id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251009.1N.12 Rolnummer: C.24.0476.N Zaak: B. contra BALOISE INSURANCE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-12-01 Raadplegingen: 494 - laatst gezien 2026-06-16 10:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De kennisgeving van de beslissing van de verzekeraar om over te gaan tot vergoeding of deze te weigeren, moet gebeuren aan de benadeelde persoonlijk of aan de mandataris die de benadeelde heeft aangewezen om ze te ontvangen. Thesaurus CAS: VERZEKERING - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Art. 35 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Art. 35 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0476.N A. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 6 mei
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
- Artikel 35, § 4, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, thans artikel 89, § 5, Verzekeringswet, bepaalt dat de verjaring van de rechtstreekse vordering van de benadeelde wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om een vergoeding te verkrijgen voor de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.
- De kennisgeving van de beslissing van de verzekeraar moet gebeuren aan de benadeelde persoonlijk of aan de mandataris die de benadeelde heeft aangewezen om ze te ontvangen.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - KBC, de rechtsbijstandverzekeraar van de eiser, op 28 juni 2012 naar de verweerster heeft geschreven: “Als bijlage vindt u een kopie van het consolidatierapport en de berekening van de schade-eis van onze verzekerde, onder voorbehoud van zijn goedkeuring. Bezorgt u ons de kwitantie of stort u dit bedrag op het rekeningnummer van KBC… met vermelding van het dossierkenmerk?”; - de verweerster op 12 november 2012 daarop heeft geantwoord: “… Ik betwist ieder causaal verband tussen het ongeval van 2008 en het verslag van 24 januari
- …”; - uit die twee brieven dan ook blijkt dat de verjaring werd gestuit vanaf 28 juni 2012 (+ 1, 2 à 3 werkdagen) tot en met 12 november 2012 (eveneens + 1, 2 à 3 werkdagen) en dat er bijgevolg vanaf die laatste datum een nieuwe termijn van vijf jaar is beginnen lopen die dan op 12 november 2017 (opnieuw + 1, 2 à 3 werkdagen) werd bereikt; - KBC immers kennelijk is opgetreden, niet alleen als de rechtsbijstandverzekeraar van de eiser, maar ook als diens lasthebber; zo niet zou zij namelijk onmogelijk een rechtsgeldige betaling van de verweerster hebben kunnen ontvangen.
- Met deze redenen leidt de appelrechter uit de brief van 28 juni 2012, en niet uit de hoedanigheid van KBC als rechtsbijstandverzekeraar van de eiser, het bestaan af van een uitdrukkelijk mandaat van KBC om de vereiste kennisgeving vanwege de aansprakelijkheidsverzekeraar in ontvangst te nemen en verantwoordt hij zijn beslissing naar recht. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede subonderdeel
- De als geschonden aangevoerde artikelen 89, § 3 tot en met 5, Verzekeringswet en 35, § 3 tot en met 4, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst zijn vreemd aan de grief dat de appelrechter een eventuele lastgeving om de in de voormelde wetsbepalingen vereiste schriftelijke kennisgeving van de verzekeraar aan de benadeelde van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering, niet uit vermoedens of een schijn van mandaat kan afleiden. Het tweede subonderdeel is niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 451,65 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 9 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251009.1N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div