id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.34 Rolnummer: P.25.1288.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN BEROEP ANTW tegen N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-10-13 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-06-18 21:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit de artikelen 835 en 836 Gerechtelijk Wetboek volgt dat de wrakingsrechter slechts uitspraak kan doen op grond van de middelen die in de wrakingsakte zijn opgenomen en die aan de tegenspraak van de rechter wiens wraking wordt gevraagd, zijn onderworpen; aanvullende wrakingmiddelen die worden aangevoerd in een in het kader van de wrakingsprocedure ingediende conclusie zijn dan ook niet ontvankelijk; de omstandigheid dat die aanvullende wrakingsmiddelen zijn gesteund op gegevens die zijn opgenomen in de verklaring van de rechter wiens wraking wordt gevraagd bij toepassing van artikel 836 Gerechtelijk Wetboek laat niet toe anders te oordelen. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 835 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 836 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 2 - 3 De enkele omstandigheid dat het hof van assisen een verzoek om bijkomend onderzoek en om uitstel van behandeling van de zaak bij tussenarrest en op gemotiveerde wijze afwijst, levert geen gewettigde verdenking op en uit de enkele omstandigheid dat het hof van assisen niet beslist zoals de verzoekster wenst dat er wordt beslist, dat volgens de verzoekster de beslissing onwettig zou zijn en dat volgens de verzoekster de beslissing haar rechten zou miskennen, kan zij noch derden afleiden dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen; het staat aan de verzoekster om tegen rechterlijke beslissingen die zij onwettig acht de rechtsmiddelen aan te wenden waarin de wet voorziet en dit binnen de wettelijke bepaalde termijn en volgens de wettelijk bepaalde vormen, maar een wrakingsverzoek kan niet worden aangewend als vervanging of aanvulling van een rechtsmiddel of als een middel om een uitstel van behandeling van de zaak te verkrijgen dat de rechter heeft geweigerd. Thesaurus CAS: WRAKING HOF VAN ASSISEN - ALLERLEI Tekst van de beslissing Nr. P.25.1288.N N, verzoekster tot wraking, beschuldigde, aangehouden, met als raadslieden mr. Joke Feytons en mr. Jürgen Millen, beiden advocaat bij de balie Limburg, IN DE ZAAK VAN DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN tegen N, reeds vermeld, beschuldigde, aangehouden, tevens inzake S, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, beoogt de wraking van J., voorzitter van het hof van assisen van de provincie Limburg in de zaak met notitienummer TG.32.L5.1125/2018) (hierna de voorzitter). De voorzitter heeft de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verklaring afgelegd, waarbij hij aangeeft zich niet van de zaak te willen onthouden. De eiseres heeft een conclusie ingediend. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het wrakingsverzoek 1. Het wrakingsverzoek is ingediend ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon, op 1 oktober 2025. Het is ondertekend door twee advocaten die meer dan tien jaar bij de balie zijn ingeschreven. 2. Het verzoek is gesteund op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek en meer bepaald op de omstandigheid dat de voorzitter en de assessoren van het hof van assisen artikel 6.3 EVRM en artikel 14.3.b IVBPR zouden hebben geschonden. In essentie wordt aangevoerd dat de voorzitter en de assessoren deze verdragsbepalingen hebben geschonden door met het tussenarrest van 29 september 2025 het verzoek om een psychiatrisch onderzoek af te wijzen, terwijl een in opdracht van het openbaar ministerie bevolen verhoor van de verzoekster ter rechtszitting wel werd gevoegd. De verzoekster leidt daaruit af dat de voorzitter en de assessoren van het hof van assisen niet langer onpartijdig zijn aangezien ze de verzoekster het recht hebben ontnomen op een effectieve verdediging. De verzoekster betwist de redenen die in het tussenarrest worden opgegeven ter afwijzing van haar verzoek en dit zowel wat betreft de verwijzing naar de redelijke termijn, de medische geschiktheid van de verzoekster, de geplande getuigenverhoren en de beschikbaarheid van magistraten en juryleden. De partijdigheid van de voorzitter en de assessoren wordt ook afgeleid uit het gegeven dat de behandeling van de zaak slechts werd uitgesteld van 29 september 2025 naar 1 oktober 2025, daar waar de verzoekster een uitstel van drie maanden heeft gevraagd. Het antwoord van de magistraat tegen wie het wrakingsverzoek is gericht 3. De voorzitter heeft in de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde akte aangegeven dat hij geen reden zag om zich te onthouden aangezien op geen enkele wijze is gebleken dat hij niet geschikt zou zijn om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen. Hij heeft daarvoor in essentie verwezen naar de in het tussenarrest van 29 september 2025 opgenomen motieven. De ontvankelijkheid van wrakingsgronden die niet werden aangevoerd in de wrakingsakte maar in de door de eiseres ingediende conclusie 4. Artikel 835 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat op straffe van nietigheid de vordering tot wraking wordt ingeleid bij een ter griffie neergelegde akte die de middelen bevat en die is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. 5. Artikel 836 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter wiens wraking wordt gevraagd onderaan de wrakingakte te verklaren of hij in de wraking berust dan wel weigert zich te onthouden, met zijn antwoord op de middelen van wraking. 6. Daaruit volgt dat de wrakingsrechter slechts uitspraak kan doen op grond van de middelen die in de wrakingsakte zijn opgenomen en die aan de tegenspraak van de rechter wiens wraking wordt gevraagd, zijn onderworpen. Aanvullende wrakingmiddelen die worden aangevoerd in een in het kader van de wrakingsprocedure ingediende conclusie zijn dan ook niet ontvankelijk. De omstandigheid dat die aanvullende wrakingsmiddelen zijn gesteund op gegevens die zijn opgenomen in de verklaring van de rechter wiens wraking wordt gevraagd bij toepassing van artikel 836 Gerechtelijk Wetboek laat niet toe anders te oordelen. Het wrakingsverzoek, in zoverre gegrond op gegevens die de eiseres niet heeft aangevoerd in de wrakingsakte, is niet ontvankelijk. De gegrondheid van het wrakingsverzoek 7. Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking. 8. Er is gewettigde verdenking indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. Die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn. 9. De rechter wordt vermoed onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Dit vermoeden is weerlegd indien uit vaststaande feitelijke gegevens het tegendeel blijkt. 10. Volgens artikel 281, § 2, laatste lid, Wetboek van Strafvordering wijst de voorzitter van het hof van assisen alles af wat het debat zou verlengen zonder hoop te geven op meer zekerheid omtrent de uitkomst. 11. De enkele omstandigheid dat het hof van assisen een verzoek om bijkomend onderzoek en om uitstel van behandeling van de zaak bij tussenarrest en op gemotiveerde wijze afwijst, levert geen gewettigde verdenking op. 12. Uit de enkele omstandigheid dat het hof van assisen niet beslist zoals de verzoekster wenst dat er wordt beslist, dat volgens de verzoekster de beslissing onwettig zou zijn en dat volgens de verzoekster de beslissing haar rechten zou miskennen, kan zij noch derden afleiden dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. 13. Het staat aan de verzoekster om tegen rechterlijke beslissingen die zij onwettig acht de rechtsmiddelen aan te wenden waarin de wet voorziet en dit binnen de wettelijke bepaalde termijn en volgens de wettelijk bepaalde vormen. 14. Een wrakingsverzoek kan niet worden aangewend als vervanging of aanvulling van een rechtsmiddel of als een middel om een uitstel van behandeling van de zaak te verkrijgen dat de rechter heeft geweigerd. 15. Het wrakingsverzoek is ongegrond. Toepassing van artikel 838, derde lid, Gerechtelijk Wetboek 16. Artikel 838, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien een geldboete wegens een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek kan verantwoord zijn, een rechtsdag wordt bepaald op een nabije datum, waarop dit punt dan zal worden behandeld. 17. Het Hof bepaalt die rechtsdag op 14 oktober 2025 om 09.30 u. Dictum Verwerpt het wrakingsverzoek. Bepaalt bij toepassing van artikel 838, derde lid, Gerechtelijk Wetboek de rechtsdag waarop het desgevallend verantwoord kunnen zijn van een geldboete wegens een kennelijk ongegrond verzoek zal worden behandeld op dinsdag 14 oktober 2025 om 09.30 u. Zegt dat de griffier de verzoekster tegen die datum per gerechtsbrief zal oproepen om schriftelijk haar opmerkingen mee te delen. Zegt dat de griffier overeenkomstig artikel 838, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek dit arrest zal ter kennis brengen van de partijen per gerechtsbrief. Veroordeelt de verzoekster tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.34 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.