← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.32 Rolnummer: P.25.1271.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 390 - laatst gezien 2026-06-15 05:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Volgens artikel 31, § 3, eerste lid, tweede zin, Voorlopige Hechteniswet moet de cassatiememorie toekomen op de griffie van het Hof uiterlijk de vijfde dag na de datum van de voorziening; een memorie ingediend buiten de voormelde termijn van vijf dagen is wegens laattijdig niet ontvankelijk en een ingeroepen grond van overmacht kan niet worden aanvaard om de volgende redenen (-) de termijn van vijf dagen voor het indienen van de memorie moet de eiser gekend zijn en hij dient de toezending van een rechtsdagbepaling bijgevolg niet af te wachten; (-) de onmogelijkheid om tijdig inzage te nemen van het strafdossier en bijgevolg tijdig een memorie in te dienen, is het gevolg van zijn eigen nalatigheid en (-) de eiser heeft bovendien nog gewacht tot de dag van de rechtszitting om de memorie neer te leggen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 3, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31, § 3, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1271.N E. V., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Seno Devriendt, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 5/401, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 september

  1. De eiser voert in een memorie grieven aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  2. Volgens artikel 31, § 3, eerste lid, tweede zin, Voorlopige Hechteniswet moet de cassatiememorie toekomen op de griffie van het Hof uiterlijk de vijfde dag na de datum van de voorziening.
  3. De eiser heeft zijn memorie ingediend op de rechtszitting van 7 oktober 2025, dit is buiten de voormelde termijn van vijf dagen, die einde nam op 1 oktober
  4. De eiser voert overmacht aan om deze laattijdigheid te verantwoorden.
  5. De ingeroepen grond van overmacht kan niet worden aanvaard om de volgende redenen: - de termijn van vijf dagen voor het indienen van de memorie moet de eiser gekend zijn en hij dient de toezending van een rechtsdagbepaling bijgevolg niet af te wachten; - de eiser voert aan dat hij op 1 oktober 2025 om inzage in het strafdossier heeft verzocht en dat hij de toelating daartoe pas op 2 oktober 2025 heeft ontvangen. Dit betekent dat hij pas de laatste dag voor het indienen van een memorie om inzage heeft verzocht. De onmogelijkheid om tijdig inzage te nemen van het strafdossier en bijgevolg tijdig een memorie in te dienen, is dan ook het gevolg van zijn eigen nalatigheid; - de eiser heeft bovendien nog gewacht tot de dag van de rechtszitting om de memorie neer te leggen.
  6. De memorie is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk.
  7. Gelet op de termijn waarbinnen het Hof uitspraak moet doen over eisers cassatieberoep wordt de prejudiciële vraag niet gesteld. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.