id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 195
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 211
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 195
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 211- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.1010.N N. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 juni
- De eiser voert in memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het vermoeden van onschuld: met het oordeel dat de eiser in hoger beroep geen nieuwe argumenten van feitelijke of juridische aard heeft ontwikkeld die tot een andere beslissing dan die van de eerste rechter zouden kunnen leiden, oordelen de appelrechters de facto dat de eiser zijn onschuld had moeten bewijzen door andere feitelijke of juridische argumenten aan te halen die wel tot zijn onschuld hadden moeten doen besluiten.
- De appelrechters nemen voor de vaststelling van eisers schuld integraal de redenen over van de eerste rechter en maken die tot de hunne. Zij stellen ook vast dat namens de eiser in hoger beroep geen nieuwe argumenten van feitelijke of juridische aard werden ontwikkeld die hen tot een andere beslissing inzake de schuld of tot een bijkomende motivering zouden verplichten (arrest, p. 7, randnr. 4.4.2). Met dit oordeel legt het arrest aan de eiser geen enkele bewijslast op en miskent het bijgevolg het vermoeden van onschuld niet. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering: de rechter mag bij de straftoemeting voor de bewezenverklaarde feiten geen rekening houden met veroordelingen voor feiten die dateren van na die bewezenverklaarde feiten; het arrest houdt bij de motivering van de straf rekening met een arrest dat de eiser had veroordeeld voor feiten die dateren van na de feiten waarvoor hij thans wordt veroordeeld.
- Geen enkele bepaling verbiedt de rechter bij de straftoemeting voor de door hem bewezenverklaarde feiten rekening te houden met veroordelingen die dateren van na het plegen van die bewezenverklaarde feiten, ook al dateren de feiten voorwerp van die veroordelingen van na die bewezenverklaarde feiten. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251217.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div