← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.28 Rolnummer: P.25.1237.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 410 - laatst gezien 2026-06-15 16:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit artikel 149 Grondwet en artikel 98/13 Wet Strafuitvoering volgt voor de strafuitvoeringsrechter niet de verplichting in concreto aan te geven waarom aan het vastgestelde direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden of om die voorwaarden te specificeren. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1237.N Y. S. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Leroy Lievens, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 4 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 98/13 Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst voor het oordeel over het voorhanden zijn van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden slechts zeer vaag naar alle elementen in het dossier, zonder die elementen te specificeren; niettegenstaande de eiser aan de directeur informatie had bezorgd betreffende zijn resocialisatie en zijn nieuwe attitude blijkt niet dat de strafuitvoeringsrechter die heeft meegenomen in zijn beoordeling van het voormelde risico, terwijl die zeer relevant is; daardoor is de motiveringsplicht miskend; in het advies van de directeur worden de actuele gedragingen van de eiser zeer positief geëvalueerd, terwijl niet blijkt dat de strafuitvoeringsrechter de actuele toestand van de eiser bij zijn beoordeling heeft betrokken; het vonnis vermeldt ook niet waarom geen rekening wordt gehouden met het advies van de directeur.
  3. Het vonnis verwijst voor het bekritiseerde oordeel niet louter naar de elementen van het dossier, maar ook naar de voorafgaande veroordelingen, het niet geheel uitvoeren van een werkstraf, het niet voorleggen van een bewijs waaruit blijkt dat de eiser aan zijn drugproblematiek werkt en de afwezigheid van een concreet uitgewerkt reclasseringsplan. In zoverre berust het onderdeel op een onvolledige lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  4. Uit de enkele omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechter geen melding maakt van de informatie die de veroordeelde aan de directeur heeft bezorgd betreffende zijn resocialisatie volgt niet dat de strafuitvoeringsrechter daarmee geen rekening heeft gehouden. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Het vonnis (p. 2, tweede alinea) verwijst uitdrukkelijk naar de inhoud van het advies van de directeur. Daaruit volgt dat hij de inhoud ervan bij zijn beoordeling heeft betrokken.
  6. Uit de overname van de beweegredenen van het negatief advies van het openbaar ministerie volgt dat de strafuitvoeringsrechter zich niet kan verenigen met het positief advies van de directeur en de daartoe aangehaalde elementen verwerpt.
  7. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 98/13 Wet Strafuitvoering: noch het advies van het openbaar ministerie noch het vonnis, dat integraal de redenen van dit advies overneemt, maken melding van de mogelijkheid om het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden te beperken door het opleggen van bijzondere voorwaarden; de onmogelijkheid om aan het voormelde risico tegemoet te komen door bijzondere voorwaarden blijkt niet uit het dossier; er blijkt niet dat die mogelijkheid werd onderzocht; uit geen enkel dossierstuk blijkt verder dat de eiser thans nog met een drugproblematiek kampt.
  9. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de strafuitvoeringsrechter, is het niet ontvankelijk.
  10. Uit artikel 149 Grondwet en artikel 98/13 Wet Strafuitvoering volgt voor de strafuitvoeringsrechter niet de verplichting in concreto aan te geven waarom aan het vastgestelde direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden of om die voorwaarden te specificeren. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  11. Het vonnis (p. 2, voorlaatste alinea) stelt uitdrukkelijk vast dat niet kan worden tegemoet gekomen aan het vastgestelde direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden door het opleggen van bijzondere voorwaarden. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.