← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.31 Rolnummer: P.25.1239.N Zaak: J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 467 - laatst gezien 2026-06-15 05:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit artikel 98/11 Wet Strafuitvoering, dat bepaalt dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied wordt toegekend aan de veroordeelde van wie op grond van een advies van DVZ blijkt dat hij niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk, en uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechter vooraleer hij de door artikel 98/11 Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit kan toekennen, de beschikking moet hebben over een advies van DVZ. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 2 - 5 Aan zij die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf in het Rijk kan de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegekend, maar zij die in aanmerking komen voor een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied, wat veronderstelt dat zij niet zijn toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk, bevinden zich in een verschillende rechtstoestand dan zij die daartoe wel toegelaten of gemachtigd zijn; de voorwaarde dat voor de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied moet vaststaan dat de veroordeelde niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk, houdt geen schending in van de artikelen 10 en 11 Grondwet. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1831 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/11 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1239.N A. J., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Kristof Lauwens, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechter Brussel van 9 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 10 en 11 Grondwet en de artikelen 2, 26, 30, 31, 34 en 98/11 Wet Strafuitvoering: het vonnis weigert de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied louter omdat er geen advies is van de Dienst Vreemdelingenzaken (hierna DVZ) waaruit blijkt dat de eiser niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk; het gaat uit van de onjuiste premisse dat een dergelijk advies absoluut noodzakelijk is om deze strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen; dat blijkt niet uit de wettelijke bepaling; voor zover wordt aangenomen dat dit wel zo is, wordt een strengere bepaling toegepast dan die welke gold op het ogenblik van de aanvraag; het onderscheid tussen illegalen en niet-illegalen is mogelijks strijdig met de artikelen 10 en 11 Grondwet. Aan het Grondwettelijk Hof moet de volgende prejudiciële vraag worden gesteld: “Schendt artikel 98/11 Wet Strafuitvoering de artikelen 10 en 11 Grondwet in zoverre het de toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied alleen toelaat aan een veroordeelde van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk?”
  3. Artikel 98/11 Wet Strafuitvoering bepaalt dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied wordt toegekend aan de veroordeelde van wie op grond van een advies van DVZ blijkt dat hij niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk.
  4. Uit die bepaling en uit de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de strafuitvoeringsrechter vooraleer hij de door artikel 98/11 Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit kan toekennen, de beschikking moet hebben over dit advies.
  5. De beslissing over de toekenning van de door artikel 98/11 Wet Strafuitvoering bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit vereist geen verzoek van de veroordeelde, maar kan volgens artikel 98/15, eerste lid, Wet Strafuitvoering worden toegekend op het ambtshalve uitgebrachte advies van de directeur.
  6. Aan zij die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf in het Rijk kan de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegekend.
  7. Zij die in aanmerking komen voor een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied, wat veronderstelt dat zij niet zijn toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk, bevinden zich in een verschillende rechtstoestand dan zij die daartoe wel toegelaten of gemachtigd zijn. De voorwaarde dat voor de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied moet vaststaan dat de veroordeelde niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk, houdt geen schending in van de artikelen 10 en 11 Grondwet.
  8. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht.
  9. De prejudiciële vraag wordt bijgevolg niet gesteld. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.31 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.