← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251009.1N.14 Rolnummer: C.25.0024.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2025-12-01 Raadplegingen: 562 - laatst gezien 2026-06-18 23:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251009.1N.14 Fiches 1 - 2 Aandeelhouders in een vennootschap beschikken niet over een zelfstandig vorderingsrecht voor afgeleide schade ten aanzien van de vereffenaar van een vennootschap; aandeelhouders die in een gerechtelijke procedure tot vergoeding van de schade aan het vennootschapsvermogen louter bewarend zijn tussengekomen ter ondersteuning van de aansprakelijkheidsvordering hebben niet de vereiste hoedanigheid, noch belang, om zelfstandig cassatieberoep in te stellen tegen de beslissing waarbij de aansprakelijkheidsvordering wordt afgewezen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Gemis aan belang of bestaansreden Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:106 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:107 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:106 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:107 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0024.N P. D. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen E. D. R., advocaat, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest, mede inzake F. L., advocaat, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van DE MAERE bv, met kantoor te 9220 Hamme, Kapellestraat 33, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.130.559, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 september
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 9 september 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is: de eiser heeft geen hoedanigheid noch belang om cassatieberoep in te stellen.
  3. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eiser, aandeelhouder van de vennootschap in vereffening, oorspronkelijk een aansprakelijkheidsvordering heeft ingesteld tegen de verweerder tot vergoeding van de schade die de verweerder door zijn fout aan het vennootschaps-vermogen heeft berokkend; - de eerste rechter bij het niet-beroepen tussenvonnis van 17 januari 2022 geoordeeld heeft dat, indien de vereffenaar schade berokkent aan de vennootschap, de aandeelhouders voor hun afgeleide schade niet over een zelfstandig vorderingsrecht beschikken ten aanzien van die vereffenaar, ook al stelt de vennootschap in vereffening geen vordering in wegens de geleden schade; - de eiser vervolgens enkel nog ten bewarende titel is tussengekomen in het ge-ding ter ondersteuning van de aansprakelijkheidsvordering van de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij tegen de verweerder tot vergoeding van de schade die de verweerder door zijn fout aan het vennootschapsvermogen heeft berokkend; - de eerste rechter bij vonnis van 19 september 2022 deze aansprakelijkheidsvordering heeft afgewezen; - de eiser incidenteel beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de eerste rechter waarbij de eiser hoofdelijk met de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij veroordeeld werd tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de verweerder; - het incidenteel beroep van de eiser werd afgewezen als ongegrond omdat in geval van afstand van geding de afstanddoende partij in de kosten dient te worden verwezen en deze kosten de rechtsplegingsvergoeding ten gunste van de wederpartij omvatten.
  4. Het cassatieberoep is niet gericht tegen de beslissing van de appelrechters tot afwijzing van het incidenteel beroep van de eiser, doch enkel tegen de beslissing van de appelrechters waarbij de aansprakelijkheidsvordering van de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij tegen de verweerder tot vergoeding van de schade die de verweerder door zijn fout aan het vennootschapsvermogen heeft berokkend, wordt afgewezen als ongegrond.
  5. De eiser die zelfstandig geen ontvankelijke aansprakelijkheidsvordering kan instellen tegen de verweerder tot vergoeding van de schade die deze aan het vennootschapsvermogen heeft berokkend, en bijgevolg louter bewarend is tussengekomen in het geding ter ondersteuning van de aansprakelijkheidsvordering van de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij tegen de verweerder, heeft geen hoedanigheid noch belang om zelfstandig cassatieberoep in te stellen tegen de beslissing van de appelrechters waarbij de aansprakelijkheidsvordering van de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij tegen de verweerder wordt afgewezen als ongegrond. Het cassatieberoep dat enkel tegen die beslissing is gericht, is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 883,05 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Bepaalt de kosten voor de verweerder op 496,49 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 9 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251009.1N.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251009.1N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.