zijn verklaring dat hij 1 jointje rookte 6 à 8 u voor de vaststellingen, is alvast niet aannemelijk gezien het door het NICC weerhouden gehalte van 746,20 ng/ml. De rijgeschiktheid van [de eiser] moet bijgevolg in vraag gesteld en onderzocht worden, zodat de aanstelling van een deskundige (…) zich opdringt.”
- Het bestreden vonnis stelt vast dat de verweerder bij zijn verhoor heeft toegegeven dat hij een avond voor de politionele vaststellingen een jointje heeft gerookt, dat hij sporadisch cannabis gebruikt en dat hij geen drugproblematiek heeft. Het oordeelt dat gelet op de gegevens van het strafdossier en de recente door de verweerder ingediende stukken (twee negatieve urinetesten inzake druggebruik daterend van januari en mei 2025) de noodzaak van een deskundigenonderzoek door het openbaar ministerie niet aannemelijk wordt gemaakt. Het oordeelt verder niet te beschikken over enige indicatie of een ondubbelzinnige vaststelling dat de verweerder effectief daadwerkelijk lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig en dat dan ook niet wordt ingegaan op het verzoek van het openbaar ministerie om een door artikel 42 Wegverkeerswet bedoeld verval uit te spreken.
- Met die redenen beantwoordt en verwerpt het bestreden vonnis eisers verzoek om aanstelling van een deskundige. Met die redenen geeft het bestreden vonnis verder te kennen dat de eiser niet is geslaagd in de op hem rustende bewijslast van een verslaving aan psychotrope stoffen of een overmatig gebruik van dergelijke stoffen of een regelmatig gebruik van dergelijke stoffen met een mogelijke nadelige invloed voor de rijgeschiktheid en verantwoordt het naar recht de afwijzing van het verzoek om aanstelling van een deskundige en om toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 23,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div