← België

PROCUREUR DES KONINGS TE ANTWERPEN contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.12 Rolnummer: P.25.0944.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TE ANTWERPEN contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 419 - laatst gezien 2026-06-15 05:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Uit de samenlezing van de artikelen 38, 3 §, 45, en 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet volgt dat indien de rechter de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig heeft uitgesproken en hij het herstel van dit recht heeft afhankelijk gemaakt van het slagen van een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bedoelde onderzoeken, zonder dat hij die straf of die maatregel heeft beperkt tot een bepaalde categorie, de veroordeelde slechts een motorvoertuig mag besturen nadat hij de hem opgelegde onderzoeken met goed gevolg heeft ondergaan

(1); daaruit volgt verder dat de rechter in een dergelijk geval uit het enkele feit dat bij de kennisgeving van de vervallenverklaring waarvan het herstel is afhankelijk gemaakt van één of meer onderzoeken enkel is aangegeven dat de veroordeelde houder is van het rijbewijs voor een bepaalde categorie, niet kan afleiden dat die veroordeelde mocht aannemen dat hij voertuigen van andere categorieën mocht besturen zonder de voorgeschreven onderzoeken met goed gevolg te hebben ondergaan.
(1)Cass. 27 februari 2024, AR P.23.1591.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.6 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 45 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 45 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 45 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 45 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 45 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0944.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, eiser, tegen A. K. S., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 9 mei 2025 (nr. 2025/2859). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis bevat een foutief oordeel over de kennisgeving van de vervallenverklaring aan de verweerder; de verweerder behaalde op 25 april 2023 een voorlopig rijbewijs B model 18 maanden; op 10 juni 2023 werd hem het verval van het recht tot sturen betekend dat melding maakte van de verplichting de medische en psychologische onderzoeken te ondergaan; uit het gegeven dat bij deze kennisgeving enkel melding wordt gemaakt van het rijbewijs “categorie AM”, dat werd behaald op 19 november 2016, kan het bestreden vonnis niet afleiden dat de verweerder niet wist dat hij niet met het voorlopig rijbewijs B mocht rijden zonder de herstelonderzoeken te ondergaan; uit de betekening blijkt expliciet dat het recht tot sturen geldt voor alle motorvoertuigen zonder onderscheid van de rijbewijscategorie; de ruime formulering impliceert dat ook de categorie B daaronder valt; de verweerder heeft bij de kennisgeving bewust verzwegen dat hij reeds in het bezit was van een voorlopig rijbewijs B; dat is de reden voor het enkel vermelden van de categorie AM op de kennisgeving; bovendien wordt de maatregel van de medische en psychologische herstelonderzoeken niet gekoppeld aan een specifieke rijbewijscategorie.
  2. Artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het herstel van het recht tot het besturen van een motorvoertuig afhankelijk kan maken van het slagen in één of meer van de in die bepaling vermelde examens en onderzoeken.
  3. Artikel 45 Wegverkeerswet bepaalt de gevallen waarin de rechter de straf van het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig en de beveiligingsmaatregel van het afhankelijk maken van het herstel van dat recht kan beperken tot bepaalde categorieën.
  4. Artikel 48, eerste lid, 2o, Wegverkeerswet bestraft het besturen van een motorvoertuig van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring zonder het voorgeschreven onderzoek of examen met goed gevolg te hebben ondergaan.
  5. De artikelen 38, § 3 en 48, eerste lid, 2o, Wegverkeerswet bevatten geen regels betreffende een mogelijke beperking van het verval van het recht tot sturen of het opleggen van examens en onderzoeken tot bepaalde categorieën van voertuigen.
  6. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat indien de rechter de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig heeft uitgesproken en hij het herstel van dit recht heeft afhankelijk gemaakt van het slagen van een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bedoelde onderzoeken, zonder dat hij die straf of die maatregel heeft beperkt tot een bepaalde categorie, de veroordeelde slechts een motorvoertuig mag besturen nadat hij de hem opgelegde onderzoeken met goed gevolg heeft ondergaan.
  7. Daaruit volgt verder dat de rechter in een dergelijk geval uit het enkele feit dat bij de kennisgeving van de vervallenverklaring waarvan het herstel is afhankelijk gemaakt van één of meer onderzoeken enkel is aangegeven dat de veroordeelde houder is van het rijbewijs voor een bepaalde categorie, niet kan afleiden dat die veroordeelde mocht aannemen dat hij voertuigen van andere categorieën mocht besturen zonder de voorgeschreven onderzoeken met goed gevolg te hebben ondergaan.
  8. Het bestreden vonnis dat uit het enkele feit dat bij de kennisgeving van de tegen de verweerder uitgesproken vervallenverklaring waarbij het herstel afhankelijk was gemaakt van het slagen in de medische en psychologische onderzoeken werd genoteerd dat hij houder was van een rijbewijs van de categorie AM, afleidt dat de verweerder mocht aannemen dat hij als houder van een rijbewijs voor voertuigen van een andere categorie die ook mocht besturen zonder de vermelde onderzoeken met goed gevolg te hebben ondergaan en die op grond daarvan de verweerder vrijspreekt van het feit omschreven onder de telastlegging C, is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser vrijspreekt voor het feit omschreven onder de telastlegging C. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat twee derden van de kosten van het cassatieberoep ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 121,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.