id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.23 Rolnummer: P.25.1288.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-10-20 Raadplegingen: 662 - laatst gezien 2026-06-18 18:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een kennelijke ongegrond wrakingsverzoek, waarbij het wrakingsverzoek wordt afgewend van haar doel en de verzoekster tot wraking de goede rechtsbedeling in een assisenprocedure, die wordt gekenmerkt door haar niet-permanent karakter, de betrokkenheid van niet-professionele juryleden en het in regel horen van een aanzienlijk aantal getuigen en deskundigen, ernstig heeft verstoord, verantwoordt het opleggen van een geldboete. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 838, derde en vierde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 838, derde en vierde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1288.N N. verzoekster tot wraking, beschuldigde, aangehouden, met als raadslieden mr. Joke Feytons en mr. Jürgen Millen, beiden advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het Hof heeft bij arrest van 7 oktober 2025: - het verzoekschrift dat de wraking beoogde van J. D., voorzitter van het hof van assisen van de provincie Limburg in de zaak met notitienummer TG.32.L5.1125/2018) verworpen; - bij toepassing van artikel 838, derde lid, Gerechtelijk Wetboek de rechtsdag waarop het desgevallend verantwoord kunnen zijn van een geldboete wegens de kennelijke ongegrondheid van het verzoek bepaald op dinsdag 14 oktober 2025 om 09.30 u. - gezegd dat de griffier de verzoekster tegen die datum per gerechtsbrief zou oproepen om schriftelijk haar opmerkingen mee te delen. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Uit artikel 838, derde lid en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat indien blijkt dat een wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is, een geldboete kan worden opgelegd van minstens 15,00 euro en ten hoogste 2.500,00 euro. 2. Uit het arrest van 7 oktober 2025 en de daarin vermelde redenen ter afwijzing van het verzoek om wraking blijkt de kennelijke ongegrondheid van het wrakingsverzoek. De verzoekster wist of had moeten weten dat het enkele gegeven dat zij het niet eens was met de bij het tussenarrest van het hof van assisen genomen beslissing tot afwijzing van haar vraag om bijkomend onderzoek en uitstel redelijkerwijze geen gewettigde verdenking kon opleveren. Tegen dit tussenarrest had zij een rechtsmiddel kunnen aanwenden volgens de wettelijke vormen en binnen de wettelijk bepaalde termijn. Zij heeft aldus de wrakingsprocedure afgewend van haar doel. 3. Door zo te handelen heeft de verzoekster de goede rechtsbedeling in een assisenprocedure, die wordt gekenmerkt door haar niet-permanent karakter, de betrokkenheid van niet-professionele juryleden en het in de regel horen van een aanzienlijk aantal getuigen en deskundigen, ernstig verstoord. 4. Dit verantwoordt het opleggen van een geldboete van 250,00 euro. Dictum Het Hof, Veroordeelt de verzoekster bij toepassing van artikel 838, derde en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek tot een geldboete van 250,00 euro. Veroordeelt de verzoekster tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, en de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 oktober 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van plaatsvervangend magistraat Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.23 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.34 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.