← België

PROCUREUR DES KONINGS TURNHOUT contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.11 Rolnummer: P.25.1028.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TURNHOUT contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 435 - laatst gezien 2026-06-15 05:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Indien de rechter vaststelt dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden voor de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, moet hij die beveiligingsmaatregel bevelen; uit de artikelen 2.2 en 2.3 van de afdeling 2 Alcohol van het hoofdstuk IV Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen van de bijlage 6 Minimumnormen en attesten inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij het KB Rijbewijs, volgt dat de rechter die vaststelt dat ofwel een beklaagde alcoholverslaafd is ofwel een beklaagde alcoholverslaafd is geweest en bovendien niet blijkt dat er een bewezen onthouding is van minstens zes maanden, ertoe gehouden is de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uit te spreken

(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.1029.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.10. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Fiches 3 - 8 De bewijslast voor het voorhanden zijn van een bestaande of een gewezen alcoholverslaving ligt bij het openbaar ministerie en indien vaststaat dat de beklaagde alcoholverslaafd is geweest, komt het de beklaagde toe aan te tonen dat er een periode is van een bewezen onthouding van minstens zes maanden; de rechter oordeelt onaantastbaar of het openbaar ministerie slaagt in de bewijslast betreffende de alcoholverslaving en of de beklaagde slaagt in de bewijslast van de bewezen onthouding gedurende minstens zes maanden en de rechter oordeelt evenzeer onaantastbaar of het voor die beoordeling noodzakelijk is om een deskundige aan te stellen; indien het openbaar ministerie om de aanstelling van een deskundige verzoekt, zonder daartoe bijzondere redenen aan te voeren, kan de rechter dat verzoek afwijzen met de loutere vaststelling dat die aanstelling niet noodzakelijk is
(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2025, AR P.25.1029.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.2, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 2.3, Hoofdstuk IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1028.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Turnhout, eiser, tegen M. S., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 19 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  3. Het eerste middel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: niettegenstaande het bestreden vonnis verwijst naar de inspanningen van de verweerder om aan zijn alcoholverslaving te werken en aldus een verslaving vaststelt, laat het louter op basis van de overgelegde gunstige PEth-testen van 17 januari 2025 en 13 februari 2025, de gunstige gamma GT-waarden van de bloedtest van 6 mei 2025 en het attest van de huisarts na artikel 42 Wegverkeerswet toe te passen; dat is destemeer zo nu de PEth-testen, die een zeer goed beeld geven van het alcoholgebruik, beperkt zijn in aantal, die aanzienlijk later worden gevolgd door een bloedtest die veel minder duidelijkheid schept en het attest van de huisarts van 25 november 2024, dat melding maakt van alcoholafhankelijkheid; indien er sprake is van een alcoholverslaving als bedoeld door de artikelen 2.2 en 2.3 van hoofdstuk IV van de bijlage 6 bij het KB Rijbewijs, moet de rechter de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uitspreken, tenzij de beklaagde bewijst dat er een onthoudingsperiode is van minstens zes maanden; minstens moet een deskundige worden aangesteld om de rijgeschiktheid te beoordelen. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de rechter miskent de motiveringsplicht door geen deskundige aan te stellen niettegenstaande het openbaar ministerie concrete elementen heeft aangebracht die de rijgeschiktheid van de verweerder in vraag stellen; indien het openbaar ministerie de toepassing vordert van artikel 42 Wegverkeerswet en daartoe concrete elementen aanvoert die erop wijzen dat er sprake is van een alcoholverslaving of het zich niet kunnen onthouden van alcohol, is de rechter verplicht een deskundige aan te stellen tenzij de beklaagde bewijst dat hij zich wel kan onthouden van alcohol en er een onthoudingsperiode is van minstens zes maanden; het deskundigenonderzoek is essentieel voor de beoordeling van de zaak.
  4. In zoverre de middelen verplichten tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, zijn ze niet ontvankelijk.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het openbaar ministerie concrete elementen heeft aangedragen die wijzen op een verslaving of het zich niet kunnen onthouden van alcohol. In zoverre missen de middelen feitelijke grondslag.
  6. Indien de rechter vaststelt dat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden voor de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, moet hij die beveiligingsmaatregel bevelen.
  7. De artikelen 2.2 en 2.3 van de afdeling 2 Alcohol van het hoofdstuk IV Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen van de bijlage 6 Minimumnormen en attesten inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig bij het KB Rijbewijs, bepalen wat volgt: - de kandidaat die alcohol verslaafd is of zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een motorvoertuig bestuurt, is niet rijgeschikt; - de kandidaat die aan alcohol verslaafd is geweest, kan evenwel na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden, rijgeschikt worden verklaard.
  8. Daaruit volgt dat de rechter die vaststelt dat ofwel een beklaagde alcoholverslaafd is ofwel een beklaagde alcoholverslaafd is geweest en bovendien niet blijkt dat er een bewezen onthouding is van minstens zes maanden, ertoe gehouden is de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uit te spreken.
  9. De bewijslast voor het voorhanden zijn van een bestaande of een gewezen alcoholverslaving ligt bij het openbaar ministerie.
  10. Indien vaststaat dat de beklaagde alcoholverslaafd is geweest, komt het de beklaagde toe aan te tonen dat er een periode is van een bewezen onthouding van minstens zes maanden.
  11. De rechter oordeelt onaantastbaar of het openbaar ministerie slaagt in de bewijslast betreffende de alcoholverslaving en of de beklaagde slaagt in de bewijslast van de bewezen onthouding gedurende minstens zes maanden.
  12. De rechter oordeelt evenzeer onaantastbaar of het voor die beoordeling noodzakelijk is om een deskundige aan te stellen. Indien het openbaar ministerie om de aanstelling van een deskundige verzoekt, zonder daartoe bijzondere redenen aan te voeren, kan de rechter dat verzoek afwijzen met de loutere vaststelling dat die aanstelling niet noodzakelijk is.
  13. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  14. Het bestreden vonnis verwijst naar de inspanningen van de verweerder om aan zijn alcoholverslaving te werken. Het oordeelt ook dat gelet op de overgelegde gunstige PEth-testen van 17 januari 2025 en 13 februari 2025, de gunstige gamma GT-waarden van de bloedtest van 6 mei 2025 en het attest van behandeling van de huisarts van 25 november 2024 er geen redenen zijn om artikel 42 Wegverkeerswet toe te passen of om een deskundige aan te stellen.
  15. Met die redenen beantwoordt en verwerpt het eisers verzoek om de aanstelling van een deskundige. Met die redenen geeft het bestreden vonnis ook te kennen dat de verweerder is geslaagd in de op hem rustende bewijslast van een bewezen onthouding gedurende minstens zes maanden en verantwoordt het naar recht de afwijzing van het verzoek om aanstelling van een deskundige en om toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 23,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.